Renskes ogen worden fel als vuur

Volgens de Britse psychologe en schrijfster Susan Quilliam kunnen vrouwen beter geen liefdesromans lezen: ze krijgen er maar ideeën van. Tijdens haar therapiesessies komt ze dagelijks vrouwen tegen die kampen met een onrealistisch beeld van de liefde, ontsproten aan de zoete woorden van de romantische fictie. Nu lijkt het me voor vrouwen die hun wereldbeeld

Volgens de Britse psychologe en schrijfster Susan Quilliam kunnen vrouwen beter geen liefdesromans lezen: ze krijgen er maar ideeën van. Tijdens haar therapiesessies komt ze dagelijks vrouwen tegen die kampen met een onrealistisch beeld van de liefde, ontsproten aan de zoete woorden van de romantische fictie.

Nu lijkt het me voor vrouwen die hun wereldbeeld invullen aan de hand van boeken sowieso een goed idee om therapie te volgen. Of om naast al die liefdesromans eens een paar boeken van Philip Roth te lezen, voor het romantisch tegenwicht.

Zelf was ik vroeger ook verslaafd aan liefdesromans, en wel aan de onbetwiste koningin der onrealistische liefdesverhalen: de Bouquetreeks. Als ik had verwacht dat mijn liefdesgeschiedenis er uit zou zien als in die verhalen, had ik gewacht op dit moment:

Met een zucht plaatst Renske een witte roos in het boeket. De volgende steekt ze gedachteloos in haar lange, dikke haar, dat bijna te zwaar lijkt voor haar frêle schouders. Een bruidsboeket… Maar niet voor haar. Zij maakt de boeketten alleen maar, schikt ze met haar mysterieuze talent om van een vaal herfstbosje nog een sprankelend boeket te maken. Nee, trouwen is niet voor haar weggelegd. Terwijl Renske gracieus wegloopt om de witte linten te pakken, klingelt de deurbel. Verschrikt kijkt ze op. Nog voor de man binnen is herkent ze zijn postuur, zijn mannelijke, nonchalante manier van lopen: het is Jack. Ondanks zichzelf voelt ze hoe haar knieën week worden bij de aanblik van zijn donkere, smeltende ogen, zijn zelfverzekerde lach. Nee, spreekt ze zichzelf toe. Niet toegeven. Het kan niet – het zal nooit kunnen. Denk aan zijn arrogantie, op het feest laatst. Bij die gedachte worden Renskes ogen weer fel als kolkend vuur. “Ja?” vraagt ze, zo onverschillig mogelijk. “Niet zo onvriendelijk, Anne,” zegt Jack. Dan is hij even stil. “Of moet ik zeggen: Renske.” Renske kijkt geschrokken op. “Ja, ik weet alles. Dat jij niet je zus bent, die in Canada is gaan wonen. Jij bent Renske, en eindelijk kan ik het toegeven: ik hou van je.” Het duizelt voor Renskes ogen en de wereld begint te draaien, maar voordat haar slanke lichaam de grond raakt, zijn daar Jacks sterke armen om haar heen. “Ik zal je altijd vangen”, fluistert hij.

We weten natuurlijk allemaal: dit moment zal niet komen. Ik heb geen idee hoe je moet bloemschikken, ik ken weinig mensen die Jack heten en liefdesscènes waar fier geheven paarse lansen in voorkomen zijn in het echt leven een beetje eng. Uiteindelijk moeten we het doen met de onbeholpen liefde uit de realiteit – vaak een stuk minder stormachtig, maar wel veel verrassender.