Berlusconi moet aartsrivaal betalen

De Italiaanse premier Silvio Berlusconi moet een schadevergoeding van 560 miljoen euro betalen aan zijn zakelijke aartsrivaal Carlo De Benedetti. De rechtbank in Milaan bevestigde daarmee dat de Italiaanse premier in 1991 een rechter heeft omgekocht, om zich Mondadori toe te eigenen, de grootste uitgeverij Italië.

Berlusconi heeft niet gereageerd op het vonnis, zijn gebruikelijke verweer via een mediaoffensief bleef uit. Zo’n uitbarsting zou mogelijk negatieve effecten hebben op de koersen van staatsobligaties en banken. Die hadden het vrijdag op de beurs zwaar te verduren, als gevolg van de vrees dat, na Griekenland , ook Italië problemen zal krijgen om financieel overeind te blijven.

De mediatycoons Berlusconi en De Benedetti hebben al jaren een geschil over de overname van Mondadori. In 1989 slaagde De Benedetti, president van de holding Cir, erin een akkoord te sluiten met de erven Mondadori dat hem de meerderheid van de aandelen bezorgde. Berlusconi wist de verkopende partij echter op andere gedachten te brengen. De Benedetti stapte naar de rechter, maar verloor in 1991. Al snel rees het vermoeden dat de rechter was omgekocht door medewerkers van Berlusconi, in opdracht van hem of zijn bedrijf Fininvest. In 2007 werd dit definitief bewezen voor de rechtbank. Omdat de feiten verjaard waren, werd Berlusconi zelf niet veroordeeld.

De Benedetti eiste daarop een schadevergoeding van een miljard euro. In 2009 werd hem 750 miljoen toegekend. Berlusconi reageerde woedend, zijn tv-makers bespioneerden de rechter en maakten hem belachelijk omdat hij paarse kousen droeg. „Wie Berlusconi in de weg zit wordt persoonlijk kapot gemaakt”, was de boodschap. De Italiaanse premier ging in hoger beroep. Zaterdag verloor hij opnieuw.

Anticiperend op een voor hem negatieve uitspraak probeerde Berlusconi vorige week via een sluipwetje uitvoering van het vonnis te voorkomen. Hij verstopte een artikel van vier regels in de begrotingswet. Daarin stond dat schadevergoedingen van boven de 20 miljoen euro pas hoeven te worden uitbetaald als de hoogste rechter uitspraak heeft gedaan. Die clausule was zonder medeweten van andere ministers toegevoegd. Heftig protest van coalitiegenoten en van president Napolitano dwongen Berlusconi het artikel in te trekken.

Eurocrisis: pagina 27-29