Zelf het veld betalen

De bezuinigingen zijn overal voelbaar, tot in de kleinste gemeente. Wat zijn daar de concrete gevolgen van, voor bijvoorbeeld de ijsbaan en de kinderboerderij? Vandaag: de voetbalclub in Oldenzaal.

Op een broeierige maandagavond eind juni stond een menigte van honderd mensen voor het stadhuis van Almelo. Vooral kinderen, gekleed in gele, groene en rode sporttenues. Ze protesteerden met hun ouders tegen de voorgenomen bezuiniging op sportclubs.

Oldenzaal betaalt vanaf 2012 niet langer voor nieuwe sportinvesteringen, zoals nieuwe kleedkamers of een nieuw kunstgrasveld. Sportclubs moeten ook fors meer huur betalen voor de eigen sportaccommodatie: de gemeente betaalt nu nog 90 procent van de kosten. Maar die gemeentebijdrage zakt fors, zodat clubs straks eenderde van de kosten moeten betalen. Het gaat om een bezuiniging die tot en met 2015 oploopt tot ruim een half miljoen euro.

„Als deze plannen doorgaan, zullen de clubs noodgedwongen het contributiegeld verhogen”, zegt Jeroen Keizer, voorzitter van de Oldenzaalse voetbalvereniging Quick ’20. „Per maand zal een jeugdlid van onze club niet 15 euro maar 20 euro moeten betalen. Ook senioren moeten flink bijleggen.” Quick ’20 mag nog van geluk spreken dat het een grote vereniging is, met 1.850 leden. De huurverhoging kan dus worden verdeeld over velen. „Bij kleinere sportclubs in Oldenzaal is de rekening per lid straks dus hoger.”

Quick ’20 is toe aan nieuwe kunstgrasvelden, zegt Keizer. Het liefst wil hij elk elftal twee keer per week laten trainen. Kunstgras gaat langer mee dan echt gras. Nieuwe kleedkamers zijn ook geen overbodige luxe. Maar de gemeente betaalt vanaf 2012 niet langer mee aan nieuwe velden of kleedkamers. Yuri Liebrand, sportwethouder in Oldenzaal namens de VVD, begrijpt dat clubs moeite hebben met de plannen. „Maar met het snijden in kosten als ‘bedrijfsvoering’ en ‘personeel’ redden we het niet meer. We moeten 2,5 miljoen euro bezuinigen in 2013 en vanaf 2015 jaarlijks 4 miljoen. De impact op leuke dingen als sport is echt onvermijdelijk.”