DiMaggio kleingeestige, egocentrische legende

Het honkslagrecord dat Joe DiMaggio zeventig jaar geleden vestigde, is nooit verbeterd. De honkballer werd er een legende door. Maar wel een die gierig en hebzuchtig was.

Deze zomer zeventig jaar geleden sloeg honkballegende Joe DiMaggio van de New York Yankees in 56 opeenvolgende wedstrijden een honkslag. De eerste was op 15 mei, de laatste op 16 juli 1941.

Het wordt algemeen beschouwd als het belangrijkste record van deze sport in de Verenigde Staten, zeker nu de homeruns (762) die Barry Bonds sloeg onder verdachte omstandigheden tot stand lijken te zijn gekomen. Het vermeende steroïdengebruik van Bonds en andere krachtpatsers uit het recente verleden heeft alle homerunrecords sinds de jaren negentig besmet. Bij wijze van contrast schittert het honkslagrecord van DiMaggio als nooit tevoren.

DiMaggio’s krachttoer wordt gereconstrueerd in een boek dat dit voorjaar uitkwam: 56: Joe DiMaggio and the Last Magic Number in Sports, van sportjournalist Kostya Kennedy.

In een ander recent boek, Joe DiMaggio, The Long Vigil door schrijver Jerome Charyn, wordt niet alleen het record uit 1941 maar ook de kortstondige echtverbintenis van de ster met actrice Marilyn Monroe uit de doeken gedaan. Het huwelijk, gesloten in 1954, hield nog geen jaar stand. Na haar overlijden in 1962 vond DiMaggio zichzelf opnieuw uit als levenslang rouwende ex. Honkslagrecord en bovenmenselijke rouwperiode maken DiMaggio tot een Amerikaanse held.

Volgens journalist Richard Ben Cramer (1950), die in 2000 met Joe DiMaggio: The Hero’s Life een standaardbiografie over hem schreef, is de blijvende aantrekkingskracht van DiMaggio niet vreemd. „Hij sloeg zijn record in 1941, tegen de achtergrond van een permanente oorlogsdreiging. Later dat jaar, na Pearl Harbor, werd Amerika de oorlog ingezogen, maar de angst dat dit zou gaan gebeuren was in de vroege zomer van 1941 bijna tastbaar. Die angst werd gedeeld door het overgrote deel van de bevolking.

DiMaggio zorgde met zijn reeks honkslagen voor afleiding en eenheid. Het hele land leefde oprecht met hem mee.” Cramer vervolgt: „Dat gevoel is nu ver te zoeken. Na de terreuraanslagen van 11 september 2001 heerste er even saamhorigheid, maar dat vloeide weg toen George Bush de bevolking opriep te gaan winkelen.”

Hij lacht. „Na de verkiezing van Barack Obama was er drie maanden opwinding bij iets meer dan de helft van de bevolking. Maar ook hij heeft niet het beste uit Amerika weten te halen. Als de politici het laten afweten, is het voor een honkballer onbegonnen werk de natie in bewondering te verenigen. De stemming in het land is er niet naar. De viering van het honkslagrecord van DiMaggio is een oefening in nostalgie. Toen was het land verenigd, nu kunnen we het nergens meer over eens worden.”

Cramer heeft de afgelopen vijf jaar gewerkt aan de biografie van Alex Rodriguez, de kortestop van de New York Yankees met het contract van 275 miljoen dollar exclusief bonussen. Rodriguez en teamgenoot Derek Jeter zijn de sterren van dit tijdperk. Vooral Jeter is populair, maar een Amerikaanse held is hij volgens Cramer niet.

„Hij is uitzonderlijk omdat hij zijn hele loopbaan voor één club heeft gespeeld, in een tijdperk waarin de meeste spelers bijna jaarlijks verkassen. Daar komt bij dat we nu zijn verval als speler meemaken. Dat is triest, maar wel een authentieke honkbalervaring. De ondergang van een geliefde en goede speler is alleen niet te vergelijken met de opkomst van een Amerikaanse held.”

DiMaggio hield de aandacht van de natie gevangen, weet Cramer. „In 1941, maar ook nog na de oorlog. Hij stond voor iets groters, voor een Amerika dat de depressie in de jaren dertig had overwonnen, de nazi’s op de knieën dwong en de Koude Oorlog niet uit de weg ging. Amerika was een grootmacht, DiMaggio de sportman die erbij paste. In mijn boek schrijf ik dat het misschien niet waar was, of in elk geval gecompliceerder was dan we dachten, maar destijds deed dat er niet toe.”

De Joe DiMaggio van Richard Ben Cramer was een geldwolf. Hij was een kleingeestige man met een zeer beperkte wereldblik. Hij was onaangenaam voor zijn medespelers; een egocentrische honkballer die zich na afloop van wedstrijden in de kleedkamer verschool achter een wolk van sigarettenrook. De biografie was een bestseller, maar werd hem niet in dank afgenomen door fans die met DiMaggio opgroeiden en door vertegenwoordigers van de Italiaans-Amerikaanse gemeenschap. Ze beschuldigden Cramer van iconoclasme.

Cramer: „De ironie wil dat DiMaggio zichzelf niet beschouwd als Amerikaanse held, maar hij had geen keus. Hij stond machteloos tegenover de media die hem de heldenstatus toedichtten. Wat kon hij daartegen beginnen? Hen corrigeren, protest aantekenen tegen hun verhalen? Daarmee zette hij zijn loopbaan op het spel. Het had bovendien waarschijnlijk niet geholpen. Journalisten waren vastberaden deze Italiaans-Amerikaanse zoon van immigranten met zijn record tot symbool te maken van een eendrachtige, vastberaden natie. De waarheid was minder fraai: DiMaggio deed het voor het geld. Gierigheid en hebzucht waren de constanten in zijn leven.”