Nederland kampt met massa-immigratie

Mythe: Nederland wordt overspoeld door migranten, vooral door laaggeschoolde moslims. Die brengen, in de woorden van Wilders, een ons wezensvreemde cultuur en religie met zich mee, waardoor Europa zal veranderen in een soort Eurabië.

Wat is massa-immigratie? Volgens onderzoeksinstituut NYFER, dat vorig jaar op verzoek van de PVV onderzoek deed naar de kosten en baten van migratie, kun je spreken van massa-immigratie als er in een jaar 25.000 buitenlanders bijkomen. Wie met dat in het achterhoofd naar immigratiecijfers kijkt, schrikt zich te pletter: in de afgelopen twee decennia kwamen er per jaar gemiddeld maar liefst zo’n 120.000 buitenlanders naar Nederland.

Maar er gingen er ook veel weg. Na aftrek van emigratie komt het gemiddelde uit op een kleine 40.000 per jaar, nog steeds veel meer dan de NYFER-norm. Maar daar zitten ook Nederlanders, Europeanen, hoogopgeleide Amerikanen, Chinezen, Japanners en Indiërs tussen en ook nog behoorlijk wat adoptiekinderen (zo’n 10 procent). Migranten, kortom, die geen onderwerp van discussie zijn.

Wie vervolgens inzoomt op de wel als problematisch ervaren migranten (Marokkanen, Turken, Antillianen en Somaliërs) komt uit op een veel lager gemiddeld migratiesaldo: tussen 2001 en 2009 zo’n 3.900 per jaar, ver onder de Nyfer-norm. „Hoe je daar ook over denkt: géén massa-immigratie”, zeggen de broers Lucassen in hun boek.

Maar opmerkelijk genoeg zijn politici en journalisten de term massa-immigratie in die periode alleen maar vaker gaan gebruiken (zie kader). Jan en Leo Lucassen concluderen daaruit dat de politiek „een eigen realiteit’’ heeft geconstrueerd. Voor Marokkanen, waar het migratiedebat zich meestal op toespitst, was het migratiesaldo in 2006 en 2007 zelfs negatief (-832) en in 2006 licht positief (+52).

De hoogtijdagen van de Marokkaanse immigratie liggen natuurlijk in de jaren zeventig en tachtig, met als hoogtepunt het jaar 1980 toen er zo’n 10.000 Marokkanen naar Nederland kwamen en er ongeveer 1.000 vertrokken. De heersende opvatting is dat Nederland in die jaren de grenzen openzette voor migranten, maar niets is minder waar: de instroom was paradoxaal genoeg juist het resultaat van een restrictief migratiebeleid. Dat werkt zo:

Tot aan de oliecrisis van 1973 werd de immigratie gedreven door de arbeidsmarkt. Als het goed ging meldden zich arbeidskrachten, als het slecht ging vertrokken ze weer naar eigen land. Als antwoord op de oliecrisis besloot Nederland de arbeidsmigratie echter sterk te beperken. De gastarbeiders die al binnen waren beseften: als ik nu vertrek, kom ik nooit meer binnen. En dus bleven ze, sterker nog: ze lieten hun gezin overkomen, met de piek aan Marokkanen in 1980 tot gevolg.

Door de bizarre combinatie van stijgende werkeloosheid én immigratie zijn we gaan geloven dat de Marokkanen massaal bleven omdat er hier zulke goede voorzieningen waren. Dat speelde natuurlijk mee, maar ze bleven ook omdat ze bang waren niet meer terug te kunnen keren en omdat hun eigen land er economisch nog veel slechter voor stond. Als Nederland vandaag de grenzen met Polen sluit, zullen de Polen die hier nu werken na een simpele rekensom waarschijnlijk óók blijven.