Van Kalverstraat tot multinational

Jaap Blokker was zijn eigen baas. En dat las je.

Achterin het jaarverslag van familiebedrijf Blokker Holding staan in bescheiden letters de goede doelen waaraan de detailhandelsgigant (2,77 miljard euro omzet, 2.900 winkels) geld gaf. Met de openheid ging bestuursvoorzitter Jaap Blokker, die dinsdag op 69-jarige leeftijd is overleden, veel verder dan wat gebruikelijk is in Nederland. Laat staan wat verplicht is.

Anderen kunnen een voorbeeld aan hem nemen. Hoeveel Blokker gaf, bleef geheim, maar de lezer kreeg een indruk van zijn voorkeuren. Dat waren algemene goede doelen, zoals Amnesty en giro 555 voor tsunami slachtoffer hulp. Maar ook specifieke in de gezondheidszorg (Cliniclowns, Emma Kinderziekenhuis) en in de regio en in zijn woonplaats Laren.

Jaap Blokker tekende zelf met een medewerkster voor de „inspiratie en transpiratie” van het schrijven van het jaarverslag, inclusief de verrassende combinatie van beeld en tekst. Kleurrijke strips en zwart-wit commentaar op excessieve beloningen, uitverkoop van nationale bedrijven en de straatcriminaliteit die ook zijn mensen treft.

Zo uitbundig als hij zijn opinies in zijn jaarverslag opschreef, zo gesloten was hij tegenover de media. Hij gaf zelden interviews. Hij wilde niet herkenbaar op de foto. De geslotenheid was bedrijfsbeleid, de weerzin voor foto’s was persoonlijk. De rijken zijn anders, is het cliché. Ze hebben meer geld. De broers Jaap en Albert jr. staan met een geschat vermogen van 1,6 miljard euro in de Quote 500 lijst van rijkste Nederlanders. Blokker vreesde ontvoerders.

Dat was een angst die hij deelde met andere familieondernemers in de Quote top-10. Jaren geleden probeerde ik op een exclusief congres een superieure en steenrijke strateeg uit de top-3 tot een interview te overreden. Zijn reactie:„Elke keer als ik in de publiciteit ben, melden mijn veiligheidsmensen ongewone bewegingen in mijn omgeving. Ik kan u niet verbieden te schrijven over wat ik hier zeg, maar ik doe geen grote interviews.”

Als je bij dit kaliber mannen geen ‘nee’ accepteert, krijg je het lijstje slachtoffers ‘ingepeperd’: Maup Caransa, Toos van der Valk, het dochtertje van Erik Albeda Jelgersma, Freddy Heineken en diens chauffeur Ab Doderer en Gerrit-Jan Heijn, die in 1987 werd vermoord. Ja, rijke mensen zijn anders. Ze lopen meer risico.

Met de dood van Blokker en van Albert Heijn, eerder dit jaar, verliest Nederland twee ondernemers die het aanzien van winkelstraten en de inhoud van het boodschappenmandje radicaal gewijzigd hebben. De parallellen zijn frappant.

Zij begonnen jong, op de winkelvloer. Heijn in de supermarkt in de Amsterdamse PC Hooftstraat, Jaap in de Blokker in de Kalverstraat. Het vak leren. Zoals de Amerikanen zeggen: Retail is detail .

Zij etaleerden een mengeling van bescheidenheid en nederigheid, een houding die niet verward moet worden met onderdanigheid. Hun ketens waren alleen maar zo groot omdat zij zoveel klanten hadden, niet andersom. Heijn bleef zich kruidenier noemen, Blokker introduceerde zich op een beslissende aandeelhoudersvergadering van VendexKBB (V&D, Hema, Bijenkorf) met de woorden: Mijn naam is Jaap Blokker en ik ben winkelier.

Tegenwoordig gaat alle aandacht uit naar starters, die rap moeten doorstoten naar de wereldtop. Bij voorkeur in technologie. Type Mark Zuckerberg (Facebook).

Jaap Blokker en Albert Heijn maakten multinationals van bestaande bescheiden lokale familiewinkels. Ook daarin houden zij een voorbeeldfunctie.

MENNO TAMMINGA