Hof schuwt zaak over Zwitserse minaretten

Wanneer zijn moslims ‘slachtoffers’ van een minarettenverbod? Niet zomaar, vindt het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Gisteren verklaarde het Hof twee klachten van Zwitserse moslimorganisaties over het grondwettelijke verbod op de bouw van minaretten in het land niet ontvankelijk.

In twee afzonderlijke zaken klaagden moslimorganisaties de Zwitserse staat aan bij het Hof in Straatsburg. Volgens de organisaties komt het grondwettelijke verbod op de bouw van minaretten, ingevoerd na een referendum in 2009, neer op discriminatie en schending van de godsdienstvrijheid. Zwitserland zou handelen in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Maar het Hof kan alleen zaken in behandeling nemen van klagers die zélf slachtoffer zijn van schending van het verdrag, schreven de rechters gisteren in hun niet-ontvankelijkheidsverklaring. In dit geval waren de klagers verenigingen, geen individuen. Verenigingen, zo stelt het Hof, kunnen niet „zelf optreden als slachtoffers” namens hun leden, die zich misschien gediscrimineerd voelen of menen hun godsdienst niet te kunnen uitoefenen.

Verenigingen kunnen wel slachtoffer zijn van schending van het EVRM, maar alleen als hun functioneren als organisatie wordt geschaad. Stel bijvoorbeeld dat zij moskeeën willen bouwen. Maar het Hof „constateert dat de klagers niet betogen dat zij moskeeën gaan bouwen in de nabije toekomst.”

Verreweg de meeste zaken (meer dan 90 procent ) worden door het mensenrechtenhof niet-ontvankelijk verklaard. Soms onmiddellijk, soms in een zorgvuldig beargumenteerde beslissing, zoals in het geval van de Zwitserse minaretten. Er kwamen in 2010 65.000 klachten binnen, waarvan er een kleine 40.000 onmiddellijk als niet-ontvankelijk werd afgewezen.