In Kaapstad ben je nooit wit genoeg

Hard, romantisch, exotisch. Elke wereldstad heeft zijn eigen imago. NRC Handelsblad gaat deze zomer op zoek naar de werkelijkheid achter het cliché van de wereldstad. Elke week een andere, op deze pagina’s en op zaterdag in de bijlage Lux. Deze week: Kaapstad.

Een achterafzaaltje in het centrum van Kaapstad rond lunchtijd. „Welkom bij de presentatie van de resultaten van de waarheid-tegen-verzoeningscommissie”, zegt filmmaker, dichter en beroepsprovocateur Aryan Kaganof. Met strakke blik staart hij doodserieus naar de ongeveer twintig verraste belangstellenden.

Vier korte films laat hij zien. Harde rave-muziek klinkt, teksten vliegen over het doek. In het laatste filmpje rake klappen en bloed: politiegeweld tegen gekleurde mensen in de arme wijk Hangberg, eind vorig jaar, bij de Kaapse badplaats Hout Bay.

„We leven in een politiestaat”, oreert Kaganof vanaf het podium. In de zaal hangt een pop van een vliegende ex-aartsbisschop Desmond Tutu, ooit voorzitter van de echte waarheids- en verzoeningscommissie. „De zwarte regering is de parkeerwachter van de witte macht”, zegt de filmmaker.

Aryan Kaganof was negentien jaar oud toen hij zich Ian Kerkhof noemde en Zuid-Afrika ontvluchtte. Hij wilde niet meevechten in de grensoorlogen van het apartheidsregime. In 1983 was dat. Hij kreeg een asielstatus in Nederland en woonde zestien jaar in Amsterdam. Hij werkte bij de anti-apartheidsbeweging, studeerde aan de Filmacademie. Hij werd een cultfilmer die choqueerde met experimentele films vol seks, drugs en geweld.

Een brief van de vriendin van zijn tot dan toe onbekende vader voerde hem in 1999 terug naar Zuid-Afrika. In zijn geboortestad Johannesburg nam hij de joodse achternaam van zijn vader weer aan. Zijn voornaam werd Aryan, ‘ariër’. „Vond ik mooi voor een blanke in Afrika”, zegt Kaganof. „Maar Aryan komt uit het Sanskriet, het staat voor iemand uit een hogere kaste. Maar wel iemand die het kastesysteem verwerpt. Dus het is weer niet helemaal wat je denkt dat het is.”

Drie jaar geleden vluchtte hij opnieuw. Zoals zoveel blanke Zuid-Afrikanen verruilde hij de woeste wereldstad Johannesburg voor het meer gemoedelijke en dorpse Kaapstad. „Hij schoot vijf keer”, zegt Kaganof over de overvaller in het park. „En vijf keer mis. Mijn vriendin was zwanger. Ik zei: nu gaan we naar Kaapstad, want daar is het veilig.”

De verhuizing viel niet mee. „Ik kende Kaapstad zoals de meeste mensen Kaapstad kennen: als een prettige vakantiestad, een makkelijke stad waar het prettig toeven is. Maar het is een veel ingewikkelder stad dan iedereen denkt. Kaapstad heeft een achilleshiel die je als toerist niet ziet”, zegt hij. „Nergens is de apartheid zo geslaagd als hier. Nergens is de blanke macht zo dominant als in Kaapstad. Het gordijn is opgetrokken: meer dan waar ook is de witte macht hier openlijk aanwezig, overal en altijd. Als zwarte in Kaapstad heb je zelfs niet de illusie van macht. Sommige mensen zeggen: de economische tegenstellingen zijn niet langer raciaal, ze drukken een klasseverschil uit. Ik geloof daar niets van. Misschien in Johannesburg, in Kaapstad niet.”

Zogenoemde ‘kleurlingen’, mensen van gemengde afkomst die vooral in dit deel van het land wonen en van huis uit Afrikaans spreken, stemmen op de overwegend blanke partij van premier Helen Zille die het hier voor het zeggen heeft. Kaganof: „Mensen zijn geïndoctrineerd door het idee dat een blanke beter voor je is. Terwijl dat nooit zo geweest is.”

Hij liep laatst door het rijke stadscentrum, vertelt hij. Stuurde zichzelf een sms-bericht: ‘In Kaapstad geven ze je altijd het gevoel dat je niet wit genoeg bent’, tikte hij.

„En dat is de essentie. Haast niemand is wit genoeg om hier mee te mogen doen. De witten zijn witter dan waar ook. Zelfs hun Engels is bizar. Ze spreken met het accent dat je alleen nog hoort in films uit de jaren vijftig: volgens een koloniaal idee van hoe Engels hoort te klinken. Whiteness, alles draait om whiteness”, zegt Kaganof in zijn vrolijke mix van Engels en Nederlands. „Kaapstad is een ugly plaats.”

