'Ik heb een toekomstvisie'

Bij een broodje Bangkok vertelt Martijn Garritsen (15) over het succes van zijn dansfeesten. ‘Verder ben ik een normaal kind.’

witterbericht: ‘Mijn ouders geloven niet dat ik twee pagina’s aan interview in NRC Lux krijg.’ De tweet is van Martijn Garritsen, 15 jaar, scholier uit Amstelveen. Hij zit in de derde klas van het vwo op het Keizer Karel College. Zijn berichtje staat tussen de tweets over zijn cijferlijsten (allemaal zesjes, een negen voor muziek) en berichtjes als ‘dope’, ‘sick’ en ‘morgen weer gezellig Duits van onze grote vriendin’. Zijn aankondiging is een beetje voorbarig, maar wel waar: ik heb met hem afgesproken voor de Lux-lunch. Behalve 15 en scholier is hij namelijk ondernemer. Samen met een vriend van 16 is hij de bedenker van Speakerz, dansfeesten voor kinderen tussen de 12 en 15 jaar.

Even voor wie zich geen voorstelling van zo’n feest kan maken: groot betekent echt groot. Op het laatste Speakerzfeest in de Amsterdamse discotheek Escape op het Rembrandtplein waren er 950 kaartjes verkocht. Licht- en geluidseffecten, rookmachines, dj’s en danseressen en een zaal vol meisjes met lange steile haren in korte jurkjes en jongens met baggy broeken. Geen drank, geen drugs, geen sigaretten. Wél veel frunniken, zoenen en klef dansen.

Als je wilt weten waarom dat soort feesten zo populair zijn, of waarom ze eigenlijk zouden moeten bestaan, dan kom je dus uit bij Martijn Garritsen, ook al is hij pas vijftien. Als hij de lunchlocatie moet kiezen, twijfelt hij even. Wildschut in Amsterdam, of toch BLVD in het Amstelveense stadshart? Laten we BLVD maar doen, zegt hij door de telefoon. Dichter bij school en huis. We spreken af na schooltijd. Hij is vroeg uit, want hij heeft de laatste weken voor de vakantie bijna geen les meer. Hij is niet klein en niet groot, niet brutaal en zeker niet verlegen. Blauwe ogen onder zijn in het gezicht gekamde haar, driekwart lange broek, T-shirt met een V-hals. Gaan we binnen of buiten op het terras? Binnen, besluit hij, dan kan ik hem ook beter verstaan. Hij kijkt kort op de kaart. „Het broodje Bangkok is hier altijd heel goed.” Met gebakken ossenhaasstukjes, champignons, taugé en sojasaus. En hij bestelt een Fanta.

Twee zomers geleden besteedde deze krant een hele bijlage aan vijftienjarigen. Van Middelburg tot Sint Nicolaasga interviewden we jonge mensen die geen kinderen meer waren, maar ook nog lang niet volwassen. Toen viel op hoe goed ze het hadden. Hoe wijs en welbespraakt ze waren. Hoe ‘oké’ ze zichzelf, hun ouders, hun school, kortom hun leven vonden, met voldoende geld en vrijheid om te gamen, te shoppen en te feesten.

Onderzoeksbureau Motivaction kwam in datzelfde jaar 2009 met de resultaten van hun onderzoek naar jongeren tussen de 15 en 23 en noemde hen de ‘grenzeloze generatie’. Zelfgenoegzaam, niet betrokken bij hun omgeving, egoïstisch, uit op pleziertjes. Wij noemden die vijftienjarigen liever de generatie ‘alles is oké’.

Met Martijn Garritsen gaat het meer dan oké. Hij doet het technasium, vwo met extra veel bètavakken. „Daar moet ik ook zelf met ideeën komen, in stappen denken en een doel halen.” Hij waakt over zijn woorden als was hij baas van een beursgenoteerde onderneming. Geen winst- en omzetcijfers, en „over mijn privéleven praat ik liever niet.”

