Niet poetsen maar lullen

Alles wat God verboden heeft, dat wil Robert Ankers hoofdrolspeler juist zo veel mogelijk doen.

Dat lukt hem goed. Maar wat moet de lezer daarmee?

‘Non blaterare sed polire’. ‘Niet lullen maar poetsen’. Dat lezen we ergens halverwege Oorlogshond, de nieuwe roman van Robert Anker. Een classicus zegt het voor de grap tegen een kapitein, als hij hem snel in actie wil laten komen. Geen woorden maar daden. Het zou ook meteen het motto van het boek kunnen zijn, dat lijkt te willen uitdragen dat daadkracht en geleerdheid, praktisch vernuft en boekenwijsheid goed samen gaan.

Opmerkelijk is trouwens dan weer wel dat het boek er in Oorlogshond niet al te best afkomt. Verschillende erkende literaire meesterwerken krijgen hier een zuinige recensie. Op zoek naar de verloren tijd van Proust? ‘Niet om door te komen, wat een stomvervelend boek.’

Je doet er goed aan de provocerende uitspraken van zijn romanfiguren met een korreltje zout te nemen. Oorlogshond is een in alle opzichten strijdlustige en uitdagende zij het ook nogal wispelturige roman. Hoofdpersoon Michiel doet alles wat God verboden heeft. Hete seks met middelbare scholieren, soms ook met twee of meer tegelijk. Illegaal wapenbezit. Cokesnuiverij en drugshandel. Brandschatting en plundering. Koel uitgevoerde vergeldingsacties in het Amazonegebied en in Oekraïne. Vrijwillige deelname aan een stammenoorlog in Afrika. En hij slaagt er zelfs in een complete volksopstand op poten te zetten met vele doden en gewonden tot gevolg.

Michiel is een wonderlijke en ook behoorlijk onwaarschijnlijke figuur, deze gewelddadige held van Anker. Er huizen twee zielen in zijn borst. Aan de ene kant is hij een nihilist met een duistere blik op de wereld, die alleen doet waar hij zelf ‘zin an’ heeft, à la Pim Fortuyn. In de loop van de roman gaat hij steeds meer lijken op professor Pim, compleet met hond, kale kop, maatpak met cowboylaarzen en boude uitspraken.

Aan de andere kant is hij niet helemaal van God los, want hij wil maar al te graag geloven in liefde en schoonheid. En als iemand een goed plan bedenkt, dan is hij meteen bereid er ‘helemaal voor te gaan’. Met alle gevolgen van dien. Steeds opnieuw werpt Michiel zich in de strijd – en steeds opnieuw loopt het slecht af. Onafgemaakte plannen, brandende puinhopen, doodgeschoten vriendinnen die gewroken moeten worden. Haastig vertelde, vaak knap ingewikkelde scènes. Vooral het Afrikaanse intermezzo, met Indiase, Duitse en Chinese opdrachtgevers, huurlingen uit de hele wereld, Afrikaanse legers en natuurlijk nog de UN-vredesmacht, is amper te volgen.

Wat hebben we nu aan dit jongensboek met zijn vele sweeping statements over Afrikaanse rebellen, de bio-industrie, het failliete Amerika, het corrupte Afghanistan of de herkenbaarheid van de boerenlul? Wil Anker ons alleen maar vermaken met James Bond-achtige, explosieve taferelen of moeten we er ook nog iets van opsteken? Wil hij ons hoeden voor Wilderstoestanden? Moeten wij ons gaan bevrijden van iets of iemand?

Veel vragen, geen antwoorden. Ik houd het er voorlopig maar op dat hij ons wil waarschuwen voor onbezonnen acties. Het is beter bedenkelijke maatschappelijke ontwikkelingen kritisch te volgen dan er als een karatevechter maar meteen bovenop te springen. Dat is per slot ook precies wat hij zelf met Oorlogshond zo oeverloos doet: niet poetsen, maar lullen.

Robert Anker: Oorlogshond. Querido. 336 blz. € 18,95.