Een dwarslaesie na de achtste overval

Sinds een gevecht met een overvaller zit juwelier Jos Kamerbeek in een rolstoel. Nu weert hij „een bepaald soort allochtonen”. Hij hoopt dat het tot een proces komt.

Nederland, Nijmegen, 11-7-2011 De winkel van juwelier Kamerbeek. Hij raakte ernstig gewond aan zijn rug nadat hij met een van zijn overvallers door een afzetting van een bouwplaats naast zijn winkel viel en meters lager terecht kwam. De juwelierszaak is op maandag altijd gesloten. Foto Flip Franssen

Als Jos Kamerbeek (64) zijn rolstoel door een Nijmeegs revalidatiecentrum manoeuvreert, zijn alle ogen op hem gericht. Mensen stoten elkaar aan, fluisteren. „Is dat niet die juwelier”, zegt een jonge vrouw tegen haar man. „Je weet wel, die van de allochtonen?”

In zijn eigen stad is juwelier Jos Kamerbeek al langer een begrip. Maar een interview in De Telegraaf gisteren heeft hem nieuwe status opgeleverd. Held volgens zijn fans, racist volgens zijn tegenstanders. „Een realist”, verbetert de winkelier.

Drie maanden geleden liep Kamerbeek een partiële dwarslaesie op toen hij met een overvaller in gevecht raakte. De mannen vielen samen door een hekwerk in een bouwput van zes meter diep. De overvaller landde bovenop hem en ontsnapte door het hek als ladder te gebruiken. Kamerbeek is nog steeds aan het revalideren.

De afgelopen tien jaar werden Jos Kamerbeek en zijn vrouw Margo acht keer overvallen. „En altijd door jonge Antillianen en Marokkanen”, zegt hij. Het echtpaar besloot mannen uit deze twee bevolkingsgroepen niet meer toe te laten tot hun winkel. Te gevaarlijk, vinden zij. „Op een gegeven moment krijg je zó veel rare lui in je winkel dat je denkt: tot hier en niet verder.”

Het is een ingrijpende maatregel: de goeden lijden onder de kwaden.

„Vindt u? Dan moet u eens een weekje bij ons komen meelopen. Dan kunt u uw eigen conclusies trekken. Bovendien zeggen wij niet ‘er komen geen allochtonen in’. Wij hebben genoeg allochtone klanten, maar een bepaald soort allochtonen komt er niet in. Allochtonen die u óók op straat zou herkennen. U weet wel.”

Misschien kunt u ze toch even typeren.

„Machojongens tussen de 17 en 25 jaar. Met petten en kettingen. Ze voelen aan de ruiten. Tikken er op. Maken aantekeningen. Dat gebeurt iedere week wel een paar keer. Eerst hangen ze wat rond, dan willen ze naar binnen.”

Ze bellen aan?

„Nee. We hebben geen bel. Het portiek van twintig meter tussen de etalage en de deur is voor ons een veiligheidsruimte. Dankzij dat portiek kunnen we van verre zien wie er naar binnen wil. ”

Kunt u een Marokkaan van een Pakistaan onderscheiden?

„Pakistani, Indonesiërs en Molukkers zijn voor ons nette mensen. Alle misdaad wordt bij ons gepleegd door Antillianen en Marokkanen.”

U selecteert op instinct?

„Ja, ik heb een goed gevoel ontwikkeld de afgelopen dertig jaar. Ik kan op afstand zien wat goed en slecht is. Zoals een hond ergens aan snuffelt.”

U heeft het nooit bij het verkeerde eind?

„Jawel. Eén keer in de afgelopen vijf jaar. De vader van een jongen die wij niet binnen wilden laten, belde de volgende dag op: hij bleek een klant van ons te zijn. Toen heb ik hem de situatie uit gelegd. Mijn excuses aangeboden. Ik weet nu wie zijn zoon is, hij mag voortaan naar binnen.”

Nooit nare ervaringen met blanken gehad?

„Nee. Of ja. Ik geloof dat we één overval hebben gehad met drie Marokkanen en een blanke Nederlander. Maar dat was het wel zo’n beetje. ”

De telefoon bij het Bureau Gelijke Behandeling staat roodgloeiend.

