Onrecht

Johnny Hoogerland toonde zich strijdlustig toen hij gisteren zijn bolletjestrui kwijtraakte. “Die krijg ik wel weer terug”, zei hij, niet eens met een knipoog. Hij ging slapen, stond weer op en deed wat hij toegezegd had. Zo simpel was het. Alleen nog de rit uitrijden.

Maar dan volgt de 182e kilometer. Pas in de herhaling komt het duidelijk in beeld. Een auto van de organisatie gaat naast de kopgroep van vijf rijden en wijkt plotseling uit in de richting van Juan Antonio Flecha en Johnny Hoogerland. Beiden vallen. De Nederlander wordt richting het prikkeldraad aan de kant van de weg gekatapulteerd. Zijn fiets vliegt het weiland in. Het gedraaide metaal snijdt diep in zijn lichaam.

Hij fietst de rit uit, op achterstand, op pijn en woede. Op het podium krijgt hij de bolletjestrui. Hij huilt. Het onrecht grijpt ons bij de lurven.

Nee. Natuurlijk rijdt een Fransman niet opzettelijk een Nederlandse held het prikkeldraad in. Natuurlijk wordt Hoogerland niet agressief de etappe uitgemieterd ter faveure van medevluchter Thomas Voeckler. Dat realiseren we ons morgen ook wel.

Maar laat ons nu even heel erg kwaad zijn.