Prince laat al zijn muzikaliteit zien

Niet alleen Prince, maar ook Kyteman en andere artiesten kozen op North Sea Jazz voor het avontuur in plaats van het getrouw spelen van hun hits.

Een devote funkdiscipel, een kermende rockster en een gloedvolle balladzanger; Prince beklemtoonde op North Sea Jazz 2011 elke nacht een ander aspect van zijn muzikale identiteit. Als meest besproken artiest van deze editie leek hij het jazzfestival dit weekend als een speeltuin te zien, waarin hij drie nachten lang door alle hoeken en gaten van zijn muzikale universum kon glijden, schommelen en klimmen.

Prince zette in de geest van het festival niet zichzelf maar de muziek in de schijnwerpers. Soms letterlijk, wanneer hij een bijrol verkoos terwijl anderen zongen en soleerden. En vaker figuurlijk, zoals zaterdagnacht met een gloedvolle live-versie van Joy In Repetition, als beginpunt van een show vol intense rockballads en dampende hardrock waarin hij zijn gierende gitaar liet vonken, huilen, praten en lachen.

Prince had nauwelijks de behoefte getrouw zijn grote hits te spelen. Van Alphabet St. bouwde hij een razende turbofunkvariant en van Peach mengde hij de instrumentatie met een energieke cover van Johnny B. Goode. Prince beschouwde zijn optredens – met een wel heel uitvoerige gastrol van funksaxofonist Maceo Parker – als een drieluik waarin hij alle kanten op kon, mocht en ging. Op de beste momenten – de meest indringende ballad, huiverende gitaartoon, of rauwe funk – was het intense muzikale gevoel dat hij daarbij toonde, overrompelend.

Ook artist-in-residence Kyteman koos op de laatste dag van het festival voor het avontuur in plaats van de hits. „We hebben geen idee wat we gaan doen”, kondigde hij aan, voorafgaand aan een als jamsessie opgebouwde show met zijn bijeengeroepen hiphoporkest. Het was boeiend om live de soepele, spontane muzikaliteit te zien ontstaan zoals die aan dit succesnummer ten grondslag lag. Kyteman kondigde voor 2012 een nieuw album aan van zijn project.

Een van de opvallendste acts in het popprogramma was de sfeervolle hiphopsoul van het op het laatste moment toegevoegde Electric Wire Hustle uit Nieuw-Zeeland. Dit bood een frisse en vooruitstrevende combinatie tussen analoog en elektronica, met heerlijk losse drums, funky futuristische synthesizertonen, echoënde, ontspannen soulzang en dromerige gitaarklanken.

De jonge muzikanten wurmden zich na afloop door de massa voor het eerbetoon aan (en met) vibrafonist Roy Ayers door jazzpianist Robert Glasper en hiphopproducer Pete Rock. Rock is een van hun directe muzikale voorouders die in zijn werk rapmuziek en jazz samenbracht. Ayers vertolkte onder meer zijn in hiphop veel gesampelde We Live In Brooklyn Baby, terwijl Pete Rock er live scratches bij deed.

Ook Braziliaan Sergio Mendes sloeg een brug tussen muziekstijlen, met een versie van onder meer zijn Água de Beber, aangevuld met moderne Engelstalige raps van rapper H20.

Een succesnummer was de Vlaamse popzangeres Selah Sue, die zelf beduusd was van het immense publiek dat ze trok met haar lichte, van reggae en rock doortrokken pop. Ntjam Rosie bracht haar zonnige Afrosoul scattend, lachend en zingend in een zomerjurkje dat wapperde in een lichte bries. Raphael Saadiq vertolkte met vuur zijn afwisselend lichte en pittige retrosoul. En Snoop Dogg hervond zijn oudere, rauwere toon in een loom pompende, nostalgische gangsta-raprevue, inclusief strippers. Want er waren natuurlijk ook genoeg muzikanten die precies deden wat er van ze verwacht kon worden. Of het nu Bootsy Collins was, met een stervormige gitaar en een uitgerekte versie van zijn funkjam I’d Rather Be With You of de veteranen Tom Jones en Chaka Khan, die nog maar eens kwamen doen wat ze overal en altijd doen.