Superjachten voor de nieuwe rijken: een miljoen per strekkende meter

De mooiste, duurste en exclusiefste jachten ter wereld komen uit Nederland. De kredietcrisis kwam hard aan, maar buitenlandse investeerders en rijken uit opkomende landen hebben de werven overeind gehouden.

Luxejachten met een lengte van minstens vijftig meter. Drie keer per jaar varen ze – in mysterie gehuld – de haven van Vlissingen uit, bestemd voor een van de superrijken op deze aardbol.

Wie deze schepen koopt, is officieel niet bekend. „Daar zijn we uiterst discreet over”, zegt Rob Luijendijk, topman van de Zeeuwse jachtbouwer Amels. „Er zijn wereldwijd slechts een duizendtal klanten die zich een dergelijk vaartuig kunnen veroorloven.”

Ook over de prijs wordt vakkundig gezwegen. „In de volksmond is de vuistregel: een miljoen euro per strekkende meter”, aldus Victor Caminada, verantwoordelijk voor marketing. „Maar dat is geen erg exacte graadmeter.”

Eén ding is zeker: de bouw van die superjachten – ook wel ‘drijvende paleizen’ genoemd – levert Amels, een divisie van de Nederlandse scheepsbouwer Damen Shipyards, jaarlijks een omzet op van 150 tot 200 miljoen euro en verschaft aan 250 werknemers een voltijdbaan.

De markt voor superjachten is erg gesloten. Slechts iets meer dan tweehonderd werven in de wereld zijn in dit segment gespecialiseerd. Maar het is een groeimarkt. Het aantal rijken met een vermogen vanaf 1 miljard euro neemt – met name in Azië en Latijns-Amerika – fors toe waardoor de afzetkansen stijgen.

Nederland is toonaangevend in die branche. Het is na Italië het grootste jachtbouwland, op de voet gevolgd door Turkije. Vorig jaar verlieten dertig superjachten de Nederlandse droogdokken, goed voor een waarde van 1,1 miljard euro, zo blijkt uit cijfers van de branchevereniging Scheepsbouw Nederland.

De loepzuiver gestroomlijnde en glanzend witte exemplaren die afkomstig zijn van Nederlandse specialisten als Amels, Feadship, Oceanco en Heesen zijn erg begeerd in de wereld. „We profileren ons als de Rolls-Royce, de Bentley en de Maybach van de sector”, zegt Caminada.

Eind jaren tachtig kreeg Amels internationale bekendheid, toen het een order kreeg van de Amerikaanse zakenman Donald Trump voor de bouw van het superluxe jacht Trump Princess, met een lengte van 128 meter. In 1990 nam Trump de werf over van een onbekende groep Britse beleggers, die de werf in 1987 uit een faillissement had opgekocht.

Anderhalve maand na de overname deed de miljardair de jachtwerf echter weer van de hand, omdat hij zelf in financiële problemen verkeerde. Trumps superjacht werd nooit afgebouwd. Begin 1991 kwam Amels in handen van Damen Shipyards Group, dat daarop besloot een nieuw concept in de markt te lanceren: de bouw van grote luxejachten in serie.

Die zet bleek succesvol. „Door ons te baseren op een zelfde basisontwerp en de rest van het vaartuig aan te passen aan de wensen van de klant, slaagden we erin de leveringstijd te halveren”, zegt Caminada. In 1997 rolde het eerste model uit de dokken, de Tigre d’Or, een luxe motorjacht van 50 meter lengte, waarvan daarna nog zeven zusterschepen werden opgeleverd.

In 2005 voerde Damen verdere kostenbesparingen door. De werf in Makkum werd verkocht aan scheepsbouwer De Vries – een onderdeel van Feadship – en alle activiteiten van Amels verhuisden naar Vlissingen. Die ingrepen bleken achteraf bekeken de juiste maatregelen om de financiële crisis van 2008 door te komen.

„De klap van de kredietcrisis was zwaar voor de branche”, geeft Luijendijk toe. „Ook de rijken der aarde hebben een pas op de plaats gemaakt.” Orders werden geannuleerd en tal van superjachten werden tweedehands op de markt gebracht, wat de prijs voor nieuwbouw drukte.

Van die klap is de markt nog steeds niet hersteld. In 2009 waren er wereldwijd nog orders voor ruim 990 nieuwe superjachten. Twee jaar later ligt het aantal opdrachten een kwart lager.

Ook andere Nederlandse spelers zijn intussen van eigenaar gewisseld of hebben zich grondig gereorganiseerd. In maart 2008 nam de Franse luxeartikelengroep LVMH het belang van de Nederlandse investeringsgroep Egeria in jachtbouwer Koninklijke Van Lent over.