Disco

Vijftienjarigen mogen en willen veel, maar kunnen niet altijd alles. Want waar kunnen ze zoal feesten? Op schoolfeesten. Bij klasgenoten in een tijdelijk tot disco verbouwde garage. En verder? Verder nergens. Voor de echte party’s moeten ze tenminste zestien zijn, discotheken mogen ze niet in en de kroegen zitten ook niet te wachten op plukjes pubers die de hele avond uitzitten op drie cola.

In dat gat tussen kinderfeestje en grotemensenparty valt geld te verdienen, dat snappen jongeren zelf het beste. In 2007 bedachten vier scholieren, die toen de leeftijd hadden van Martijn Garritsen nu, de Fris-feesten. Feesten die lijken op volwassen houseparty’s, precies zoals jongeren tussen de 12 en 15 willen en waar ze van hun ouders ook naar toe mogen omdat er een strikt deurbeleid wordt gevoerd. Veel beveiligers, toezicht op drank en drugs. Roken mocht er wel, maar dat was voor het rookverbod. Inmiddels zijn de Fris-feesten een begrip, waren er 180 feesten in 18 steden in Nederland. Deze zomer is Antwerpen aan de beurt, daarna volgen meer Europese hoofdsteden.

Martijn Garritsen is twee keer naar zo’n Fris-feest geweest, toen hij twaalf en dertien was. Daarna niet meer. Hij is op zijn hoede als ik vraag waarom niet. „Moet ik nu Fris gaan bashen?” Daar begint hij niet aan. Fris, zegt hij, is de marktleider. „Misschien willen we ooit nog eens wat samen met ze doen.” Nou vooruit, schoorvoetend zegt hij het toch maar: „Ik vond het publiek bij Fris te jong.” Zijn vriend Mark de Kruijff en hij bedachten een „nieuw concept” en noemden dat Speakerz. „Een feest dat kinderen van onze leeftijd vet vinden. Speelse decors, sexy danseressen en ons soort muziek. Partysquad, Quintino, Alvaro. Nederlandse artiesten die heel hoog in het wereldje zitten. Maar ook commerciële muziek; Top-40, Lady Gaga, Black eyed peas.”

En inderdaad, op Speakerzfeesten komen iets oudere kinderen dan bij Fris. Maar wat nou precies het verschil is tussen een feest bij Speakerz of bij Fris? „Speakerz gaat qua decors en special effects voor het wow-effect.” En voor een veertienjarige is ‘wow’ echt iets anders dan voor een twaalfjarige.

P60, het poppodium in Amstelveen, had belangstelling voor Speakerz. Martijn Garritsen en zijn compagnon mochten er het eerste feest organiseren. Hij maakte flyers en stickers en er kwamen 500 man. Er volgden nog zes edities, allemaal uitverkocht. De kaartjes voor het laatste feest op 28 mei waren drie weken van tevoren al weg. Dus toen zijn Martijn Garritsen en zijn vriend die hij nu zijn compagnon noemt eens gaan nadenken. „Het liep zo goed, dat we iets moesten verzinnen om het beter in de markt te zetten, zodat we er nog meer geld uit kunnen trekken.” Ze zijn gaan praten met het professionele event-organisatiebureau Entertainment Centre. De organisator haalde met Speakerz de jongste doelgroep binnen, en Speakerz kan via hen uitbreiden. „We hebben nu twee mensen op kantoor zitten.”

De volwassenen in het bedrijf regelen de locaties, de vergunningen en de financiën. Martijn Garritsen en zijn vriend zorgen dat de feesten ook vol raken. „Zij zijn de motorische, wij de uitvoerende kracht. Eerst ontwierp ik nog flyers, maar dat is niet meer nodig. Zonder flyers verkopen we de kaarten ook wel. Via Hyves benaderen we de populaire kinderen op andere scholen om kaarten te verkopen. Zij nodigen hun vrienden weer uit.”

