Halbe Zijlstra duldt geen enkel uitstel

Wie strijdt tegen de cultuurbezuinigingen, zal het zwaar vallen Zijlstra’s kwaliteiten als bestuurder te beoordelen los van zijn beleid. Wie dat toch lukt, ziet dat hij het goed doet.

Zoals dat in bestuursjargon heet: staatssecretaris Zijlstra ligt op koers. Zijn minister Van Bijsterveldt (CDA) voelde de noodzaak de bezuiniging op het Muziekcentrum van de Omroep af te zwakken. Zijlstra niet. Ondanks harde protesten heeft hij de oppositie nog geen dubbeltje gegeven. Ook duldde hij geen uitstel, zoals zijn collega Weekers (VVD) deed bij de verhoging van de BTW op podiumkaartjes. De regeling voor langstudeerders heeft Zijlstra zelfs al door beide Kamers der Staten-Generaal geloodst.

Daar komt bij dat Zijlstra slachtoffers maakt onder mondige burgers – en niet onder gehandicapten of psychiatrisch patiënten. Dat blijkt wel uit de tientallen opinieartikelen en ‘pamfletten’ hierover waarmee kranten zijn overspoeld. Een van de meest gehoorde klachten: Zijlstra hanteert de botte bijl, zonder visie. Maar in zijn strijd met de Raad voor Cultuur bleek dat onjuist. De Raad, met adviseurs uit alle hoeken van de cultuurwereld, deed zelf een voorstel. Uitgangspunt: de pijn eerlijk verdelen. Dat weigerde Zijlstra. Die wilde topinstellingen en musea sparen en treft daarom de podiumkunsten en beeldend kunstenaars extra hard. Verstandig? Dat is de vraag. Maar visieloos is het niet.

„Mijn persoonlijke smaak doet er niet toe.” (15 januari)