Balletvernieuwer met neus voor show

Necrologie

Roland Petit stond voor vernieuwende, erotische balletten. De rol van fatale vrouw was vaak voor zijn echtgenote, Zizi Jeanmaire.

Dans is onverbrekelijk verbonden met erotiek, maar met de onverbloemde verbeelding van erotiek zorgde Roland Petit (1924-2011) voor heel wat opgewonden blosjes in de balletwereld. Met plastische, acrobatische bewegingen en poses toonde hij lust, fysiek verlangen en seksuele frustratie, van vrouwen evengoed als van mannen. Vroege werken als Le Jeune Homme et la Mort (1946) en Carmen (1949) worden wat dat betreft als mijlpalen in de dansgeschiedenis gezien. Zondag overleed de Franse choreograaf op 87-jarige leeftijd in Genève. Hij leed al lang aan leukemie.

Petit groeide op in Parijs, waar hij aan de school van de Parijse Opera werd opgeleid. Zestien was hij toen hij tot het corps de ballet van het beroemde gezelschap werd toegelaten, nauwelijks eenentwintig toen hij opstapte om zich als choreograaf te ontwikkelen. Met name zijn creaties voor Les Ballets de Paris (waar Hans van Manen eind jaren vijftig als danser en aankomend choreograaf de nodige kennis opdeed) waren fris en vernieuwend; later stagneerde zijn artistieke ontwikkeling.

Petit werkte samen met kunstenaars als Jean Cocteau, Yves Saint Laurent, André Dérain, Serge Gainsbourg en de popgroep Pink Floyd en maakte verhalende balletten met een realistische inslag. Zijn vrouw, de fameuze Zizi Jeanmaire, danste daarin meestal de (hoofd)rol van de verleidelijke, fatale vrouw. In het enorm succesvolle Le Jeune Homme et la Mort bijvoorbeeld, naar een libretto van Cocteau, is zij zowel het ongenaakbare lustobject van een getormenteerde jongeling als de meedogenloze belichaming van zijn doodsverlangen. Na een erotisch geladen confrontatie hangt hij zichzelf op.

Petit was een man van het theater én van de showbusiness. Hij creëerde revues rondom Jeanmaire en leverde de choreografie voor diverse Hollywood- en televisiemusicals. In zijn bewerkingen van balletklassiekers als de Notenkraker en Coppélia onderstreepte hij de Freudiaanse implicaties van de verhalen, altijd met een Frans gevoel voor chic en elegantie.