Zij hebben hem wél gezien

Voor de meestbesproken artiest van North Sea Jazz 2011 bleek het jazzfestival afgelopen weekend een speeltuin waarin hij drie nachten lang naar hartelust door alle hoeken en gaten van zijn muzikale universum kon glijden, schommelen en klimmen. Hij gaf vrijdag, zaterdag én gisternacht een concert.

Er mochten geen fotografen naar binnen. Dat had de meester zelf zo bepaald. Daarom dus geen beeld op deze pagina van Prince zelf, maar van bezoekers die gistermiddag al voor de deur zaten te wachten van Ahoy in Rotterdam, voor hij zou beginnen.

Na een uitgesponnen jamsessie van ‘Prince de Funkdiscipel’ op vrijdagnacht, treedt zaterdagnacht ‘Prince de Rockster’ op. In rood pak en met een paars bloemetje in zijn hand speelt Prince aan het begin op een nog donker podium een gloedvolle live-versie van ‘Joy In Repetition’; een prachtige ballad met een Prince die in de microfoon praat, hijgt, fluistert en kermt, zichzelf omarmt en zich vol drama afvraagt: ‘Why don’t you love me, baby?’. Het is de perfecte aftrap voor een openingsstuk waarin de intense rockballad centraal staat, en een concert waarin Prince zijn gierende gitaar laat vonken, huilen, praten en lachen.

Het is ook het begin van een optreden waarin Prince niet zijn stem maar zijn gitaar in de schijnwerpers zet, en een concert met de uitstraling van een jamsessie. Prince heeft nauwelijks de behoefte getrouw zijn grote hits te spelen. Na het aanzetje van ‘Alphabet St.’, bouwt Prince er een razende turbofunkvariant van, waarin hij meer met zijn gitaar aan het zingen is dan met zijn stem.

De gitaar gaat helemaal volle bak in een lang rockstuk aan het eind van het officiële deel van zijn concert, met onder meer ‘Guitar’, waarin zijn galmende gitaar en krijsende stem dichter bij dampende hardrock komen dan we doorgaans van Prince gewend zijn. De razende rock overtuigt vooral bij de solo’s waarin hij vol gevoel zijn noten aanslaat en laat echoën.

Het jamsessiegehalte van de avond wordt versterkt door het grote aantal covers; zoals een funky ‘Come Together’ van The Beatles en ‘Stand!’ van Sly & the Family Stone. Van ‘I Want You Back’ – eerder in het weekend wervelend vertolkt door Janelle Monáe – van The Jackson 5, had meer gemaakt kunnen worden. Het is een gemiste kans dat hier een zangeres de hoofdrol krijgt, waar een adaptatie door Prince van de zang van Michael Jackson spannender had kunnen zijn.

In de toegift speelt Prince met zijn band energiek ‘Johnny B. Goode’, op de instrumentatie van ‘Peach’. En ‘Disco (Heat)’ van Sylvester, samen met ‘Baby I’m A Star’ in een funky pompende jam met bijbehorende discovisuals.

De performer Prince is in topvorm en geeft in een van zijn toegiften het publiek, dat hem geduldig door zijn muzikale universum liet slalommen, een bezielende uitvoering van ballad ‘The Beautiful Ones’ cadeau. Hij beschouwt zijn optredens op North Sea Jazz duidelijk als een drieluik waarin hij alle kanten op kan en mag en gaat, en is honderd procent in zijn element. Op de beste momenten – de meest indringende ballad, huiverende gitaartoon of rauwste funk – is het intense muzikale gevoel dat hij daar in legt overrompelend.

Saul van Stapele