Schalken spreekt - en wordt tegengesproken

Het voelde „dubbel”, twitterde oud-journalist Jan Bonjer. „Een krant die met genoegen een interview publiceert en vandaag in het commentaar de staf over de geïnterviewde breekt.”

Bonjer, begin jaren negentig chef verslaggeverij bij NRC Handelsblad, doelde op het interview met raadsheer Tom Schalken, die in de zaterdagkrant zijn ontslag bekendmaakte en meteen zijn gram haalde op de Amsterdamse rechtbank.

Dat was een daverende primeur.

Maar twee dagen later kreeg Schalken in het hoofdredactioneel commentaar op zijn kop, omdat hij zijn mond niet had gehouden. Rechters, aldus dat commentaar, „spreken door hun vonnis – dat is het ijkpunt voor het publieke debat. Niet in een boek achteraf, noch door een vraaggesprek in de krant.”

Hoe nu? Als rechters van de krant alleen via hun vonnis mogen spreken, vraagt een lezer, waarom drukt de krant dit interview dan af?

Dat voelt dubbel, ja – want het is ook dubbel. Nieuws (objectief en feitelijk) en commentaar (de mening van de krant) zijn bij de krant principieel gescheiden. Het idee achter die scheiding: de nieuwsberichtgeving moet zakelijk en onpartijdig zijn; commentaar is per definitie opiniërend en gekleurd.

Dat beginsel wordt bij sommige kranten radicaal opgevat. De commentatoren van The New York Times houden op een aparte verdieping kantoor. Bij de The Wall Street Journal staat een Chinese muur tussen de nieuws - en de opiniekrant.

Dan kan het gebeuren dat de nieuwskrant een zaak zwaar aanzet, terwijl het commentaar die relativeert – of dat een commentator zich druk maakt om een kwestie die in de krant onderkoeld wordt behandeld. Verslaggevers klagen soms dat een commentaar hun werk bemoeilijkt, want zij moeten, bijvoorbeeld, politici die worden gekapitteld de volgende dag weer beleefd om een citaatje vragen.

Maar, zegt de hoofdredacteur: „Het zou nu juist tegen de liberale principes van deze krant zijn om nieuwsgaring en commentaar op één lijn te plaatsen.” En dat is waar, want dat zou het risico in zich dragen van campagnejournalistiek: de feiten aanpassen aan de mening van de krant, en gecoördineerd actievoeren. Zie de Britse tabloidpers. De scheiding is ook een buffer tegen die verleiding van agitprop.

Het is dus niet „schijnheilig”, zoals enkele lezers schrijven, om een interview af te drukken en de spreker vervolgens de maat te nemen. Al is de verbazing van de lezers in dit geval wel begrijpelijk. Want in het commentaar over Schalken werd niet alleen de inhoud van zijn uitspraken bekritiseerd, dus wát hij zei, maar ook het pure feit dát hij had gesproken, en wel waar hij dat niet had moeten doen: in de krant.

Hoe ging dat dan in zijn werk?

De journalist die dit interview afnam, Marcel Haenen, ging niet over één nacht ijs. Haenen, die jarenlange ervaring heeft als justitieverslaggever, benaderde Schalken op vrijdag 24 juni, de ochtend na het vonnis in de zaak-Wilders. Het interview – dat drie uur duurde – had de maandag daarop plaats. Het werd opgenomen op de band, de tekst werd voor publicatie gelezen door Schalken – en diens advocaat. Op een paar kleinigheden na hoefde er niets te worden veranderd.

Dat is relevant, omdat het betekent dat Schalken – een jurist met ruime publieke ervaring – wist wat hij deed. Van „belletje trekken”, zoals één lezer schrijft, was dus geen sprake. En de krant is er dan niet om gezagdragers tegen zichzelf te beschermen – of de geïnterviewde te bedanken voor zijn diensten met een sympathiek commentaar.

Het commentaar werd die maandagochtend geformuleerd.

De krant telt vier commentatoren, die elke ochtend – in overleg met de hoofdredacteur – het standpunt van de krant bepalen over actuele kwesties. Dat is niet altijd hun persoonlijke opvatting; het commentaar is een collectief product, dat getoetst wordt aan de beginselen van de krant (1970) en anoniem wordt gepubliceerd. Zet er een naam onder, en het wordt een ‘gewone’ persoonlijke mening.

In dit geval volgde het commentaar de lijn van de krant: rechters moeten beter met het publiek communiceren, maar wel binnen hun rol. En dat deed Schalken nu niet: hij sloeg om zich heen in de krant. De schade waarover hij klaagde was grotendeels zijn „eigen schuld” en had hij stoïcijns moeten incasseren.

De commentator die dit oordeel daarna opschreef, Folkert Jensma, zegt: „We hebben het probleem waar de lezers op wijzen tevoren onderkend en besproken. Maar als commentator kun je niet feiten die je eigen krant heeft opgespoord anders gaan beoordelen omdát die in je eigen krant hebben gestaan.”

En de krant zou wel gek zijn geweest om dit belangrijke interview niet af te drukken, vindt ook de commentator. Het is inderdaad niet comme il faut dat een rechter via de krant zijn gram probeert te halen – en dat onderstreept het commentaar tamelijk streng – maar nieuws is het wel. Jensma: „De man maakt zichzelf tot nieuws, door wat hij zegt. Als hij binnen de perken was gebleven, had hij een waarderend – of geen – commentaar gekregen.” Het gaat , uiteraard, vooral om wát Schalken had gezegd.

Het belangrijkste lijkt mij: deze rechter koos bewust voor de publiciteit. En dan is het publish and be damned, hoe hard dat ook klinkt. Al had die verantwoording – nu de krant het dilemma toch zag aankomen – van mij ook in het commentaar zelf mogen staan.

Sjoerd de jong