Alsof rugby plots duivels was

In Oeganda herdenkt men vandaag de 76 televisietoeschouwers die werden gedood tijdens de WK-finale Nederland-Spanje, precies een jaar geleden.

Daar, achter die houten omheining, stond het grote projectiescherm waarop honderden fans Nederland-Spanje volgden. Robert Seguya wijst naar het bijveld van de Kyadondo Rugby Club in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. De 32-jarige Seguya is club captain van Kyadondo en een vaste kracht in het nationale rugbyteam. Rugby is populair in Oeganda, een voormalige Britse kolonie.

Seguya’s gedachten gaan terug naar 11 juli 2010, de fatale dag. „Het was hier stampvol met voetbalfans. De Oegandezen waren in de finale voor Holland. Iedereen ging op in de wedstrijd. Drie minuten voor het einde waren er opeens twee explosies. Ik zag overal bloed, overal lichamen.”

In Nederland denken veel mensen vandaag terug aan het 1-0 verlies tegen Spanje in de eindstrijd van het WK in Zuid-Afrika. In Kampala gaan de gedachten terug naar het moment waarop de stad kennismaakte met het door Al-Qaeda geïnspireerde terrorisme. 76 mensen kwamen om het leven door bomaanslagen van Al-Shabaab, een extremistische groepering uit Somalië. Al-Shabaab claimde wraak voor de militaire steun van Oeganda aan de regering van Somalië.

Bij de Kyadondo Rugby Club vielen circa zestig doden. „Ik kende 80 procent van de slachtoffers”, zegt Seguya. De overige slachtoffers keken naar de finale bij Ethiopian Village, een populair Ethiopisch restaurant elders in Kampala.

„Je kon niet eens lopen hier, zo druk was het”, vertelt de eigenares van Ethiopian Village, Mami Mengesha. Naar schatting 350 bezoekers keken naar Nederland-Spanje toen een bom ontplofte onder een tafel in het midden van het restaurant. „Ik stond vooraan bij de bar. Overal zag ik bloed. Nadat ik gestopt was met huilen, ben ik slachtoffers gaan helpen.”

Mengesha zegt dat ze geen mening heeft over de rol van Ethiopië in Somalië. Haar restaurant zou een doelwit zijn geweest wegens de bijdrage van Ethiopië aan de strijd tegen Al-Shabaab. „Ik ben geen politicus”, is het enige wat ze erover kwijt wil. Ook Robert Seguya zegt geen mening te hebben over de betrokkenheid van Oeganda bij het conflict in Somalië.

De aanslagen hebben zware klappen toegebracht aan de inkomsten van de rugbyclub en van het Ethiopische restaurant dat ondertussen heropend is. „Na 11 juli 2010 wilde niemand nog rugbyen”, aldus Seguya. „Het was alsof rugby plotseling duivels was. ‘Als je rugbyt, ga je dood’.” De spelers- en bezoekersaantallen nemen inmiddels weer toe, het team van Kyadondo – de Heathens – werd afgelopen seizoen nationaal kampioen. „Maar financieel is het nog een worsteling”, zegt Seguya. Mami Mengesha zegt eveneens ervan uit te gaan dat de klandizie terugkeert naar het niveau van voor de aanslagen. „Ethiopian Village is populair onder buitenlandse gasten. We ontvangen van alles: Soedanezen, Eritreeërs, mzungus [blanken, red.]”

In heel Kampala zijn veiligheidsmaatregelen aangescherpt sinds de aanslagen. Bars en restaurants zijn verplicht bezoekers te fouilleren, al neemt niet iedere uitbater die taak even serieus. Ook Kyadondo Rugby Club en de Ethiopian Village zijn nu voorzien van detectieapparatuur.

Robert Seguya en Mami Mengesha zijn niet bang dat ze opnieuw doelwit worden van terrorisme. „Never ever”, zegt Mengesha, „ik kan niet opgeven.” Robert Seguya gelooft in de kracht van sport. „Rugby verenigt”, zegt hij. Zijn club had ooit de reputatie van een blank bastion. Tegenwoordig spelen blank en zwart samen. „En samen komen we het verlies van vorig jaar ook te boven.”