Het leven gaat door, zegt iedereen

Alle zichtbare herinneringen aan de schietpartij van 9 april zijn uit winkelcentrum De Ridderhof weggehaald. De winkeliers willen rust. Maar het gewone leven is nog wankel.

Sandra Lindeman was op 9 april niet in winkelcentrum De Ridderhof. Normaal zou ze er wel geweest zijn, want op zaterdag werkte ze altijd bij Square Mode, de kledingboutique van Margriet ter Haar. Maar op 9 april vierde haar broer zijn verjaardag. En dan ook nog eens op de „absurde tijd” tussen elf en twee uur. Ze had vrij genomen.

Toch is ook haar leven op die dag totaal veranderd. Op zaterdag 9 april schoot Tristan van der V. zijn wapens leeg in het winkelcentrum en doodde zes mensen. Een van hen was Lindemans bazin, haar „maatje”, de vrouw die haar heeft opgeleid. Sandra Lindeman begon negen jaar geleden bij haar als winkelhulp. Negentien jaar was ze toen en erg timide.

Nu zit ze in Square Mode aan de koffietafel, middenin de winkel. Die koffietafel was een idee van Margriet ter Haar. Klanten konden daar tijdens het passen even zitten en een lekker kopje senseo drinken. En zo is het nog steeds. Alleen is de winkel nu niet meer van Margriet ter Haar maar van Sandra Lindeman.

De winkel is nog precies zoals hij was. Dat zal wel iets gaan veranderen, zegt Lindeman. Niet ingrijpend, dat wil ze niet. Maar als de collectie die er nu hangt, is uitverkocht, zal ze een nieuwe collectie uitzoeken. En daarin zal haar eigen smaak meer doorschemeren. Het uitgebreide assortiment grote maten blijft natuurlijk. Vrouwen komen er van ver buiten Alphen voor naar de winkel. De befaamde modeshows blijven ook. En de naam blijft gewoon Square Mode. Maar het logo wil ze iets aanpassen. Het moet háár winkel worden, want het leven gaat door.

Het leven gaat door. Iedereen zegt het in winkelcentrum De Ridderhof. Het was een verschrikkelijke zaterdag, niemand had ooit kunnen geloven dat zoiets in het rustige Alphen aan den Rijn zou kunnen gebeuren. Maar het gebeurde. Het is voorbij. En nu gaan we weer verder.

Alle zichtbare herinneringen aan de schietpartij zijn weggehaald – als eerste de bloemenzeeën die waren aangegroeid op de plekken waar de zes doden vielen. Maar ook de geïmproviseerde herdenkingstafel middenin het winkelcentrum is er niet meer. In de eerste dagen na de schietpartij lieten mensen daar bloemen, kaarsen en gedichten achter. Het herdenkingsmonument met tekeningen van schoolkinderen – weg. Zelfs de kippengrill van restaurant Kip &Zo in het midden van het winkelcentrum heeft een nieuwe zijkant: zonder kogelgaten.

„We willen rust”, zegt Ella Joumaiyl, eigenaresse van Pingouin Wol en Handwerken. Voor de deur van haar winkel werden drie mensen vermoord. Zij trok de tienjarige pleegdochter van één van de slachtoffers naar binnen en ontfermde zich over het meisje. Abusievelijk stond in verschillende kranten dat Ella Joumaiyl was omgekomen. Grote consternatie. „Het was een hectische tijd”, zegt ze. „Op een gegeven moment heb je het verhaal zo vaak verteld dat het je de neus uitkomt.”

We moeten door. Het klinkt als een mantra. Ella Joumaiyl, zegt het. Kapper Appie Derkaoui zegt het. Bloemenverkoper Iwan van der Sluis zegt het. Zijn baas werd in de schouder getroffen en is nu gedeeltelijk arbeidsongeschikt verklaard.

Ze draaien weer op routine, zeggen ze. Al is het gewone leven nog wankel. Iwan van der Sluis slaapt pas sinds drie weken weer een beetje normaal. Hij had zich op 9 april met een paar klanten verstopt in de koelcel, ze waren er een uur gebleven. Hij was nog nooit zo bang geweest. Zeker achttien gesprekken heeft hij gehad met medewerkers van slachtofferhulp. Dat heeft erg geholpen, zegt hij. Nu moet hij de herinneringen van zich proberen af te schudden.

Ella Joumaiyl gaf de schietpartij „een plekje” zonder hulp. Alle gesprekken met klanten en collega-winkeliers waren therapie, wat haar betreft. Ze is er overheen, zegt ze. Maar toen laatst haar man op het tuinhek hamerde om het te repareren, schrok ze zich „de tandjes”. Ze werd zelfs nijdig op hem. „Man, wat doe je nou?” Hij had er even niet aan gedacht. Sinds 9 april, zegt ze, mijdt ze ook grote menigtes.

Appie Derkaoui is er ook „helemaal klaar” mee. „De eerste dagen was ik misselijk en boos”, zegt hij. Aan al zijn klanten in de kappersstoel moest hij steeds weer vertellen wat er gebeurd was. Wat heb je gezien? Wat heb je gedaan? Zelfs uit Marokko werd hij gebeld. Wat is daar bij jullie aan de hand? Hij had Tristan van der V. ook regelmatig in zijn kapsalon gehad, dat vonden zijn klanten ook erg interessant. Maar hem staat het inmiddels tegen.

Hoe praten de mensen in het winkelcentrum over de ouders van Tristan van der V.?

Ach. Wellicht konden zij er niks aan doen dat hun zoon plotseling geschift werd. Wel rekenen ze het hun aan dat hun zoon de beschikking had over wapens. Ella Joumaiyl heeft een schizofrene zus. „Daar kan niemand iets aan doen, maar als ze langskomt zet ik wel even het messenblok weg.”

In de eerste twee weken na de dood van Margriet ter Haar wist Sandra Lindeman niet dat zij de winkel zou gaan overnemen. Ze dacht dat ze haar baan kwijt was. Maar de erven van Margriet ter Haar bleken het haar te gunnen. Iemand anders wilde haar geld lenen tegen een lagere rente dan die van de bank. Haar vriend Ron Pool steunde haar. „Margriet zou het fijn hebben gevonden”, zegt ze met tranen in haar ogen.

In het flatgebouw waar Tristan van der V. woonde, op een paar minuten lopen van De Ridderhof, lijkt het of er nooit iets is gebeurd. Buren doen de deur niet open, ze zeggen door de intercom dat ze „geen belangstelling” hebben voor een gesprek. „Ik denk er nooit meer aan”, zegt een jongen die tegen zessen met een tas vol blikjes bier naar binnengaat. „Alleen als er hier weer journalisten staan.” Een vrouw op een Puchfiets met een kind in het zitje zegt dat mensen in dit deel van Alphen – veel hoogbouw met daartussen eengezinswoningen uit de jaren zeventig – zich weinig met elkaar bemoeien. „Dat is echt niet opeens veranderd. Die enorme saamhorigheid na de schietpartij, dat was maar tijdelijk.”

boven 10 april: