Vangrail

Zijn Charlène en Albert nog bij elkaar? Hebben ze de eerste week gered?

Zelden zo’n liefdeloos huwelijksvonnis geveld zien worden. Allereerst die bruidegom, die alle 793 vrouwen uit zijn dorp met wie hij een keer in de koninklijke sponde heeft gestoeid een vies knipoogje gaf. En de 324 vrouwen met wie hij het de komende jaren nog wil en zal gaan doen kregen ook een bemoedigend knikje. En dan zijn bruid, bij wie de Prozac uit haar terneergeslagen ogen droop. Albert en Charlène waren samen intrigerend topamusement. Ze keken elkaar maar twee keer aan, beide keren alsof ze er al een jaar of veertig op hadden zitten. En niet in een mooi paleis, maar in de vinex van Den Helder.

Volgens de roddelpers heeft de bruid vlak voor het huwelijk drie mislukte vluchtpogingen gedaan en heeft ze van haar man niet alleen een trouwring, maar ook een enkelband van Cartier cadeau gekregen. Hij zou vlak voor het feest een derde bastaardje hebben opgebiecht. Verwekt en geboren tijdens de verloving met haar.

Tijdens de dienst zei hij een keer iets tegen zijn bruid. Hij hield zijn hand voor zijn mond. Dat is tegen de dove liplezers. Die lullen alles door aan News of the World. Wat hij gezegd heeft? De optimist denkt aan iets romantisch.

Ik vrees dat hij nog snel even een tweeling in een voorstad van Nice heeft bekend. Albert gaat wat buitenechtelijk spul betreft absoluut voor de Prins Bernhard Trofee. En wint die met vlag en wimpel.

In het prachtige koppie van de verdrietige bruid broeit nu een plan om op haar rug terug te zwemmen naar Zuid-Afrika. Weg van haar kale, saaie man met zijn verzuurde zusters Caroline en Stéphanie. Heeft u die gezien tijdens de dienst? De zonnetjes in het Monegaskische koninklijk huis. De overgang en diverse echtscheidingen maken dit soort vrouwen niet aantrekkelijker. Half Wassenaar en het Gooi zit vol met dit type heks.

Wraaklustige gescheiden creditcardteefjes die verbitterd ten onder gaan aan cynisme en Chardonnay. Charlène wil daar ver vandaan. Heel ver!

We kunnen haar een wandeling in Spanje aanraden. Lekker in haar uppie in een natuurgebied. En als ze de weg kwijtraakt moet ze niet met de stroom van de beek mee naar beneden, maar naar boven. De berg op. Verder de jungle in. Net als die Limburgse mevrouw waar zoveel mensen naar gezocht hebben.

Tot haar ex aan toe. Al mijn gescheiden vrienden snappen daar niks van. Ben je van je vrouw en alimentatie verlost moet je haar nog zoeken ook. Een vriend van mij opperde: misschien heeft haar ex haar wel gezien, maar heeft hij haar lekker laten zitten.

Zou dit iets voor Charlène zijn? Overleven op een dieet van gras en rozemarijn. Wordt ze nog smaller. Gaat Albert haar zoeken? Geeft hij haar een fluitje mee? Zou mooi zijn: de prins die haar terugvindt. Hoe? Helemaal alleen. Na weken onvermoeibaar zoeken. Gezeten op een wit paard!

Misschien wil ze helemaal niet bij hem weg. Wil ze juist blijven omdat ze het wel leuk vindt. Prinses van een kabouterstaat heeft ook wel weer iets geks. Misschien vallen haar schoonzussen enorm mee. Kan je gierend met ze lachen.

Vooral als ze nog eens verhalen over hun avonturen met de Belgische prins Laurent, die bolle charlatan die tijdens het huwelijk op de gesponsorde rode loper languit op zijn muil ging.

Al wil ze weg, het lukt haar niet. De poppenkast heeft geen artiestenuitgang. Het volk wil sprookjes, het volk krijgt sprookjes. Het volk heeft daar al eeuwen recht op. Het volk betaalt ervoor.

Op een winterse avond, bij het knetterende haardvuur, vraagt ze het diepverdrietig aan haar man.

„Jouw moeder”, fluistert ze, „hoe deed je moeder dat?”

Albert zal zwijgen, lang zwijgen om het uiteindelijk te zeggen: „Het bewijs is nooit geleverd, maar: wegen hebben vangrails om levens te redden!”