Circus Johnny Hoogerland

Een dag na de spectaculaire val gaf Hoogerland een persconferentie.

„Ik droomde dat ik met mijn rug op die paal kwam en een dwarslaesie had.”

Tien camera’s op statief staan gericht op Johnny Hoogerland, als hij om twee uur ’s middags achter de tafel schuift voor een persconferentie op de eerste rustdag in de Tour. De man van bollentrui en prikkeldraad doet zijn verhaal voor journalisten uit Amerika, Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Duitsland, België en Nederland. „Als ik niet was gevallen en de etappe had gewonnen, was het hier minder druk geweest dan nu”, geeft de populaire wielrenner van Vacansoleil met een zuur lachje toe.

Een dag na het bizarre ongeluk, waarin hij in de kopgroep van de weg werd gereden door een volgauto van de Franse televisie, is Hoogerland de held. Hoge kijkcijfers voor de Tour is het gesprek van de dag. „Ik zit hier en besef het nog niet. Van mijn vriendin hoor ik dat het in Nederland een gekkenhuis is. Dit is nooit waar je het voor doet natuurlijk. Ik voel me geen held in dit opzicht. Veel liever had ik de etappe gewonnen.”

Op verzoek kijken renner en ploegleiding tot in detail terug. „Ik zat voor de televisie te kijken in het hotel”, vertelt manager Daan Luijkx. „Ineens vliegt Johnny zomaar door de lucht, het prikkeldraad in. Dan zijn er geen beelden meer van hem. Vier minuten lang, het leek wel een half uur. Ik heb er ook bij gestaan toen Wouter Weylandt overleed in de Giro. Dan ben je machteloos. Binnen een minuut bel ik met Michel Cornelisse, maar die moest zelf ook uit het prikkeldraad worden bevrijd door een mecanicien.”

Ploegleider Cornelisse grijnst. „Ik ben niet meer zo lenig als vroeger en onderschatte de sprong. Maar Johnny stond daar in zijn blote kont en moest een broekie hebben. Hij was heel rustig, ik heel hectisch. Ik zag dat hij bloedde als een rund, het leek wel een slagaderlijke bloeding. Je zag zo het witte vlees in zijn onderbeen. Hij wordt verbonden en wat doe je? Je geeft hem een nieuwe broek en gooit hem terug op de fiets.”

Hoogerland: „Ja, het was een stuk lastiger geweest als Michel geen broek bij zich had gehad. Ik liet me verzorgen door de dokter en ben opgestapt. Ik zei tegen Michel dat hij mijn vader en mijn vriendin moest bellen. Naast de auto heb ik zelf het nummer nog opgenoemd.”

De emotionele omhelzing met zijn vader aan de finish in Saint-Flour staat voor altijd op zijn netvlies. De val zelf zag hij tussendoor even terug op een monitor van Eurosport. „Laat maar zien, joh”, zei hij. En anders wel het moment dat hij op het podium de bolletjestrui van het bergklassement kreeg uitgereikt. „Toen die man me een hand gaf zag ik Raymond Poulidor (Franse oud-wielrenner) staan met tranen in zijn ogen. Dat beeld zal ik nooit vergeten.”

Dan naar het ziekenhuis om de wonden te hechten, 33 in getal. Luijkx krijgt bezoek van Tour-parcoursbouwer Jean-Francois Pescheux en twee directeuren van de Franse televisiezender van de betrokken volgauto. „Ze boden excuses aan en die hebben we uiteraard aanvaard”, zegt de oud-renner, die tijdens de Tour nog niet wil nadenken over een eventuele schadeclaim en zijn medeleven toonde met de chauffeur van de auto. „Niemand doet zoiets expres, ook voor die man is het verschrikkelijk.”

Pas ’s avonds in bed komt het besef. „Je kruipt door het oog van de naald”, realiseert Hoogerland zich. „Dit had veel slechter kunnen aflopen. Als ik met mijn gezicht op het prikkeldraad kom of met mijn rug tegen dat paaltje… Geraakt worden door een auto in de koers is een nachtmerrie. Echt.”

Letterlijk, want midden in de nacht schrikt hij wakker. „Ik droomde dat ik met mijn rug op die paal kwam en een dwarslaesie had. Daar bleef ik steeds maar aan denken, tot ik badend in het zweet wakker werd.”

Vier uurtjes slaap, dan toch weer fietsen op de rustdag. „Drie kwartier, samen met mijn vader. Het ging best goed eigenlijk. Maar ja, we reden 25 per uur. Straks in de koers rijden ze 50.” Hoe hij met die diepe wonden nog kan fietsen? „Peter Lagrau, een van onze dokters, heeft me eens een fenomeen van de natuur genoemd, toen ik in de Ronde van Andalusië mijn nagel kwijtraakte en binnen een week een nieuwe had aangemaakt.”

Zijn kansen op het vervolg van de Tour? „Ik hoop op een mirakel.”