Hoe gebeurt de tijdsopname in de Tour?

In de Tour de France kan een seconde het verschil betekenen tussen winst en verlies. Daarom is een correcte tijdsopname van groot belang. Hoe gebeurt dat nu in de praktijk, vroeg de redactie van nrc.next zich af.

De tijdsopname bij wielerwedstrijden gebeurt tegenwoordig elektronisch, maar de wedstrijdjury speelt nog steeds de voornaamste rol. „Deelnemers aan een wielerwedstrijd hebben op hun fiets een chip gemonteerd”, vertelt Henk van Beusekom, sportmanager van de Nederlandse Wielren Unie. „Even voor de streep staat een meetunit. Die unit registreert op een duizendste van een seconde nauwkeurig het moment waarop de voorzijde van de band de streep overschrijdt. Elke chip is gelinkt aan een renner. Zo kun je zeer snel een uitslag opmaken”.

„Wanneer een renner van fiets wisselt, is er een probleem. De nieuwe fiets heeft namelijk een andere chip. Wanneer een renner van fiets wisselt, moet een jurylid die wissel doorgeven via de koersradio. Zo weet men dat die renner onder een nieuw chipnummer rijdt.

De elektronische meting is echter niet genoeg. De eerste plaatsen worden door middel van fotofinish bepaald. Op de eindstreep staat een hogesnelheidscamera. Op basis van deze beelden stellen de juryleden de uitslag op. Ze identificeren de renners aan de hand van hun kaderplaatje, waarop hun rugnummer staat. Dat doen ze enkel voor de eersten, voor het grootste deel van het peloton vertrouwen ze op de chips.

In een rittenwedstrijd als de Tour de France telt ook niet de reële tijd. Wanneer het peloton en groupe over de meet rijdt, worden alle renners van die groep in dezelfde tijd gerekend. Wanneer er een gat van meer dan een seconde is, vervalt die regel echter, en krijgen de achtervolgers het tijdsverschil met de eerste van de groep aangerekend. Vandaar dat kopmannen in de Tour zelfs bij de vlakke aankomsten zo nerveus zijn. Ze dreigen immers tijd te verliezen zonder echt gelost te zijn.

In de Tour bestaat ook de regel dat renners die in de laatste drie kilometers ten val komen, dezelfde tijd krijgen als de groep waarin ze op dat moment zaten. Dat geldt wel alleen voor vlakke ritten. Zo hoeven klassementsrenners geen onnodige risico’s te nemen in de massasprints.

Jeroen Zuallaert