De Tour de France valt hard

Dat er in de Tour de France zich niet meer ongelukken voordoen dan de afgelopen negen dagen het geval was, is eigenlijk een mirakel. Het aantal bijna-ongelukken is niet te tellen, al was het maar omdat de meeste bij absentie van een camera niet op televisie verschijnen. De Tour is een verzameling fietsen, motoren en auto’s op een te klein kluitje. Het is nog een geluk dat ze meestal allemaal dezelfde kant op moeten. Het is nog maar kort geleden dat de wielerwereld werd opgeschrikt door de dood van de Belgische wielrenner Wouter Weylandt, slachtoffer van een val in mei in een afdaling tijdens de Giro d’Italia.

De oogst aan renners die de Ronde van Frankrijk tot nu toe hebben moeten verlaten als gevolg van een valpartij, is niet eens uitzonderlijk. Het lijkt er wel op dat vaker dan anders dat klassementsrijders die op voorhand kans maakten op een hoge positie in de eindrangschikking het front gewond hebben verlaten. De verwachting was dat deze Tour niet eerder dan in de slotweek zou worden beslist, maar reeds nu staat vast dat Janez Brajkovic, Bradley Wiggins, Aleksandr Vinokoerov en Jurgen Van den Broeck in Parijs op geen podium zullen staan. Favorieten als Alberto Contador en Robert Gesink staan op achterstand doordat ze werden meegesleurd in valpartijen.

Het dieptepunt was gisteren voor miljoenen tv-kijkers zichtbaar, toen een auto van de Franse televisie op lompe wijze de wielrenner Juan Antonio Flecha van de sokken reed, met als gevolg dat de achter hem rijdende Johnny Hoogerland met een grote smak in het prikkeldaad terechtkwam. Ontzetting alom en excuses van de Tourleiding die sprak van een „schandaal” en erop wees dat een eerder ongeluk ook door ‘de media’ was veroorzaakt, toen een motor met achterop een fotograaf wielrenner Nicki Sörensen omver kegelde.

Tourdirecteur Christian Prudhomme zal beseffen dat de Tour de France zonder media niet zou bestaan, maar vaststaat dat hij maatregelen moet nemen om dit soort excessen, antireclame voor zijn wedstrijd, te verminderen. Zijn al eerder geuite voornemen om minder motoren in de etappes te laten meerijden, verdient volgende keer wel uitvoering. Dat geldt evenzeer voor auto’s, te beginnen met de wagens die er slechts rijden om vips te vervoeren. Maar ook de suggestie die de ploegleider van Rabobank, Adri van Houwelingen heeft gedaan, verdient zeker overweging. Rijd de Tour met 20 procent minder wielrenners en de kans op ongelukken is al een stuk kleiner. Motoren, auto’s, toeschouwers; ze dragen allemaal bij aan de risico’s. Maar dat neemt niet weg dat de meeste valpartijen worden veroorzaakt door de hoofdrolspelers: de wielrenners zelf.