M'n lichaam wordt gratis opgehaald

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

Ik heb mijn lichaam ter beschikking van de wetenschap gesteld. Binnen 24 uur na mijn overlijden wordt m’n lijk overgebracht naar het academisch ziekenhuis. Gratis. Dat scheelt een vermogen aan uitvaartkosten.

„Rouwkaarten hoeft mijn vrouw niet te versturen. We hebben een kleine familie. Met een paar telefoontjes is die wel op de hoogte gebracht. Onze vrienden- en kennissenkring is ook snel bereikt met wat rondbellen.

„Ik vind dat het academisch ziekenhuis een rouwadvertentie in de krant zou moeten zetten. Vroeger gebeurde dat: ‘Puntje-puntje-puntje is overleden en heeft zijn lichaam ter beschikking gesteld van de wetenschap. Was getekend: Rijksuniversiteit Utrecht, Sol Iustitiae Illustra Nos..’ En dan het logo van de universiteit. Maakten ze meteen reclame, zodat meer mensen op het idee zouden komen hun lichaam af te staan.

„De publieksvoorlichting over terbeschikkingstelling is gebrekkig. Toen ik dit wilde regelen, heb ik eerst het ministerie van Volksgezondheid gebeld. ‘Daar hebben wij geen informatie over, u moet bij een academisch ziekenhuis zijn’, kreeg ik te horen. Ik heb gebeld naar Postbus 51, naar de Gezondheidsraad, maar nergens wordt aan landelijke voorlichting gedaan. Vreemd.

„Bij het AMC kreeg ik, na een half uur lang te zijn doorverbonden, eindelijk de juiste persoon aan de lijn. Die heeft me papieren toegezonden, die we nog een paar keer heen en weer hebben gestuurd. Dat kan toch stukken efficiënter, met een website en een centraal telefoonnummer en formulieren die je kunt downloaden!?

„Een landelijke brochure zou in alle wachtkamers van dokters en tandartsen moeten liggen. Maar daar vind je foldertjes van begrafenisondernemers, zoals deze. [Hij toont reclamedrukwerk.] Een van deze bedrijven regelt ook het lijkenvervoer voor het AMC. Maar dat verzwijgen ze. Ze verdienen liever geld aan een begrafenis met toeters en bellen.

„Ik ben echt een dokterszoontje. Mijn vader was huisarts, mijn moeder schoolarts. Van huis uit heb ik meegekregen dat een artsengezin een voorbeeldfunctie in de samenleving had. Dag en nacht klaarstaan voor je patiënten. Dat verklaart waarom ik de kwaliteit van publieke dienstverlening zo belangrijk vind. Het zal ook te maken hebben met mijn verleden als automatiseringsdeskundige. Uit ervaring weet ik hoe je bureaucratische processen moet inrichten en hoe je die zo gebruiksvriendelijk mogelijk kunt maken.

„Daarin valt nog een hoop te verbeteren in Nederland. In het zicht van de AOW heb ik vorig jaar ook mijn spreekwoordelijke schoenendoos met pensioenregelingen en lijfrentepolissen uitgespit. Ik had veel verschillende werkgevers, dus ik had een hoop paperassen verzameld. Die papierwinkel wil ik mijn vrouw niet nalaten, ik moet zorgen dat ik alles zoveel mogelijk samenvoeg tot een heldere pensioenregeling. Zoiets kostte me toch een tijd en moeite – eindeloos telefoneren, brieven schrijven en kleine lettertjes lezen!

„Ik heb een zwakke gezondheid. Ik ben manisch depressief en slik pillen om een beetje stabiel te blijven. Ik ben geopereerd aan een hernia en ik heb een nieuwe heup. Ik ben voor nog veel meer onder het mes geweest. Dan ga je vanzelf beseffen hoe kwetsbaar je bent als mens. Wat ik van huis uit overigens al wist, want thuis aan tafel ging het regelmatig over patiënten die doodziek of gestorven waren.

„Vier jaar geleden overleed mijn schoonmoeder. Toen hebben we haar huis moeten ontruimen. Ze woonde aan de Albert Cuypstraat, boven de McDonald’s. Ze had nooit iets kunnen weggooien, de kasten puilden uit. En al die lidmaatschappen en abonnementen en regelingen die je dan moet opzeggen. Een enorme klus is dat geweest. Dan besef je weer: je kunt je rommel maar beter opgeruimd hebben voordat je de pijp uitgaat, anders zitten je nabestaanden ermee opgescheept.

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord