'Rij dan tegen boom'

Naam: Theo de Rooij

Leeftijd: 54

Tourprestaties: acht deelnames, nu zaakwaarnemer Robert Gesink

„Bij de val van Hoogerland maakte de chauffeur een catastrofale inschattingsfout. Als ervaren Tourvolger moet je altijd voor de renners kiezen. Als je de keuze hebt tussen een renner of een boom, knal dan maar tegen die boom aan.

„In mijn tijd hadden volgwagens nog de vrijheid om het peloton voorbij te rijden. Om de vijf minuten kwam zo’n mafketel claxonnerend de ganse meute voorbij. Alsof je een soort dierentuinattractie was.

„Op een bepaald moment reden we in het peloton naar de bevoorrading. Net voor de bevoorradingszone wilde er nog een auto voorbij rijden. Vooraan in het peloton kon hij er niet meer door, maar toch probeerde hij er langs te rijden. Plotseling hoorde ik een doffe klap, als een kartonnen doos die ineenplofte, en zag ik een toeschouwer door de lucht vliegen. Die chauffeur reed doodleuk door!

„Ik begrijp dat er wagens voor de gasten nodig zijn. Je hebt als organisatie ook geld nodig. Alleen moet de Tourdirectie misschien eens goed kijken wat essentieel is. Waarom moeten technici van de Franse televisie zo nodig achter die kopgroep rijden? Die kunnen toch perfect voor de koers uit.

„Ik zie Hoogerland de Tour uitrijden. Als hij geen peesletsels heeft en de spieren niet te stram zijn van de klap, moet het haalbaar zijn. Johnny is een bikkel.

„Ik heb me geërgerd aan de kritiek op Gesink. Robert komt uit een moeilijke periode. Ik vind het zwak dat de pers al na een paar mindere dagen zijn mentaliteit en uitstraling in twijfel trekt. Schrijf Gesink niet af. Hij kan nog zijn rol spelen.

„Ik ben in de Tour één keer hard gevallen. Ik was bovengekomen op de Col de Joux Plane, op twintig minuten achterstand. Beneden in Morzine lag de aankomst, ik had tijd genoeg. Ik had me voorgenomen voorzichtig af te dalen. Plots stak een vrouw de weg over. Ik knalde vol tegen haar aan en ben een paar keer over de kop gegaan. Ik had een gat in mijn hoofd en mijn arm was uit de kom. Ik heb mijn arm zelf terug geduwd, een ambulance heeft mijn hoofd verzorgd en ik ben doorgereden. Die vrouw is bewusteloos afgevoerd. Ik heb nadien herhaaldelijk naar haar geïnformeerd, maar de Tourdirectie ontweek de vraag. De rest van de Tour heb ik tussen de volgwagens gereden. Ik kon niet harder fietsen dan veertig per uur, maar ik vertikte het op te geven.

„Als de adrenaline van het moment weg is, voel je pas echt de pijn. Als je alleen op je kamer zit, komen de emoties boven. Je hebt overal pijn, je voelt je ellendig. Maar je geeft niet op. Vóór Parijs wil je de Tour niet verlaten.”