De integratie is mislukt

Mythe: De integratie van migranten is mislukt. Ze zijn terechtgekomen in achterstandswijken, waar ze werkloos thuis zitten of kiezen voor het criminele pad. Daarbij willen ze zich niet aanpassen aan Nederland. De islam is onverenigbaar met onze joods-christelijke cultuur zorgt ervoor dat Turken en Marokkanen onze democratie en rechtsstaat afwijzen.

Het multiculturele ideaal van Nederland als één smeltkroes heeft eigenlijk nooit bestaan. Het integratiebeleid was erop gericht om er het beste van te maken met de nieuwkomers. Cultuurrelativisme is daarbij nooit het uitgangspunt geweest. Al in de allereerste integratienota uit 1983 stond al dat migranten zich moesten aanpassen aan onze cultuur. En daarbij was onze grondwet leidend. ,,Toch doen politici voorkomen alsof dit nu allemaal voor het eerst wordt geëist”, zegt Leo Lucassen.

Maar is dat integratiebeleid dan niet mislukt? Om die vraag te beantwoorden is het handig om te realiseren hoe slecht het uitgangspunt was: de komst van honderdduizenden laaggeschoolde migranten – vlak voor een economische crisis – vaak analfabeten, van wie de cultuur op sommige punten botst met de onze.

Zeker, er zijn grote problemen met criminele Marokkaanse en Antilliaanse jongeren, die opgroeien op straat zonder ouderlijk toezicht en positieve rolmodellen. Maar in de discussies zijn de proporties vaak zoek, zegt Lucassen. Ja, personen met een niet-westerse achtergrond boven de 12 jaar staan vaker als verdachte te boek (5 procent in 2007, tegenover 1,6 procent van de autochtone bevolking). Belangrijke kanttekening: als we de criminaliteitscijfers van allochtone jongeren vergelijken met die van autochtone jongeren met werkloze ouders, dan verdwijnt het verschil grotendeels.

Een ander probleem is dat er stadswijken zijn ontstaan met veel immigranten, die nauwelijks contact hebben met Nederlanders. En de sociale kloof lijkt in de afgelopen twintig jaar niet veel kleiner geworden. Alleen de succesvolle immigranten trekken weg uit deze wijken.

Maar andere trends zijn juist positief. De kinderen van migranten hebben nog steeds een onderwijsachterstand. Het aantal uitvallers onder Turken en Antillianen blijft veel te hoog. Daar staat tegenover dat Marokkaans-Nederlandse kinderen het veel beter doen dan twintig jaar terug. En bijna een derde van de Turken en Marokkanen haalt havo of hoger. In 1991 was dat nog 5 tot 10 procent. In het hoger onderwijs zie je dezelfde ontwikkeling.

Ook op de arbeidsmarkt doen kinderen van migranten het steeds beter, schrijven de onderzoekers. In 2009 had zo’n 80 procent van de ‘allochtone’ jongeren een baan. Dat is nog altijd 10 procent lager dan bij autochtonen. Dit verschil is grotendeels te verklaren uit hun lagere opleiding. En bovendien is deze situatie stukken beter dan halverwege de jaren tachtig, toen bijna 50 procent van de voormalige gastarbeiders werkloos thuis zat.

Om de integratieproblemen te verklaren wordt vaak gewezen op de islam. Natuurlijk leidt deze religie tot culturele verschillen. Maar uit onderzoek blijkt dat slechts een klein deel van de Turken en Marokkanen zich om religieuze afsluit van Nederlanders. De meerderheid schuift op naar de Nederlandse cultuur en neemt Nederlandse waarden over, zoals gelijkheid van man en vrouw. Ze beschouwen zich wel als moslim, maar de helft gaat nooit of maar een paar keer per jaar naar de moskee. Ook het idee dat moslims zich sneller zouden voortplanten is onzin. Het kindertal onder niet-westerse migranten daalt al jaren en de geboortecijfers van tweede generatie Turken en Marokkanen is nauwelijks hoger dan van autochtonen.