Prince nacht twee: De overrompelende rocker

Nadat vrijdagnacht Prince de funkdiscipel centraal stond in een uitgesponnen funkjamsessie, geeft hij zaterdagnacht in zijn tweede concert op North Sea Jazz 2011 ruim baan aan Prince de kermende en gierende rockster.

In rood pak en met een paars bloemetje in zijn hand speelt Prince aan het begin op een nog donker podium een gloedvolle live-versie van ‘Joy In Repetition’; een prachtige ballad met Prince die in de microfoon praat, hijgt, fluistert en kermt, zichzelf omarmt en zich vol drama afvraagt: ‘Why don’t you love me, baby?’. Het is de perfecte aftrap voor een openingstuk waarin de intense rockballad centraal staat en Prince zijn gitaar laat vonken, huilen, praten en lachen.

Het is ook het begin van een concert waarin Prince niet zijn stem vooral maar zijn gitaar in de schijnwerpers zet. Het instrument speelt de hoofdrol en wordt op een gegeven moment zelfs in het publiek geworpen; hoewel ooggetuigen op twitter stellen dat de beveiliging het daarna snel terug is gaan halen. Naast stem en gitaar is de derde hoofdrolspeler de saxofoon van funkvakman Maceo Parker, die zo vaak het podium opkomt voor een solo, dat talloze nummers onverbiddelijk iets teveel een Maceo-sausje krijgen. Dat deed diens vroegere werkgever, de strak zijn blazers in het keurslijf dirigerende James Brown, toch beter…

De vrijheid die Prince voelt tijdens zijn optredens, uit zich op diverse niveaus. Hij ziet zijn optreden meer als een jamsessie dan als de show van een grote popster. Bij een manke vertolking van jazzklassieker ‘The Look Of Love’ door een van de zangeressen, staat Prince er notabene bij op de tamboerijn te spelen. En soms hangt er op het podium de wat landerige sfeer van een soundcheck of besloten jamsessie, bijvoorbeeld bij rustig gegeven aanwijzingen aan de geluidsman. Prince verontschuldigt zich voor het geluid van zijn show op vrijdag, dat zo hard door de zaal raasde, dat bezoekers klaagden dat ze het concert verlieten om hun oren ter sparen. Het geluid is nu doorgaans oke, hoewel het zeker bij de gierende rock nog steeds loeihard is.

Hits niet in vertrouwde vorm

Prince heeft nog steeds nauwelijks de behoefte zijn grote hits te spelen. En als ze al voorbijkomen, het liefst niet in vertrouwde vorm. Na het aanzetje van ‘Alphabet St.’, bouwt Prince er met zijn band een razende turbofunkvariant van, waarin hij meer met zijn gitaar aan het zingen is dan met zijn stem. De gitaar gaat helemaal volle bak in een lang rockstuk aan het eind van het officiële deel van het concert, met o.a. het nummer ‘Guitar’, waarin zijn galmende gitaar en krijsende stem dichter bij dampende hardrock komen dan we doorgaans van Prince gewend zijn. De razende rock overtuigt vooral bij de solo’s waarin Prince vol gevoel zijn noten aanslaat en laat echoën, en de meer funky gespeelde stukjes. Wanneer de rock in overdrive gaat, verandert de zaal in een galmbak waarin alle gevoel verdrinkt.

Het festival lang wordt gespeculeerd over de gasten die bij Prince zullen optreden, en de concerten waar Prince zich wellicht zal laten zien. Behalve een schuwe schim in de coullissen bij het concert van Larry Graham, heeft Prince zich vooralsnog niet in het reguliere programma getoond, en vanavond is de gastartiest vooral Maceo, Maceo en Maceo. Zanger Seal komt weliswaar nog even voorbij voor ‘Mountains’, maar van hem wordt letterlijk na een couplet alweer de microfoon afgepakt door de grote meester, met de minzame woorden: ‘Thank you brother.’ Daar is de uitgang…

Het jamsessie-gehalte van de avond wordt versterkt door het grote aantal covers. Een funky ‘Come Together’ van The Beatles overtuigt; ‘Stand!’ van Sly & the Family Stone is solide maar weinig spannend en van ‘I Want You Back’ – eerder dit weekend wervelend vertolkt door Janelle Monáe – van The Jackson 5, had veel meer gemaakt kunnen worden. Het is een gemiste kans dat hier een zangeres de hoofdrol krijgt, waar juist een adaptatie door Prince van de zang van Michael Jackson spannend had kunnen zijn. In de toegift speelt Prince met zijn band een energieke ‘Johnny B. Goode’, op de instrumentatie van ‘Peach’. En ‘Disco (Heat)’ van Sylvester, samen met ‘Baby I’m A Star’ in een funky pompende jam met bijbehorende discovisuals.

Hij speelt plukkend groovy bas

De performer Prince is in topvorm; hij roept het publiek op met hem mee te gaan op zijn verrassende muzikale reis: ‘Put your camera down and participate!’ Speelt plukkend groovy op bas in funky ‘Dear Mr. Man’, met, wederom, Maceo. En geeft in een van zijn toegifts het publiek dat hem geduldig door zijn oeuvre liet slalommen, een bezielende uitvoering van ballad ‘The Beautiful Ones’ cadeau, waarin hij zowel in de lage toon als in zijn hoogste kermzang nog een extra dosis dramatiek weet te stoppen.

Prince had op deze avond natuurlijk meer kunnen doen met het enorme talent uit binnen- en buitenland dat zich deze dag op de festivallocatie verzamelde. Hij had een paar matte covers en optredens van zangeressen kunnen inruilen voor een van de talloze parels uit zijn eigen oeuvre. En had vaker het prachtige gitaarspel vol bezieling en gevoel wat meer de overhand mogen geven, in plaats van de nu ook wel heel vaak vaak opgetrokken muur van rockgeweld.

Maar Prince, die zijn drie optredens op North Sea Jazz duidelijk beschouwt als een drieluik waarin hij alle kanten op kan en mag en gaat, is door de keuzes die hij maakt, als muzikant honderd procent in zijn element. En op de beste momenten, de meest indringende ballad, of huiverende gitaartoon, of de rauwste funk, is het intense muzikale gevoel dat hij daar inlegt, overrompelend.