Zomer-tv, zomer-ov, bouwvak, en sportstops: waarom eigenlijk?

De 1,3 miljoen kijkers van Goede Tijden Slechte Tijden ontkomen er niet aan: zij moeten vanaf vanavond een andere tijdsbesteding zoeken voor het half uur tussen acht en half negen. Vrijdag werd de laatste GTST van het seizoen (mét cliffhanger!) uitgezonden. Veelbekeken talkshows als Pauw en Witteman en De Wereld Draait Door waren al eerder met zomerstop gegaan.

Volgens de omroepen is een zomerprogrammering onvermijdelijk: heel Nederland is buiten of op vakantie, niemand kijkt televisie. En dus zijn thuisblijvers wekenlang (DWDD heeft een zomerstop van veertien weken!) veroordeeld tot herhalingen en B-programma’s.

Niet alleen de omroepen houden een zomerstop. In juli en augustus worden ook bus- en treindiensten geschrapt, de voetbalcompetitie ligt stil, sommige winkels sluiten, de plaatselijke hockey- en voetbalverenigingen zijn uitgestorven. Wie een dakkapel of serre laat bouwen, moet even geduld hebben: bouwvakkers hebben wekenlang ‘bouwvak’.

Gaan Nederlanders dan zo massaal op vakantie in de zomer?

Ja, echt. Uit gegevens van NBTC Nipo Research, een bureau dat sinds 1980 onderzoek doet naar het vakantiegedrag van Nederlanders, blijkt dat zomerstops er inderdaad niet voor niets zijn. 72 procent van de Nederlanders zei in april vakantieplannen te hebben voor deze zomer (mei tot en met september). Dertien procent twijfelde nog, vijftien procent zei (waarschijnlijk) niet te gaan.