'Mijn fotowerk kan blijkbaar op zichzelf staan'

Naast het journaal presenteren doet Sacha de Boer ook aan fotografie. Het is een liefde die al lang bestaat en inmiddels vruchten afwerpt. „De camera is mijn alibi geworden om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen.”

Kom niet aan met Hilversumse binnenbrandjes bij Journaalpresentator Sacha de Boer (44). Terwijl haar voormalige hoofdredacteur, Hans Laroes, vorige week bij zijn vertrek het RTL-Nieuws nog flink van repliek diende, blinkt De Boer juist uit in diplomatie.

Harm Taselaar, hoofdredacteur van het RTL-Nieuws, liet zich bij BNR ontvallen dat hij meer eigen nieuws maakt dan de NOS. Bovendien zou zijn nieuws sneller zijn en vindt hij de doelgroep van de concurrent ronduit ‘appelmoes’. Laroes schoot meteen terug in de Volkskrant: „Het NOS-Journaal is veel minder institutioneel dan dat van RTL.” Bovendien brengt de NOS volgens Laroes grote nieuwsfeiten eerder en uitgebreider dan de collega’s, verderop op het Mediapark.

„Ik heb bij beide rubrieken gewerkt, dus wie eerder en dichter bij de kijker stond, laat ik in het midden”, zegt De Boer over de twee kemphanen. „Sinds 1997, toen ik begon ik bij het Journaal, zijn we gaandeweg wél minder institutioneel geworden. Vooral na het vertrek van Gerard van der Wulp. We richten ons nu inderdaad meer op de kijker.”

De Boer zit in een moeilijk parket. Hoe kun je vrijuit praten over het verschil tussen het RTL-Nieuws en het Journaal, als je thuis, op je eigen hoofdkussen, een denkbeeldige scheidslijn kan tekenen tussen jou en je echtgenoot, Rick Nieman? De anchor bij de concurrent.

Een veiliger thema is dus geboden: de fotografie. De tweede professie van De Boer. Aanleiding is de reizende expositie Tegenpolen die Sacha, samen met Volkskrantfotograaf Raymond Rutting, al sinds januari door het hele land houdt.

Op de expositie hangen onder meer schilderachtige beelden die De Boer op de Noordpool maakte van de lokale bevolking in de sneeuw. „Raymond en ik willen iets terugdoen voor de mensen die we fotograferen”, zegt De Boer. „Met de lezingen die we geven en de verkoop van de foto’s halen we geld op voor een project van Fair Climate Fund. Daarmee worden biogasfornuizen gekocht voor arme mensen op het Indiase platteland.”

Als meisje kwam De Boer spelenderwijs al in aanraking met de camera. „Als kind was ik zowel verlegen als brutaal. De macht van de fotocamera heeft me over die verlegenheid heen gebracht. Bovendien werd de camera mijn alibi om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen.”

Lang voordat de buitenwereld in de gaten kreeg dat De Boer naast het presenteren van het nieuws de camera omarmde, was het buurman Eddy de Jongh die haar inspireerde. „Als kind werd ik vaak op de foto gezet door Eddy, net zoals onze hele gezin. Ik was altijd gefascineerd door het zwarte kastje dat hij bij zich had. Later, op mijn achttiende, begeleidde hij me en gaf tips.”

De Jongh was vooral gecharmeerd van de ‘intuïtieve’ foto’s van De Boer. Door hem leerde zij dat ze dicht bij zichzelf moest blijven tijdens het fotograferen en gekunstelde foto’s moest vermijden. „Het gaat om dat ene, cruciale moment.”

Nog voor haar studie communicatiewetenschappen wilde De Boer al fotograaf worden. „Het romantische beeld overheerste. Rock’n’roll, een bohemienne die met haar camera de wereld afreist.”

Maar diezelfde leermeester zette de jonge De Boer met beide benen op de grond. „Ik zag dat Eddy ook gewoon zijn geld moest verdienen. De CEO van een bedrijf moest ook gewoon op de foto voor het jaarverslag.”

In 2003, het jaar waarin De Boer anchor wordt van het Achtuurjournaal, kwam ze in het ritme van ‘week op, week af’ en begon ze fotografie en nieuws te combineren. „Eerst een week lang iedere dag naar de deadline van acht uur toe werken. Ik, als de trechter van het nieuws, vol adrenaline. De week erna vooral weer het leven in als fotograaf.”

De waan van de dag, in schril contrast met langduriger fotoprojecten, zoals reportages in India en op de Noordpool? Lijdt de Boer niet bijna aan een creatieve, gespleten persoonlijkheid?

‘Tijdens het bijwonen van een masterclass van World Press Photo kwam ik erachter dat de ethiek van de tv-journalistiek heel dicht bij die van de fotojournalistiek ligt. Er zijn meer overeenkomsten dan verschillen tussen tv-nieuws en nieuwsfotografie. Ik merk dat ik ook in de fotografie steeds meer neig naar de journalistieke kant. Zoals op de Noordpool, waar ik naartoe ging om de klimaatverandering vast te leggen. Of in India, waar ik was om straatmeisjes te fotograferen.”

Toch wil ze liever geen harde nieuwsfotograaf zijn. „Ik ga liever een jaar na een oorlog kijken wat de strijd voor schade heeft aangericht en hoe er inmiddels weer een maatschappij is opgebouwd.”

De Boer herinnert zich nog goed een ontmoeting met de beroemde Amerikaanse oorlogsfotograaf James Nachtwey. „Hij vroeg zich af hoe ik tegelijkertijd vanuit de studio de zwarte kant van de wereld kan verslaan, en in het veld als fotograaf juist een ander, poëtischer beeld laat zien. Ik legde hem uit dat ik als journalist inderdaad bericht over oorlog, moord en doodslag, maar dat mijn andere personage op zoek is naar een wereld die wel mooi is.”

Is het nu wel of niet gunstig om als presentator van het Achtuurjournaal ook nog artistieke ambities te hebben? Zijn critici niet geneigd op voorhand te denken dat een andere carrière de bekende Nederlander dan vanzelf komt aanwaaien?

Een vooroordeel, vindt De Boer. „Ik heb eerst overwogen om een pseudoniem aan te nemen als fotograaf. Natuurlijk was ik bang dat mensen zouden zeggen, die denkt zeker dat ze ook kan fotograferen. Maar wat veel mensen niet weten, is dat ik al fotografeerde toen ik nog lang niet bekend was.”

Ze geeft twee voorbeelden, die voor haarzelf gelden als een proeve van haar bekwaamheid als fotograaf, en die haar vertrouwen in haar capaciteiten de afgelopen jaren sterkten. „In 2006 was er een portfolio-avond in kunstenaarssociëteit Arti in Amsterdam. Daar komen galeriehouders op nieuw werk af. Omdat ik wist dat mijn werk een extra naamstempel draagt, heb ik het anoniem neergelegd en op afstand staan kijken hoe er op gereageerd werd. En gelukkig: een galeriehouder zocht de fotograaf van dat anonieme werk voor een expositie. Daarmee was de eerste stap gezet.”

De tweede ‘ballotage’ speelde zich volgens De Boer bij Art Amsterdam af, de jaarlijkse beurs voor moderne kunst. Ze werd daarbij vertegenwoordigd door haar galeriehouder, Suzanne Biederberg. „Bij Art Amsterdam geldt een zware selectie”, legt De Boer uit. „Waar de namen van poppetjes geen enkele rol spelen, maar het draait om de kwaliteit van het werk.

„Mijn fotowerk kan blijkbaar op zichzelf staan. Dat heeft me gerustgesteld.”