We zitten op een prettig terras in een prettige winkelstraat in het centrum van de stad. Kaganof koos de plek uit. Hij woont hier om de hoek, in een prettige blanke buurt. Later deze maand verhuist hij naar een wijk even buiten het centrum waar van oorsprong veel kleurlingen wonen. Kaapstad is een prima stad om te wonen, zegt hij steeds weer. „Kijk, dit is toch net New Orleans: de lange straat met Victoriaanse balkonnetjes, overal barretjes en muziek. Ik woon hier met groot plezier.”

Maar zodra hij iets vriendelijks over de stad heeft gezegd, begint hij weer over de keerzijde. „Laat je niet voor de gek houden door de kosmopolitische uitstraling.”, zegt hij. „Kaapstad, dat is de Tafelberg. Die berg is de façade. Erachter wonen de miljoenen armen die in deze stad niet meedoen. Deze stad is het succesverhaal van de apartheid.”

Het koloniale en aangename Kaapstad kan volgens hem bestaan dankzij dat andere Kaapstad. Het ultieme voorbeeld is ‘Blikkiesdorp’. We gaan er naartoe. Kaganof wijst op de verzameling golfplaten huisjes die door lokale bestuurders op de winderige Kaapse vlakte werd neergezet, als tijdelijke onderkomen voor mensen die onder andere vanwege het WK-voetbal hun huis kwijtraakten. „Blikkiesdorp is de hel. Wie daar woont, zal nooit enige hoop hebben. Ik heb me als Zuid-Afrikaan nooit zo bezwaard gevoeld als op die plek. Waar ter wereld heb je een krottenwijk die door de regering is gebouwd?”

Dan zegt hij: „In de volmaakte regenboognatie heb ik nooit geloofd. Het probleem met die verzoeningsideologie is dat hij ervan uitgaat dat we allemaal goede mensen zijn, witten en zwarten. Maar we zijn niet allemaal goed. De horror die honderden jaren plaatsvond in Kaapstad, heeft een ziel en die is nog springlevend.”

Naast het terras begint een alarm oorverdovend te loeien. Politie rukt uit.

„Dat er in 1994 verkiezingen waren”, vervolgt Kaganof, „betekende niet dat het geweld stopte. Als je in 1988 een auto kaapte, dan was dat politiek geweld. Nu is het criminaliteit.”

De maker van de voor cinefielen legendarische hedonistische housefilm Naar de klote! (1996) werd activistisch in Zuid-Afrika. „In Kaapstad kan ik als filmmaker een bijdrage leveren. Echt. Er zijn sociale problemen waar niemand zich mee bezighoudt, en ik wel. Het helpt dat ik Zuid-Afrikaan ben. Ik begrijp de nuances beter. In Nederland keek ik naar het protest van Freek de Jonge en ik snapte maar de helft. Mijn begrip was oppervlakkig. Zuid-Afrika is mijn land, ik denk dat mijn kunst hier relevant is. Misschien is dat bullshit. Maar alleen al het gevoel dat ik denk dat het zo is, is genoeg.”

Zijn laatste film gaat over Hangberg, de woonwijk van kleurlingen bij de comfortabele suburb Hout Bay. De overwegend blanke regering van de West-Kaapprovincie wilde daar vorig jaar een aantal huizen ontruimen, maar stuitte op forse tegenstand. Met bloederige beelden van het politiegeweld neemt Kaganof het 90 minuten lang op voor het verzet. „Kleurlingen zijn altijd het slachtoffer. Ook zij zijn niet wit genoeg, maar ze waren hier het eerst”, zegt hij. „Wat Kaapstad zo interessant maakt is dat deze groepen zich steeds meer presenteren als de oorspronkelijke bewoners, als nakomelingen van de Khoi en de San. Tot nu toe eigenden de witten zich meestal het slachtofferschap van het nieuwe systeem toe. Maar eigenlijk zijn de bruine mensen slachtoffer. Niemand neemt ze serieus. De politie behandelt ze als ongedierte.”

Tijdens de apartheid hadden kleurlingen een soort bevoorrechte positie, vooral omdat ze van huis uit Afrikaans spraken. Kaganof was dramaturg bij de vorig jaar in Zuid-Afrika opgevoerde ‘hiphop-opera’ Afrikaaps, over de Kaapse kleurlingenvariant van het Afrikaans. Dit najaar toert die productie ook langs Nederlandse schouwburgen, met onder andere rapper Def P.

„Ik ben opgevoed in het Engels en had een zekere afkeer van het Afrikaans”, zegt hij. „In de jaren tachtig ontdekte ik in Nederland het Afrikaans. De wetenschapper Vernie February vertelde me dat het eerste geschreven Afrikaans in Arabisch schrift was. Hij vertelde me dat de meerderheid van de Afrikaanssprekenden altijd bruin is geweest. Het is fascinerend om die veel bredere geschiedenis ook in Nederland te mogen vertellen.

„De toekomst van kleurlingen bepaalt wat mij betreft de toekomst van Zuid-Afrika. En die slag wordt in Kaapstad gestreden. Kleurlingen beginnen hun identiteit te ontdekken. Ze willen niet langer een uitzondering zijn. Zij woonden hier eerder dan de blanken of de zwarten. Dat maakt Kaapstad op dit moment de interessantste plaats van Zuid-Afrika.”