Crisis EU verdiept zich

De druk op de Europese ministers van Financiën neemt toe, nu de crisis dreigt over te slaan naar Italië. „Duitsland en Nederland brengen ons bij de afgrond”

Als de eurozone het kleine Griekenland niet kan redden, hoe moet het dan als een groot land als Italië problemen krijgt? Wie deze vraag stelde, werd in Brussel altijd voor aartspessimist versleten. Maar na de financiële aanval op Italië, afgelopen ‘zwarte vrijdag’, ligt de vraag op ieders lippen. Europees president Herman Van Rompuy hield daarom vanmiddag crisisberaad.

Eerst zou er vandaag alleen een vergadering van ministers van Financiën zijn. Maar zij ruziën al twee maanden over een nieuw pakket leningen aan Griekenland en komen geen stap verder met methodes om banken te laten meebetalen. Duitsland en Nederland eisen het, andere eurolanden en de Europese Centrale Bank waarschuwden dat beleggers zich dan terugtrekken uit perifere eurolanden – en niet alleen uit Griekenland. Het gevolg, vrezen zij: de schuldenberg van die landen wordt groter en Duitsland en Nederland moeten dieper in de buidel tasten.

Vorige week gaf de financiële sector deze sceptici gelijk. Na de spectaculaire aanval op Italië is de eurozone terug bij af en neemt Van Rompuy de regie over. De enige oplossing lijkt een politieke sprong naar voren.

Het hardste bewijs dat politieke besluiteloosheid over Griekenland de hele eurozone infecteert, is de ravage die financiële markten in Italië aanrichtten. Rentes op Italiaanse staatsleningen schoten omhoog, waardoor het land – dat na Griekenland relatief de hoogste staatsschuld in de eurozone heeft - steeds meer nieuwe schulden moet maken om oude af te betalen. Aandelen van Unicredit tuimelden bijna acht procent. Italië kondigde meteen maatregelen af om beleggers, die speculeren op meer misère, de pas af te snijden.

Gevolg is dat het enige uitgewerkte plan om banken mee te laten betalen, een Frans plan, nu van tafel is. Daarmee is de discussie over de toekomst van Griekenland terug bij af. De vraag, die in april opkwam, luidt: hoe houden we het financieel uitgemergelde Griekenland langer boven water dan verwacht? In april vertelden Europese functionarissen dat het nieuwe pakket een mengeling zou worden van diverse methodes. Eurolanden zouden, via het noodfonds EFSF, geld lenen aan Griekenland om zijn eigen staatschuld goedkoper terug te kopen. Ook zouden kortlopende leningen aan Griekenland kunnen worden omgezet in langlopende. Verder zouden eurolanden extra geld lenen aan Griekenland, ditmaal tegen lagere rentes. Al deze opties liggen nu wéér op tafel.

Maar er is kostbare tijd verloren. De eurozone betaalt financieel en politiek een hoge prijs. Het IMF wil een plan vóór eind augustus, anders wordt de steun aan Griekenland gestaakt. De vorige vergadering van euroministers was een ramp. Die van vandaag kan ook onprettig worden, nu sommigen de schuld van ‘zwarte vrijdag’ vierkant aan Duitsland en Nederland geven. „Wat deze extremistische landen willen, weet ik niet,” zegt een diplomaat, „maar ze brengen ons dichtbij de afgrond.”

Vooral de opmerking van Jan Kees de Jager (Financiën CDA), vorige week, dat banken „gedwongen” moeten meedoen, maakte velen razend. Van Rompuy, geen voorstander van de Duits-Nederlandse bankplannen, had genoeg gehoord. Hij weet als geen ander dat moeilijke beslissingen in Europa vaak worden genomen in een gierende crisis. Om een van de weinig overgebleven optimisten in Brussel te citeren: „Onder druk wordt hier alles vloeibaar.”