Geschilde appeltjes

Er zijn van die plekken in Europa waar het drama van de moderne geschiedenis aan de aarde, het gras en de bomen kleeft. Zoals iedereen de schaduw van de oorlog nog terug kan vinden in akkers rond Ieper en Verdun. Het westen van Tsjechië is zo’n plek.

Ik liep gisteren met m’n linkerbeen in Tsjechië en m’n rechter in Duitsland, precies daar waar ooit het IJzeren Gordijn hing. Dat generaties voor mij onder die grens hadden geleden wilde het bos niet meteen verraden. Maar even landinwaarts aan de Tsjechische kant liggen nog altijd de uitgeschoten boomgaarden en vervallen kavels van de Sudeten-Duitse bewoners die daar na de oorlog van werden verdreven. Als lieflijke oases van vervlogen leed.

Want na 300.000 vermoordde en verdreven Joden en een kapotgeschoten land, bleken de Tsjechen weinig compassie te hebben voor de drie miljoen etnische Duitsers binnen hun landsgrenzen. Die hadden immers staan juichen toen Hitler in 1938 hun Sudetenland annexeerde. En dus konden ze na afloop van de oorlog allemaal vertrekken. 240.000 vonden tijdens wraakacties en de vlucht die daarop volgde de dood.

De Nederlandse boer bij wie ik een stukje van mijn zomer doorbreng heeft er garen bij gesponnen. In de verwarrende nadagen na de val van het IJzeren Gordijn sprak Václac Havel nog over de mogelijkheid tot compensatie voor de berooide Sudeten-Duitse ballingen, in ruil voor aanname van het Tsjechisch staatsburgerschap. Hij was de eerste die het voor hen opnam. Maar het voornemen werd nooit uitgevoerd, en land dat niet alsnog werd opgeëist belandde in nieuwe handen. Zo ook in die van mijn Nederlandse gastgevers.

De frustratie over dat alles is tot ver over de Tsjechische grens en die van de eeuwwisseling hoorbaar gebleven. De Sudeten-Duitse verenigingen in Duitsland en Oostenrijk eisen nog altijd gerechtigheid, maar de enigen die luisteren zijn hun eigen leden.

En zo is een dramatisch stukje Europese geschiedenis onder Tsjechische zoden verdwenen. Met nog hier en daar de uitschieter van een ongesnoeide appelboom – toevallig op het verkeerde stukje grond tot wasdom gekomen.

Floris-Jan van Luyn