Van Lent, dat zijn werf in De Kaag heeft, opereert al sinds 1949 samen met Koninklijke De Vries Scheepsbouw en De Voogt Naval Architects in de combinatie Feadship. De Russische oligarch Roman Abramovitsj, onder andere eigenaar van de Londense voetbalclub Chelsea, liet zijn 86 meter lange schip Ecstasea in 2004 op Kaageiland afbouwen.

Ook Heesen Yachts werd in 2008 eigendom van een internationale investeringsgroep. En in april 2010 nam Mohammed Al Barwani, een investeerder uit Oman, de controle over van Oceanco, dat zijn motorjachten bouwt in Alblasserdam.

„Onze grootste lokale concurrenten zijn bijna allemaal in handen gekomen van buitenlandse investeerders”, zegt Luijendijk. Amels is de enige grote Nederlandse jachtbouwer die nog in lokale handen is – Damen is een zelfstandig concern, geheel in handen van de familie Damen.

Vooral in Duitsland en de Verenigde Staten kreeg de jachtbouw zware klappen. De toestroom van buitenlands kapitaal hielp wellicht de Nederlandse sector overeind. Intussen lijkt de markt weer enigszins aan te trekken. In 2010 werden er op Nederlandse werven 21 nieuwe orders voor superjachten geplaatst tegen 8 in 2009, wat wijst op een opmerkelijk herstel.

Vermogende klanten uit opkomende landen zorgen voor nieuwe impulsen op de droogdokken van Nederlandse jachtbouwers. „Historisch gezien zijn de VS en het Midden-Oosten altijd een belangrijke klantenbasis geweest voor ons”, zegt Luijendijk. „Na de val van de Berlijnse muur kwamen daar Rusland en de voormalige Oostbloklanden bij. Die zijn nu goed voor ruim de helft van onze omzet.”

In 1995 kocht de Saoedische prins Mohammed bin Fahd de 75 meter lange Montkaj bij scheepsbouwer Amels – toen een van de grootste luxejachten, ooit op een Nederlandse werf opgeleverd. Acht jaar later liet de Russische miljardair en oligarch Mikhail Prokhorov een 62 meter lang jacht, de Solemar, afbouwen bij Amels in Vlissingen.

Het toont aan hoe het clientèle is veranderd. De laatste jaren kloppen ook steeds meer rijke Indiërs aan bij Nederlandse scheepsbouwers. „We proberen nu ook voet aan de grond te zetten in Brazilië en in de Chinese markt”, zegt Luijendijk.

De Aziatische markt is voorlopig nog niet voldoende ontwikkeld. Probleem is dat er nog niet overal in Azië faciliteiten te vinden zijn voor de aanleg van superjachten. In landen als Italië, Zuid-Frankrijk, Spanje, Griekenland en Turkije zijn die exclusieve yacht resorts wel aanwezig. „Maar dat zal niet lang meer duren”, verwacht de Amels-topman. „Je ziet nu al dat de belangstelling in China voor kleinere jachten van 15 tot 30 meter toeneemt. Zij zullen snel overstappen op grotere modellen.”

Een andere drempel is het gigantische aanbod op de tweedehands markt. Experts schatten dat er nog steeds een derde van de mondiale vloot als gevolg van de crisis te koop staat. Onlangs werd nog een superjacht van Amels door een gespecialiseerde makelaar te koop aangeboden: de Larissa, 50 meter lang, afgebouwd in 2004. Kostprijs: 24,9 miljoen euro.

Die luxejachten worden aan steeds scherpere prijzen op de markt geduwd. In mei werden er niet minder dan 47 prijsreducties geteld door het gespecialiseerde adviesbureau Marketintelligence. Een van de meest opvallende voorbeelden is de verkoop van April Fool, een 61 meter lang jacht dat in 2006 door Van Lent werd opgeleverd en waarvan de vraagprijs recent met 15 procent werd verlaagd tot 49 miljoen euro.

Dat wijst erop dat de markt nog steeds niet in balans is. „De zomer is traditioneel een periode waarin niet veel orders worden geplaatst”, zegt Luijendijk, die bijna elke week ergens in een exclusieve jachthaven van Nice, Monaco of Antibes is te vinden om klanten te bezoeken. „Iedereen is met vakantie en vaart de kusten af van Turkije tot Zuid-Frankrijk .”

Hij hoopt op beterschap. In mei zijn er voor het eerst weer meer superjachten verkocht dan aan het begin van de financiële crisis, zo blijkt uit de jongste cijfers van marktanalisten. De omzet bedroeg 543 miljoen euro: dat is 274 procent meer dan een jaar eerder.

Op de bootshows van Monaco en Fort Lauderdale kan die tendens zich verder zetten, aldus Luijendijk: „Het belooft een druk najaar te worden.”