Van dat soort constructies moeten marketeers dromen. Iedereen die iets wil verkopen aan tweens, de jonge adolescenten dus, weet hoe moeilijk die groep te porren is en hoe dwars hun voorkeuren soms zijn. Waarom hebben alle tweens een Blackberry, en juist géén iPhone zoals dertigers? En vinden ze Abercrombie wel vet, en Polo veel minder? Hoe kan het dat tieners echt bont op hun jas willen, terwijl twintigers anti-bont zijn? De beste manier om tweens te winnen is door tweens in te zetten. „Mond-tot-mondreclame werkt het best bij kinderen”, zegt Martijn. Virale marketing, zegt hij, en hij controleert of ik dat wel opschrijf.

Verwende buurt

Een toegangskaartje voor Speakerz kost tien euro. „Meestal betalen de ouders dat.” Waarom? Hij haalt zijn schouders op. „Beetje verwende buurt hier.” Hoeveel Martijn zelf overhoudt aan de feesten, wil hij niet zeggen. „We maken behoorlijke winst, die we herinvesteren in het bedrijf. Maar we hebben afgesproken geen cijfers te geven.” Zijn ouders, zegt hij, zijn zijn belangrijkste adviseurs. „Ik luister altijd naar hun mening.”

Zijn moeder is maag-darm-leverspecialist in het VU ziekenhuis in Amsterdam, zijn vader postzegelveiler. Zijn zusje van 13 mag mee naar Speakerz. „Kan ik een oogje in het zeil houden.” Niet dat het nodig is, want er lopen alleen al een stuk of acht deur- en zaalbeveiligers rond. In gele Speakerzhesjes controleren ze of kinderen geen alcohol mee naar binnen smokkelen, of ze niet van te voren ingedronken hebben en of ze wel tussen de 12 en 15 zijn. En laatst, toen Speakerz werd gehouden in een discotheek midden in het centrum van Amsterdam, stonden er op het Waterlooplein al beveiligers klaar om groepjes kinderen naar de deur begeleidden. „Die locatie was voor ouders niet met de auto bereikbaar, ze konden hun kind niet afzetten.”

Ja, zegt hij, zoveel beveiliging is nodig. „Ouders willen dat. En kinderen van deze leeftijd zijn afhankelijk van de goedkeuring van hun ouders.” Geen drank, geen drugs, zelfs de rookhokken zijn afgesloten. Sommige kinderen zullen dat kinderachtig vinden. Klopt, zegt Martijn. „De echt coole kinderen komen niet naar Speakerz. Die gaan met een fake-ID naar 16-plusfeesten.”

Kinderen mogen én kunnen dus sinds Fris en Speakerz naar party’s. Maar de vraag die in mijn hoofd blijft rondspoken is, waarom ze het zouden moeten willen. Martijn Garritsen weet het wel. „Ze zien het op televisie. In alle series en films zit wel een scène die zich afspeelt op zo’n feest. Zij willen dat ook.” Heel voorzichtig begin ik over schuren (schuifelen), het interfacen (zoenen) en het erotisch dansen van kinderen van veertien. „Er is vergeleken met vroeger veel veranderd”, zegt Martijn iets minder voorzichtig. „Het verbaast me hoe ver sommigen gaan. Of hoe ze erbij lopen, als halve pornosterretjes. Trek dan ál je kleren uit.” En waar drank en drugs verboden zijn, is er andere smeerolie nodig voor een succesvol feest.

Het broodje is allang op. Zijn blackberry begint onrustig te worden. Vrienden melden zich per ping en tweet. Martijn laat een foto zien van de professionele dj-set die hij thuis heeft staan. Als dj MartinGarrix draait hij vaak op feesten, ook voor ouder publiek. Als hij geluk heeft, brengt en haalt zijn vader hem. Het mag allemaal, zolang hij de afspraak met zijn ouders nakomt dat zijn school er niet onder lijdt. Vindt hij vanzelfsprekend. „Maar ik zit wel te rekenen. Kan ik een 1 halen en toch nog een voldoende blijven staan?” Er zijn leraren die vinden dat hij te veel aan zijn hoofd heeft. „Als de voorverkoop van Speakerz te langzaam gaat, krijg ik wel stress ja. Het is mijn verantwoordelijkheid dat het feest goed gaat. Verder ben ik een normaal kind. Ik denk alleen verder. Ik heb een toekomstvisie.”