Terloops beschreven gruwelen in monoloog

Welke boeken passen het best in de vakantiekoffer? Deze zomer elke week een keuze uit de nieuwe goedkope edities. Pieter Steinz over het aanbod aan vertaalde romans.

De kans is groot dat veel lezers dé midprice-aanrader van vorige zomer nog niet uithebben, want De Welwillenden van Jonathan Littell (20 euro) telt bijna duizend pagina’s en is als cocktail van oorlogsmisdaden, pornografie en Griekse tragedie geen lichte kost. En daar komt nu de ideale tegenhanger bij: de vijftig jaar oude WO II-satire Catch-22 van Joseph Heller. Deze gebonden jubileumeditie (vert. J.F. Kliphuis, Anthos, 514 blz. €15,-) heeft als extraatje essays van Anthony Burgess, Christopher Hitchens en Joseph Heller (1923-1999). Maar het gaat natuurlijk om het extreem grappige, en nauwelijks gedateerde cultboek zelf: een roman over een luchtmachtkapitein op een Italiaanse basis die op alle mogelijke manieren aan zijn levensgevaarlijke missies probeert te ontkomen, omdat hij zich heeft voorgenomen ‘to live forever or die in the attempt’.

Italië, maar dan de romantische kant ervan, speelt een belangrijke rol in de vooroorlogse Hongaarse klassieker Reis bij maanlicht (vert. Györgyi Dandoy, Van Gennep, 254 blz. € 10,-). Het is het verhaal van een man die in een huwelijkscrisis terechtkomt en in Umbrië en Rome de confrontatie aangaat met de spoken uit zijn jeugd. Of liever met de traumatische jeugdvriendschap die hij sloot met een gedoemde jongen en zijn mooie zusje. De auteur van deze voorafspiegeling van Brideshead Revisited (1945) is Antal Szerb, een katholiek van joodsen huize die tijdens het bewind van de fascistische Pijlkruisers in Hongarije in een werkkamp werd doodgetrapt. Zijn even melancholieke als vervreemdende Reis bij maanlicht is vaak vergeleken met het werk van zijn landgenoot Sándor Márai, die ook pas na zijn dood beroemd werd.

Wieslaw Mysliwski, beschouwd als een van de grootste levende schrijvers uit Polen, was in Nederland praktisch onbekend tot de vertaling verscheen van zijn veelgeprezen Over het doppen van bonen (2006). De elegante goedkope heruitgave (vert. Karol Lesman, Querido, 384 blz. € 12,50) is een prettige kennismaking met de grote thema’s van de schrijver – de werking van het geheugen, de bloedige geschiedenis van Polen in de 20ste eeuw, het verdwijnen van het boerenleven – maar vooral met zijn improviserende manier van schrijven. De roman bestaat uit één lange monoloog die ondanks de terloops beschreven gruwelen niet afstoot, en bovendien geen moment verveelt.

Achterin de omnibus Japanse romans (vert. Marijke Arijs, De Bezige Bij, 384 blz. € 18,90) staat een lijst van de boeken die de Waalse Amélie Nothomb (1967) de afgelopen twintig jaar schreef: gemiddeld één roman per jaar. Misschien wel de beste is Met angst en beven, dat nu samen met twee andere in Japan gesitueerde romans (Gods ingewanden uit 2000 en De verloofde van Sado uit 2008) in een handzame pocket is herdrukt. Het tragikomische verhaal van een westerse vrouw die in dienst van een Japanse multinational afzakt van tolk-vertaler tot juffrouw van de retirade kreeg in 1999 de Grand Prix de l’Académie Française.

Wie houdt van reisliteratuur en maar één boek in zijn koffer kan stoppen, kieze dit jaar Ilija Trojanows De wereldverzamelaar (vert. José Rijnaarts, De Geus, 512 blz. € 9,90). De Duitstalige Bulgaar baseerde zich voor zijn roman Der Weltsammler (2006) op het leven van een van de grootste kosmopolieten uit de geschiedenis: Richard Burton. Niet de 20ste-eeuwse acteur, maar de 19de-eeuwse ontdekkingsreiziger, islamdeskundige, soldaat, casanova en erotomaan; zoeker naar de bronnen van de Nijl en vertaler van de Kamasoetra en de Sprookjes van 1001 nacht. Trojanow begint met een nieuwsgierig makende proloog (‘Hij stierf ’s ochtends vroeg, nog voor je een zwarte draad van een witte kon onderscheiden…’) en dist vervolgens het ongelooflijke leven van Burton op in drie delen: Brits-India, Arabië en Oost-Afrika. In ieder deel wisselt hij het verhaal af met commentaar van mensen met wie Burton te maken kreeg: zijn Indiase bediende, een Osmaanse onderzoekscommissie (die zich buigt over de bedevaart naar Mekka die de westerse ontdekkingsreiziger clandestien gemaakt heeft) en een drager uit Zanzibar. Het levert een dik boek op dat een pleidooi is voor het multiculturalisme en een ode aan de grote vertellers van de 19de eeuw.

Pieter Steinz