Onaanvaardbaar studierendement? Niet bij ons

Het hoofdredactioneel commentaar van 2 juli over de plannen van staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) stelt terecht dat onderwijs geen bedrijf is, maar een maatschappelijke investering. Vreemd en misplaatst is daarentegen het puur bedrijfsmatige oordeel van het commentaar van „een onaanvaardbaar laag studierendement dat nota bene bij de drie technische universiteiten het allerlaagst is”.

Neem als voorbeeld de opleiding electrical engineering (EE) aan de Technische Universiteit Eindhoven. Twee rendementscijfers worden gebruikt – het aantal studenten dat overblijft na het eerste jaar en het aantal studenten dat na vier jaar zijn bachelordiploma heeft behaald. Voor EE zijn die getallen laag, respectievelijk 50 en 10 procent.

Vrijwel alle studenten die in het eerste jaar vertrekken, gaan evenwel EE studeren op het hbo. Zij stappen na een half jaar over in een 3,5-jarig hbo-programma, zonder studievertraging dus. Dit is geen ‘uitval’ – en zeker geen probleem. Hadden we deze groep niet, dan was ons eerste-jaarsrendement meer dan 90 procent.

Verder is het bachelorrendement bijzaak. Op de arbeidsmarkt is alleen vraag naar studenten met een masterdiploma EE. Al zolang we dat bijhouden, rondt gemiddeld 50 procent van de studenten binnen zeven jaar de bachelor plus de master af.

Bij andere technische opleidingen is de situatie vergelijkbaar. Waar het werkelijk om gaat, is dat we te weinig ingenieurs opleiden. Beleid dat is gebaseerd op rendementscijfers zal daar niet aan bijdragen. Het is daarom op zijn best inefficiënt en op zijn slechtst contraproductief. De rendementscijfers zijn laag, maar nietszeggend en dus ook niet onaanvaardbaar.

Jan Vleeshouwers

Studieadviseur op de faculteit electrical engineering van de Technische Universiteit Eindhoven