Een Kamer met honderd generalisten is genoeg

Het kabinet wil de Staten-Generaal inkrimpen. Dat is een gevaarlijk plan, betoogt Willem Schinkel in het stuk links. Hiermee beperkt de premier de controle op hemzelf. Nee, stelt Joost Eerdmans in het rechterstuk. Kleine en middelgrote fracties vervullen hun controlemacht juist uitstekend.

Het kabinet doet boter bij de vis. Het heft niet alleen deelgemeenten, deelraden en vele ambtelijke functies op, maar durft ook te snijden in het ‘eigen’ parlement.

De Tweede Kamer moet weer terug van 150 naar 100 leden en de Eerste Kamer van 75 naar 50, aldus het kabinet. Oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD) en andere critici vrezen dat de controlerende macht van het parlement zal afkalven.

Ik geloof dat niet. Controlemacht werd en wordt juist uitstekend uitgeoefend door vooral de kleinere en middelgrote fracties als SP, D66, GroenLinks en ChristenUnie. Dat heeft weinig te maken met het aantal zetels of specialismen dat een fractie herbergt. Zelfs een minipartij als de SGP, met haar twee zetels, wordt bewierookt om haar gedegen opstelling in de Kamerdebatten. In kleinere fracties is weinig ruimte voor ja-knikkers of voor leden met alleen het woordvoerderschap ‘hobbydieren’.

In grote fracties is het niet ongebruikelijk dat een afgevaardigde een jaar na installatie nog steeds wacht op zijn maidenspeech. Zijn deze couch potatoes scherpe controleurs? In grote fracties zijn vaak ook niet genoeg serieuze portefeuilles te verdelen. Het komt de controlemacht ten goede dat hieraan een einde komt.

Het parlement heeft geen specialisten nodig, maar generalisten. Zij moeten worden gerekruteerd op basis van hun analytisch vermogen, spreekvaardigheid, werklust en creativiteit. Ze moeten zich snel een dossier eigen kunnen maken en de politieke relevantie ervan kunnen doorgronden. Dit zijn belangrijkere kwaliteiten dan uit welke provincie een kandidaat komt. Het uitdiepen van details moet worden overgelaten aan de fractiemedewerkers. Van een volksvertegenwoordiger mag een duidelijke boodschap worden verwacht, waarmee hij de regering het vuur na aan de schenen legt.

De Tweede Kamer zoals we die nu kennen, lijkt vooral bezig met zichzelf. Al jaren bestaan klachten over het enorme aantal moties en vragen dat Tweede Kamerleden produceren. Eerdere oproepen om niet elk krantenbericht op Kamerpapier na te blaffen, hebben niet geholpen. Ooit berekende de minister van Binnenlandse Zaken dat het antwoord op een Kamervraag gemiddeld tweeduizend euro kost. Tel uit je winst als het aantal Kamervragen daalt.

Een Kamervraag is zo gesteld. Met de beantwoording is een departement gemiddeld zes weken zoet. Voor de beantwoording moeten ambtenaren hun reguliere werk laten vallen. In die antwoorden mogen geen fouten zitten. Dan zou de Kamer verkeerd zijn geïnformeerd. Dat is een doodzonde in Den Haag.

Het gehuil over de wanverhouding tussen het leger aan regeringsambtenaren versus het kleine parlement moet worden gezien in het juiste perspectief. Een dwaas kan meer vragen stellen dan een wijs man kan antwoorden.

Maar alle buitenlandse parlementen zijn toch veel groter dan het onze? Kijk naar Zweden. Daar staat één volksvertegenwoordiger voor 27.000 inwoners en in Nederland 80.000.

Dit soort verhoudingen zeggen maar weinig over de behoefte van kiesgerechtigden. Kiezers hebben behoefte aan parlementariërs die hen opzoeken, maar belangrijker vinden ze dat hun afgevaardigden goed werk afleveren in Den Haag.

Kiezers en maatschappelijke instellingen bereiken volksvertegenwoordigers sneller via sociale media en e-mail. Een kort radio- of tv-optreden is veel effectiever dan tien optredens voor een halflege zaal.

Kamerleden klagen geregeld over de hoge werkdruk. Dit was in 1956 zelfs een van de hoofdredenen om de Tweede Kamer uit te breiden naar 150 leden. Toch wordt de tijdsdruk veroorzaakt door de Kamer zelf. Ze is achttien weken per jaar met reces en vergadert niet op de maandag en vrijdag. Als het parlement meer aandacht schenkt aan hoofdzaken en zijn vergaderregime aanpast, vormen honderd leden een controlemacht op volle sterkte.

Kamerlid zijn is een van de mooiste banen in Nederland. Mogen het dan ook de beste mensen zijn die zetelen op de kostbare blauwe stoelen?

Joost Eerdmans is oud-Tweede Kamerlid voor de Lijst Pim Fortuyn.