Hans Hillen is net iets te laconiek Uri Rosenthal ligt lastig in de Tweede Kamer

De kenner van alle politieke valkuilen heeft zelf flink wat reputatieschade opgelopen. Onnodige botsingen met de Kamer en een weinig overtuigend verhaal tegenover ‘zijn’ militairen over de bezuinigingen op defensie hebben Hans Hillen getekend.

Hij begon voortvarend, conform het adagium: de aanval is de beste verdediging. Een maand na zijn aantreden lag er al een brief bij de Kamer met dramatische bezuinigingen. De apocalyptische bewoordingen die hij sindsdien gebruikt roepen bij militairen de vraag op waarom hij dan voor die bezuinigingen heeft getekend.

De eeuwige strateeg Hillen dreigt daarmee slachtoffer te worden van zijn eigen strategie. Zijn waarschuwende opmerkingen zijn bedoeld om nieuwe grepen in de kas van Defensie te voorkomen. Maar daarmee heeft hij vooralsnog wel geloofwaardigheid bij zijn eigen mensen verloren.

In de Tweede Kamer heeft hij zich te vaak gemanifesteerd als iemand die weet hoe het daar aan toe gaat. Op net iets te laconieke toon wijst hij verzoeken van het parlement af. Een politiek adviseur, die de relaties met Tweede Kamerleden goed moet houden, denkt hij als enige minister niet nodig te hebben.

Het initiatief houden, daar gaat het bij Hillen om. Vandaar vorig jaar de goed getimede oproep aan zijn CDA – op de ochtend van een partijcongres – om duidelijk te kiezen voor een conservatieve koers. Opnieuw was hij te snel. Want het debat ging vervolgens niet over de koers van het CDA, maar over Hans Hillen zelf.

„Nederland dreigt voor zijn veiligheid onderverzekerd te raken.” (8 april)