Istanbul aan zee

Correspondent Bram Vermeulen ontsnapt langs de Bosporus aan de hectiek van Istanbul.

Vergeet al die toeristenpraatjes. Stad van twee continenten en drie wereldrijken. Mystieke brug tussen west en oost, hip, exotisch Istanbul. Het zal wel. Istanbul is een worsteling. Die zeven heuvels mogen dan net als de eeuwenoude stadsmuren doen denken aan het oude Rome, iedere dag staan ze – spitsuur of niet – vol met puffende files waarin de claxon en de gebalde vuist de dominerende wijzen van communiceren zijn. Istanbul is een monster, dat met de dag vetter wordt door de onstuitbare aanwas van het platteland en gelukzoekers uit de buurlanden. Iedere dag opnieuw slokt deze gulzige stad van zeventien miljoen nog eens duizend nieuwe migranten op. En allemaal voegen ze zich in datzelfde luidruchtige gevecht om overleving.

Maar dan is er de Bosporus. De Bosporus doet dat kabaal vergeten. Je ziet het aan de gezichten van de forenzen die aan het einde van een lange werkdag op de veerboot stappen voor de terugreis naar de overkant. De verbeten gezichten klaren op. De stress over het alledaagse verschrompelt zo gauw hun ogen het uitzicht vinden op de oevers vol silhouetten van de mooiste moskeeën in het land. Dit water brengt verlichting als in meditatie.

In zijn herinneringen aan deze stad noemt de Nobelprijswinnende auteur Orhan Pamuk de Bosporus zelfs „de enige bron van geluk”, voor de Istanbulers. Zonder de Bosporus zouden de stad en zijn sombere inwoners reddeloos verloren zijn. Maar dit intercontinentale water is „een onuitputtelijke bron van weldaad en optimisme die de mensen gezond houdt en beter maakt en de stad en het leven op de been houdt”. Zo verschrikkelijk kan het leven in Istanbul niet zijn, „je kunt tenslotte altijd nog een stukje wandelen langs de Bosporus”.

Waag het niet dit een rivier te noemen. Zo’n gebrek aan respect voor een van ’s werelds meest cruciale waterwegen kan Turken woedend maken. De Bosporus is een straat vol zout water die de zee van Marmara met de Zwarte Zee verbindt. De Istanbulu noemen dat water hun deniz, hun zee. Istanbul is een stad aan zee. Niet vergeten.

Maar om daarvan te kunnen genieten is zo gemakkelijk nog niet. Deze zee, 33 kilometer breed, is in grote delen van de stad onbereikbaar. Verstopt achter weerzinwekkende torenflats, of achter eeuwenoude houten villa’s waarin de rijken al dat moois helemaal voor zichzelf proberen te houden. Wonen in Istanbul is leven met het voortdurende verlangen zo dicht mogelijk bij dat levensgeluk te komen.

Dat streven is in de afgelopen jaren dwingender geworden. Hoe meer de stad dichtslibde, hoe hoger de prijs werd van het water. Veel huizen in deze stad hadden vroeger het raam met uitzicht op de Bosporus in de slaapkamer. De woonkamer, de kamer waar de gasten werden ontvangen, keek liever uit op de stad. Nu verdubbelt een uitzicht de huurprijs. Het raam met een glimp van de Bosporus wordt in alle woningen vereerd als een godsbeeld.

Gouden Mijl

Tot de jaren negentig vond je langs de oevers van de Bosporus vooral onpretentieuze eetlokalen en theehuizen tussen de Ottomaanse villa’s van het oude geld. Uitgaan gebeurde in de donkere straten van Beyoglu, op de hoger gelegen heuvels aan de Europese kant van de Bosporus. Nu is de kuststrook de habitat van het pompeuze geld. Nachtclubs en exclusieve restaurants bezetten de historische kust tussen Ortaköy en het Fort van Rumeli, waar Mehmet II in 1453 de verovering van Constantinopel bekokstoofde. Vijfenhalve eeuw laten zijn de straten hier van tieners in Ferrari’s, hooggehakte dames van middelbare leeftijd en bovengemiddeld dure handtassen en cocktails. Zoals New York 5th Avenue heeft en Parijs de Avenue des Champs-Élysées, zo is dit deel van de Bosporus Istanbuls Gouden Mijl.

Kom in deze contreien liever goed gekleed. Daar houden Turken van. Laat zien wat je hebt en wat je waard bent. Dat noemen ze hier karizma. Uitstraling is alles. Een zomerse dag aan deze kust begint rond het middaguur, niet vroeger (Turken houden niet van vroeg), met een korte boottocht vanuit Arnavutköy naar het watereiland, Suada. Dit is het enige natuurlijke eiland in het midden van de Bosporus, ooit het eigendom van de Ottomaanse Sultan Abdülaziz, maar sinds 1957 het exclusieve eigendom van voetbalclub Galatasaray. Voetbalshirts van andere clubs zijn hier strikt verboden, maar ex-spelers van concurrerende clubs als Pierre van Hooijdonk (ooit Fenerbahçe) kun je hier wel vinden. Suada is de plek van wheeling and dealing. Loungen op zijn Bloemendaals. Zoals Erce Özgeçen, een van de jonge gasten langs het zwembad, zegt: „Je komt hier om aan het gewone leven te ontsnappen. De manier waarop de mensen zich hier kleden, de muziek. Het voelt even alsof we op een andere planeet zijn.”

Daar gaat het om op dit eiland van welvaart. Doen alsof je niet in Istanbul bent, maar ergens in Miami, St. Tropez, de Turkse westkust, ook goed. Hier kom je om viezig Istanbul te vergeten.

Dat kun je na zonsondergang ook in de bar Lucca in Bebek, op een steenworp afstand van het watereiland en beroemd om zijn mojito’s en het opmerkelijk hoge percentage nepblond. Of je neemt de speedboat naar nachtclub Reina in Ortaköy. Die speedboot hoef je niet zelf te regelen, dat doet Reina voor zijn gasten zodat ze over het water kunnen ontsnappen aan de files op het land. Buiten wachten de paparazzi urenlang voor de deur in de hoop een glimp op te vangen van lokale of internationale beroemdheden. Oprah Winfrey was hier. Paris Hilton, Kevin Kostner, Sting. Allemaal om even aan het James-Bondgevoel van deze club te kunnen proeven.

Binnen loop je via een tunnel vol merknamen uit de eerste wereld naar de dansvloer, overdekt met kralen van Swarovski. „Het gaat om de glamour hier”, zegt de Amerikaan Jeff Howison, die hier vrijwel ieder weekend te vinden is. „Zo gauw ik hier binnenloop voel ik een seksuele onderstroom. Zo is de vibe hier. Het gaat me erom dat ik de nacht kan doorbrengen langs de meest sensuele waterweg ter wereld.” Zo is soms het leven langs de Bosporus. Als een fantasie, waarbij alleen de Bosporusbrug die hoog in de lucht Azië met Europa verbindt herinnert aan de overvolle stad hier buiten.