Zuid-Soedanese persmoet leren onafhankelijk te zijn

In Zuid-Soedan, sinds zaterdag onafhankelijk, zijn mensenrechten al jaren een karig goed. Journalistiek staat in de kinderschoenen.

Een radiostation in de Soedanese Nubabergen zond vorige maand een interview uit met oppositieleider Abdel-Aziz al-Hilu. Even later vloog er een gevechtsvliegtuig over en liet zijn bommen vallen. „Het leger hoopte kennelijk dat het een rechtstreeks interview was en dacht Al-Hilu te kunnen doden. Maar het was gewoon een tape die draaide”, zegt een medewerker.

In de Nubabergen brak vorige maand een nieuwe oorlog uit maar ook in de rest van het Noorden en het sinds zaterdag onafhankelijke Zuiden liggen de media onder vuur. Persvrijheid en mensenrechten zijn al jaren lang een karig goed, door de oorlog in het Zuiden en de dictatuur in het Noorden. „Ik voorzie grote problemen tussen de overheid en journalisten in Zuid-Soedan”, zegt journalist Alfred Taban. In 2000 begon hij in de noordelijke hoofdstad de Khartoum Monitor en nu is hij verhuisd naar de zuidelijke hoofdstad Juba. „Ik verwacht dat de Khartoum Monitor binnenkort door de regering wordt gesloten, de repressie van de media in het Noorden zal groter worden.”

Taban is de nestor van de Zuidsoedanese journalisten. Sinds 1981 leverde hij bijdragen aan het op het continent veel beluisterde Focus on Africa van de BBC. Taban werd geboren in Zuid-Soedan en begon een carrière in Khartoum. Vrijwel verstoken van berichtgeving waren tijdens de oorlog iedere avond de Zuidsoedanezen gekluisterd aan hun radio voor de stem van Alfred Taban. In de ogen van de onderdrukte bevolking groeide hij uit tot een volksheld.

„Veertig keer werd ik in Khartoum gearresteerd in al die jaren”, vertelt hij in Juba, „en toch is er nooit een aanklacht tegen me ingediend”. In de beruchte Khober gevangenis leerde hij Hassan al Turabi kennen, de nestor van de islamitische fundamentalisten van Soedan. Turabi is samen met president Omar al Bashir de meest gehate noorderling in het zwarte en niet islamitische Zuiden. „Turabi kreeg iedere dag een copieus maal en ik een bordje bonen. Hij liet me met hem mee eten”, lacht Taban. Dat leidde tot kritiek. „Mijn luisteraars in het Zuiden waren woedend nadat ik het verhaal op de BBC had verteld. Ze begrepen niet hoe ik voedsel kon delen met een aartsvijand.”

Zes jaar na het einde van de oorlog en de opkomst van nieuwe media is Taban nog steeds beroemd in het Zuiden. Maar niet bij de zuidelijke regering die voortkwam uit de Soedanese Volksbevrijdingsbeweging(SPLM). Die kan nog moeilijk met kritiek omgaan. „Oppositiepolitiek en kritische journalistiek staan nu al onder druk”, zegt Taban. Weliswaar worden journalisten niet zoals in Noord-Soedan gevangen gezet, maar in het Zuiden worden reporters wel regelmatig tijdelijk opgepakt en afgetuigd door SPLM soldaten. De twee grootste kranten de Juba Post en de Citizen zijn de afgelopen maanden enkele keren tijdelijk gesloten door de overheid of hun oplages in beslag genomen.

„Blubber”, noemt radiojournalist Joe Vieira de Citizen en Juba Post. De kwaliteit ligt uiterst laag. „Er waren vijf jaar geleden nauwelijks journalisten in Zuid-Soedan. Ze kunnen nog nauwelijks schrijven en een onafhankelijke blik valt hun niet snel aan te leren.” Vieira werkt voor negen FM radiostations van het Katholieke Radionetwerk. Die stations liggen verspreid over het moeilijk begaanbare Zuid-Soedan. „Het is al moeilijk om de diesel ter plaatste te krijgen voor het aggregaat van de zendmasten.” De Zuidsoedanese regering dreigde een radiostation van Vieira met sluiting nadat hij had bericht over een oorlogsverklaring van een dissidente militieleider.

„De overheid wil alles controleren, de dictatuur komt er aan, net als in Noord-Soedan”, zegt hij somber. Taban toont zich bezorgd over het uitblijven van een mediawet waarin het recht op informatievergaring is bezegeld. „Er bestaat zoveel corruptie binnen de regering. Om daarover te kunnen berichten moeten journalisten recht hebben overheidsstukken te kunnen inzien.” Zuid-Soedan en de journalistiek staan nog in de kinderschoenen. Slechts tien procent van de bevolking kan lezen en schrijven.

Alfred Taban kreeg de afgelopen twee jaar twee keer een hersenbloeding. „Het zal moeilijk worden”, beaamt Taban, „maar ik zal mijn mond niet houden. Als er binnenkort een drukpers in Juba komt, ga ik de Juba Monitor publiceren.”