'Bij de bus blijven'

Naam: Jeroen Blijlevens

Leeftijd: 39

Tourprestaties: 4 ritzeges (1995, 1996, 1997, 1998)

„Ik ben zes keer gestart, maar heb de Tour maar twee keer uitgereden. Ik had altijd een goede reden voor mijn opgaves. In het begin van mijn carrière was ik niet sterk genoeg voor drie weken Tour. Ik ben ook een paar keer ziek geworden. Ik was nooit van plan om halverwege op te geven, zoals Cipollini. Die wist op voorhand wanneer hij zou afstappen. Cipo vond de Giro belangrijker.

„Ik moest het vooral hebben van mijn laatste 150 meter. In de laatste hectometer kon ik nog een fietslengte goed maken. Ik had geen trein, zoals Cavendish dat nu heeft. Mijn ploegmaats brachten me naar voren, maar daarna moest ik zelf mijn weg zoeken. Daar was ik wel goed in, maar van dat bikkelen verlies je wel energie.

„Ik denk niet dat ik onder doe voor de huidige generatie sprinters. In mijn tijd had je verschillende sterke sprinters. Nu is iedereen bang voor Cavendish.

„De rit na de rustdag is voor veel renners lastig. De klassementsrijders kunnen vandaag lekker opwarmen, voor de sprinters of de vluchters zal het minder aangenaam zijn. Persoonlijk had ik het altijd wat moeilijk om terug in mijn ritme te komen. Al deed die rustdag natuurlijk ook wel deugd.

„Op rustdagen deed ik niet veel. Ik ging anderhalf uur losrijden, voor de rest van de dag rustte ik uit. Ik zorgde ervoor dat ik ook een helling opreed, om even wat spanning op de benen te krijgen.

„In de bergritten probeerde ik de ‘bus’ van achterblijvers te volgen, maar vaak lukte zelfs dat niet. Meestal had ik dan enkele ploegmaats die bij me bleven. In de afdalingen namen we alle risico's, om de bus in te halen. In de vallei rijdt de bus vaak sneller dan de kopgroep. Als je dan alleen zit, dreig je buiten tijd aan te komen.

„In 1995 debuteerde ik in de Tour en won direct een rit. De eerste dagen waren nochtans verschrikkelijk geweest. De Tour trok toen door Bretagne, en op het heuvelachtige parcours kon ik niet mee. In de ploegentijdrit werd ik zelfs gelost. De rit naar Duinkerke was de eerste echt vlakker rit. Voor de sprint werd ik vooraan afgezet, maar zat te ver. Ik had echter het geluk dat Abdoezjaparov ook net iets te ver zat, en heb toen resoluut voor zijn wiel gekozen. Hij is in de negende positie naar voren getrokken, en ik ben hem in de laatste meters nog voorbijgegaan. Hij heeft die sprint eigenlijk perfect aangetrokken. Dat heeft hij nooit gemerkt.”