Maleisië beëindigt massale demonstratie met geweld

De grootste demonstratie tegen de Maleisische regering in Kuala Lumpur sinds vier jaar is zaterdag met geweld beëindigd. De politie arresteerde bijna 1.700 demonstranten, van wie de meesten alweer zijn vrijgelaten. Twaalf betogers raakten gewond, onder hen oppositieleider Anwar Ibrahim.

De Maleisische regering had van tevoren een groot deel van de stad afgegrendeld en verschillende mensen gearresteerd, om te voorkomen dat de demonstratie zou plaatsvinden. Zij ging niet akkoord met de locatie die de betogers hadden uitgekozen, omdat die te dicht bij het centrum zou zijn. Zo’n tienduizend demonstranten slaagden er toch in door het kordon heen te komen en werden met geweld verwijderd.

De betogers protesteerden voor eerlijkere verkiezingen. Zij eisen dat de oppositie evenveel ruimte krijgt in de door de staat gecontroleerde media, zij willen dat Maleisiërs mogen stemmen vanaf 18 jaar in plaats van 21. En zij vragen om meer waarborgen om fraude te voorkomen.

Het was de grootste demonstratie sinds 2007. Die betoging vormde de opmaat tot de verkiezingen in 2008, waarbij de oppositie een recordresultaat behaalde. Voor het eerst sinds de onafhankelijkheid ontnam zij toen regeringscoalitie Barisan Nasional een tweederde meerderheid en kreeg zij de macht in 5 van de 13 staten.

Sindsdien heeft de oppositie nauwelijks op dat succes kunnen voortbouwen. Oppositieleider Anwar Ibrahim staat nog terecht omdat hij wordt verdacht van het verkrachten van een mannelijke assistent, wat als een politiek gemotiveerde rechtszaak wordt beschouwd. De populariteit van premier Najib Razak is intussen gestegen tot 70 procent begin dit jaar.

Dat zaterdag nog zo’n 10.000 betogers zijn komen opdagen, ondanks de dreigende taal van de regering, wordt gezien als een opsteker voor de oppositie. Daarmee wordt het minder waarschijnlijk dat de regering dit jaar al verkiezingen zal uitschrijven, zoals de verwachting was. Uiterlijk in de zomer van 2013 moeten verkiezingen worden gehouden.