Slotkilometer

Dit is wat de hoofdrolspelers van vandaag deden in die regenachtige slotkilometer, tussen hekken en vlaggen en verbeten blikken.

Rui Alberto Faria Da Costa keek achterom en zag Alexandr Vinokourov, ongeveer driehonderd meter bij hem vandaan. Daarna keek hij naar zijn trappers, alsof niet hijzelf, maar zijn fiets er schuld aan had dat hij stilviel. Een heldentocht leek te sneuvelen in het zicht van de haven, maar de man achter hem kwam maar niet dichterbij, deelde maar geen genadeklap uit. Rui Costa ging recht op zijn zadel zitten, sloeg twee kruisjes en stak zijn handen in de lucht. Hij won.

Alexandr Vinokourov, 37 jaar. Desperaat op zoek naar erkenning. Pijn in de benen na vier cols, scheef op de fiets. Stak hij zijn hand naar voren, dan kon hij de Portugees bijna aanraken. Maar de dag was een paar honderd meter te lang.

Philippe Gilbert, kleurgever van de eerste Tourweek. Niemand slaat in twintig meter zo’n groot gat als deze Belgische geweldenaar. Besloot nog even tweede te worden - en werd het dus ook.

Thor Hushovd. Een bonkige sprinter, maar een met vleugels nu het geel al dagenlang om zijn schouders hangt. Ook morgen.

Robert Gesink. Elke dag een beetje herstellende na de val van woensdag. Maar dit deed pijn, meer pijn dan hij tot nu toe aan herstel had binnengeharkt. Hij moest concurrenten bij hem weg laten fietsen, had enkel nog gezelschap van ploegmaten met compassie. Afstappen is een optie.

En morgen volgt nog zo’n dag.