„Ik hoop dat het tot een proces komt, dan kan ik eindelijk laten horen wat ik ervan vind. Vandaag hebben wij zo’n tachtig mails ontvangen, overwegend positief. Mensen wensen ons sterkte. ‘Hoog tijd dat dit gebeurt in Nederland’. Er zitten trouwens ook brieven van Turken bij. ‘Geef mij dat adres van die Marokkanen maar’, schreef één van hen. ‘Dan ga ik wraak nemen, want ze zorgen dat Nederlanders slecht over allochtonen denken.’ Bij dat aspect had ik nooit stil gestaan.”

U ontvangt geen dreigbrieven?

„Nog niet. Er zitten wel wat reacties tussen van mensen die ons deurbeleid niks vinden. ‘Ik zou nooit bij u kopen’, schrijven ze. Of: ‘Straks hangt u een bordje op met ‘alleen voor blanken’.”

Neemt u nu niet het recht in eigen hand?

„Nee, dat zou ik alleen doen als mijn kinderen gevaar lopen. Daar ligt voor mij de grens.”

U heeft steun gezocht bij de PVV. Maar PVV’er Hero Brinkman liet gisteren in De Telegraaf weten dat een allochtonenverbod geen oplossing is. Hij pleit voor zwaardere straffen.

„ Schrijft u maar op: de PVV glijdt af in de Haagse schoot. Ik dacht dat ik daar terecht kon met mijn klachten. Maar niks hoor.”

U heeft op de PVV gestemd?

„Ja. Mijn vrouw ook. Bijna alle ondernemers die ik ken.”

Bent u cynischer geworden door de gewelddadige confrontaties?

„Cynischer niet. Maar ik zeg tegenwoordig wel precies wat ik denk. Die directheid is nodig, want we leven in een harde maatschappij. Neem die bende die laatst de politie onder vuur nam bij een overval op een geldtransportbedrijf. Of die drie jongens die bezoekers van een feestje mishandelden omdat ze geen bier kregen. De feestgangers liggen nog in het ziekenhuis, maar die lui lopen na een paar dagen weer over straat.”

Heeft Brinkman dan toch gelijk: harder straffen?

„In Amerika maken ze gebruik van een soort knipkaart: veelplegers krijgen een driedubbele straf. Twintig jaar voor drie overvallen is geen uitzondering. Misschien zou het helpen als wij zo’n systeem in Nederland introduceren. Dan zwaaien overvallers niet meer bij hun vertrek, zoals ik een keer meemaakte: ‘Bedankt meneer, tot de volgende keer’. Maar straffen is niet zaligmakend, hoor. Laten we er eerst voor zorgen dat de politie komt opdagen. Hoe vaak ik niet heb meegemaakt dat een druk op de alarmknop onbeantwoord bleef. Of de receptioniste een melding vergat door te geven aan de meldkamer. Een keer kwamen twee agenten op de fiets langs, een half uur na de overval. Er was geen auto beschikbaar voor de binnenstad.”

Kunt u geen beveiliger inhuren?

„Op kwetsbare dagen – zoals de drukke zaterdag – hebben we een beveiliger voor de deur. En bij het openen en sluiten van de winkel.”

Geweren onder de toonbank?

„Dat ga ik u niet vertellen, anders gaan ze straks met uw verhaal als handleiding door de zaak. Maar ik kan u garanderen dat wij één van de best beveiligde juweliers van Nederland zijn. Kogelvrij glas, rolluiken, afgesloten ruimtes. Alles er op en er aan.”

Aan het eind van het gesprek verandert zijn toon. Kamerbeek vertelt dat hij zo graag weer zou willen lopen. Dat hij er zelfs om heeft gebeden. „In de kapel van het revalidatiecentrum. ‘Lieve Heer’, zei ik. ‘U weet toch dat ik misdienaar ben geweest? Vindt u het goed als ik mijn tegoedbon vandaag inwissel? Ik zou graag beneden een Irish coffee willen drinken. En daarna lopend naar huis.”