Gewoon zelf sparen voor de studie van de kinderen

„Ik heb jonge kinderen en wil, zonder grote risico’s, een spaarpot opbouwen waarvan ze hun studie kunnen betalen. Wat is beter: een langlopende spaarrekening op naam van de kinderen of op mijn eigen naam? Ik heb begrepen dat er fiscale consequenties kunnen zijn, bijvoorbeeld als wij zouden overlijden of als de grootouders de kinderen geld schenken.”

Uit deze vraag klinkt de vrees dat studerende kinderen peperduur zullen zijn. En dat je fiscaal iets slims kan doen met spaargeld voor bollebozen. Deze onzin stamt uit de jaren negentig. Toen lieten honderdduizenden ouders zich afschuwelijke studiewoekerpolissen aanpraten door tussenpersonen en verzekeraars. Daarmee dachten ze, mede over de rug van de fiscus, grote bedragen te vergaren. Niets bleek minder waar.

Toch is sparen voor studiekosten op zich een uitstekend idee. Volgens de Studentenmonitor Hoger Onderwijs besteedde een uitwonende student in 2009 maandelijks gemiddeld 1.200 euro, terwijl een thuiswonende rondkwam van 650 euro. De ouders betalen die kosten slechts deels. De overheid biedt vier jaar een prestatiebeurs. Deze is komend studiejaar maandelijks 266,23 euro voor uitwonende wo- en hbo-studenten en 95,61 euro voor thuisblijvers. Daar bovenop verdient de doorsnee student maandelijks 475 euro, volgens Studentenmonitor. Het resterende gat van 458,77 euro of 79,39 euro laat zich vullen met ofwel een bijdrage van de ouders en/of een studielening en/of (als de ouders weinig verdienen) een aanvullende studiebeurs. Ouders met een redelijk inkomen, die niet willen dat hun kind leent, moeten dus maandelijks mogelijk 460 euro bijdragen. Voor de hele studieduur van vier jaar is dat 22.000 euro per knappe kop. Vrij opneembaar sparen is de beste keus als u geen risico’s wilt lopen. Heeft u 15 jaar spaartijd, dan moet u, bij 3 procent spaarrente, maandelijks 97 euro wegzetten om 22.000 euro te vergaren. Bij 18 jaar spaartijd – vanaf de geboorte – kunt u toe met maandelijks 77 euro per kind. Kies een spaarrekening met maximale rente. U bestrijdt inflatiegevolgen door het bedrag jaarlijks iets te verhogen.

Door sparen bouwt u vermogen op. Dat vermogen wordt belast als het meer is dan 20.785 euro per fiscale partner plus 2.779 euro per minderjarig kind. Een stel met drie kleine kinderen kan dus 49.907 euro belastingvrij aanhouden. Qua belastingvoordeel is er geen reden om te sparen op naam van de kinderen, want de fiscus telt het vermogen van minderjarige kinderen op bij het uwe. Als u zou overlijden, mag elk kind belastingvrij 19.114 euro van u erven. Over de rest tot 118.708 euro betalen ze 10 procent. Grootouders mogen elk kind jaarlijks 2.012 euro belastingvrij geven.

Het is raadzaam om het spaargeld zelf te beheren. Want stel dat uw kinderen niet gaan studeren, er onmin met u ontstaat, uw kind moeite met geldzaken heeft of met de pet naar zijn studie gooit?Zolang de ouder een belangrijke financieringsbron is, kan deze gemakkelijker sturen en eisen stellen. En blijkt het spaargeld te overvloedig, dan kunt u er naar eigen inzicht iets leuks mee doen.

Hoogste spaarrente: spaarinformatie.nl, over studiefinanciering: ibgroep.nl, Over studiekosten: studentenmonitor.nl