In Syrische stad Hama heeft Assad niets meer te zeggen

Op YouTube doken vrijdag beelden op van een massale anti-regeringsdemonstratie in Hama. Betogers droegen een kilometers lange Syrische vlag met zich mee. Foto AFP

Syrië maakt vrijwel alle binnen- en buitenlandse journalisten het werken onmogelijk. Toch slaagde The Economist er in om de stad Hama binnen te komen, waar het regime van president Bashar al-Assad vrijwel niets meer te vertellen heeft.

Op de site van het Amerikaanse blad is een korte reportage vanuit Hama te lezen. Het verzet tegen het regime is er groot: afgelopen vrijdag en de week daarvoor demonstreerden in totaal honderdduizenden inwoners tegen de president en de regering. Hama is ook de stad waar het Syrische regime in 1982 een eerdere volksopstand bloedig neersloeg, met tienduizend doden tot gevolg.

De sfeer in de stad wordt omschreven als “vastberaden en angstig”. Jongens met houten stokken bemannen geïmproviseerde checkpoints en op wegen zijn met allerhande materialen blokkades opgeworpen om te voorkomen dat het Syrische leger de stad kan binnentrekken:

“De straten zijn akelig stil; winkelluiken zijn gesloten en er zijn bijna geen auto’s op straat. Er is geen teken van het Assad-regime overgebleven. Afbeeldingen van president Assad zijn naar beneden gehaald en de plek waar ooit een standbeeld van zijn vader stond is leeg. Buiten de stad wachten de regeringstroepen.”

Een dreigende aanval van het leger op de stad hangt als een beklemmende wolk boven Hama. De burgercheckpoints worden ‘s nachts door zeker vijftien man bemand om een mogelijke belegering vroegtijdig te signaleren. De jonge bewakers worden door de rijken uit Hama voorzien van water en voedsel.

In het slot van de reportage beschrijft de verslaggever van The Economist de protesten van afgelopen vrijdag, toen honderdduizenden betogers onder meer een Syrische vlag van drie kilometer met zich mee droegen. ‘s Avonds keerden de rust en de burgercheckpoints weer terug. “Hama blijft gespannen terwijl weer een week van volharding aanbreekt.”