Gesink kon tijdens de laatste klim weer op buitenblad naar boven

Robert Gesink lijkt zich te hebben hersteld van zijn zware val. Hij kon gisteren weer met de besten mee. Tot opluchting van iedereen bij de Raboploeg.

„Niermann!” Raboploegleider Frans Maassen schreeuwt het uit, terwijl hij zijn Duitse renner Grischa Niermann omhelst na de finish van de negende etappe in de Tour de France. „Je hebt hem er doorheen gesleept.”

Robert Gesink is na een wonderbaarlijk herstel voorin geëindigd in de vooraf gevreesde rit over acht bergjes in het Centraal Massief. „Ik kon tijdens de laatste klim zelfs weer op het buitenblad naar boven”, zei de glunderende Rabokopman.

Is dit dezelfde renner die een dag eerder zei dat hij misschien niets meer in de Tour te zoeken had? Die na een harde val al dagenlang rondreed met pijn aan rug en heup, vol twijfels over het vervolg van de wedstrijd waar hij maandenlang alles voor gedaan en gelaten had. Die zaterdag enorm moest afzien en meer dan minuut verloor, uitgerekend op de verjaardag van zijn in oktober vorig jaar overleden vader. En die en passant ook nog zijn gewaardeerde ploegmaat Juanma Garate, betrokken bij dezelfde val als hijzelf, zag opgeven.

Op de eerste klim, de Côte de Massiac na 43 kilometer, moest Gesink als een van de eerste renners in het peloton lossen. „Het ging totaal niet”, vertelde Niermann na afloop. De Duitse meesterknecht, in 1998 door Theo de Rooij naar Rabobank gehaald, bleef bij zijn kopman. „Ik zie hem al dagenlang knokken, hij heeft veel pijn en slaapt slecht. Zijn moraal was gebroken. Veel renners in zijn positie zouden opgeven. Het was honderd kilometer knokken.”

Ook de sterke Maarten Tjallingii voegde zich bij de twee vrienden. „Het zag er niet goed uit. We hebben als leeuwen gevochten. ‘Het heeft geen zin, het heeft geen zin”, riep Robert. We zeiden dat hij het moest proberen, dan was dit maar de laatste dag. ‘Probeer er in te blijven geloven, bij ons blijven, bij ons blijven, vertrouw op ons, wij rijden het gat dicht, wij doen het werk.’ Zo praat je op hem in.”

Ploegleider Frans Maassen had er een hard hoofd in. „Ik dacht dat het over was”, vertelde de oud-coureur na afloop eerlijk. Maar net toen het geloof in de kopman wankelde, veranderde er iets. „Het zonnetje brak door en het leek wel of Robert direct beter ging rijden”, vertelde Tjallingii. Precies zoals osteopaat Björn Vanmelkebeke ’s ochtends al had voorspeld. De zon is het beste medicijn voor de gekwetste spieren in de onderrug.

Ook Maassen, achter Raborenner Luis-Leon Sanchez in de kopgroep, merkte de verandering. „Adri van Houwelingen riep op een gegeven moment over de communicatie: ‘probeer de finish te halen Lars.’ Die antwoordde: ‘dat gaat geen enkel probleem zijn.’ Toen wist ik dat het goed zou komen. Maar dat Robert zo goed aan de finish zou komen had ik niet verwacht. Dit zal hem veel moraal geven.”

Niermann (35) maakte de metamorfose van dichtbij mee. „In eerste instantie vroeg ik me af of Robert überhaupt nog wel de finish zou halen. Langzaam hebben we dat doel bijgesteld tot de verwachting dat hij misschien alleen op het laatste klimmetje tijd zou verliezen. En uiteindelijk kregen we zoiets van: we laten ons er helemaal niet afrijden. Ik ben helemaal naar de klote. Ik heb de hele dag bij Robert gereden. Eerst helemaal van achteren, toen van voren.”

Uitzinnig sloeg alles wat Rabo was elkaar aan de finish op de schouders. Ritwinst voor de dure Spaanse aankoop Sanchez, die zoals vooraf gepland een vroege vlucht knap afmaakte. Gesink nog altijd in de witte trui als beste jongere en perspectiefrijk op de vijftiende plaats in het klassement. De kopman dankte na afloop zijn ploeggenoten voor hun werk. „Anders was ik waarschijnlijk niet meer in deze Tour geweest.”

Niermann genoot aan de finish in stilte. „Dit kan de ommekeer zijn. Na de rustdag begint de Tour opnieuw.”