Fijne vakantie, meneer de minister-president

Hij vond het gisterenmiddag, na de laatste ministerraad voor de zomervakantie, een goed moment om „over de schouder te kijken”. En wat hij zag, dat was goed, zo constateerde minister-president Mark Rutte. Er was „constructief” samengewerkt met de Tweede Kamer. Belangrijk daarvoor is dat de bewindspersonen niet ijdel zijn. IJdelheid, meent de VVD’er, leent zich slecht voor een minderheidskabinet.

Rutte gebruikte die laatste dag voor de bekendmaking van enkele plannen die „goed laten zien” waar zijn kabinet voor staat, maar die ook bij voorbaat op tegenstand van de oppositie kunnen rekenen. Rutte somde op: minder Kamerleden, hogere huren voor bovenmodale inkomens, meer mogelijkheden tot preventief fouilleren en een uitbreiding van een wet die het ex-criminelen moeilijk maakt vergunningen te krijgen. Deze voorstellen hebben nog een lange weg te gaan voor ze wet zijn. Zeker het plan om de volksvertegenwoordiging met eenderde in te krimpen lijkt kansloos, omdat daarvoor tweederde meerderheden zijn vereist in beide Kamers van dat parlement.

Waren er ook dingen fout gegaan? Op die vraag was de premier niet voorbereid. Even wist hij niets te zeggen. Toen zei hij dat dingen „natuurlijk” niet altijd waren gegaan zoals gepland. De premier noemde enkele voorstellen die na aandringen van de Kamer waren aangepast, zoals de politiemissie naar Kunduz, de btw-verhoging op toneel- en concertkaartjes (uitgesteld en intussen door de staatssecretaris zelf alweer betreurd) en de langstudeerdersregeling (ook uitgesteld).

Zoals Rutte voor de vakantie even afscheid nam van Den Haag, zo schreven tien prominente Nederlanders per ansichtkaart vakantiegroeten aan het kabinet. Op de opiniepagina’s van deze krant spreken mensen als SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, columniste Hassnae Bouazza, NPS-directeur Joop Daalmeijer en FNV-voorzitter Agnes Jongerius de ministers en staatssecretarissen toe over kwesties die in ieder geval tot vragen zullen leiden. Zoals: wat als de praktijk weerbarstiger blijkt dan het optimistische verhaal dat het kabinet vertelt? Of: hoeveel antiliberale eisen mag de SGP stellen? Of: waarom is het Europagevoel in Nederland toch zo diep weggezonken?

Zomerrapport voor de coalitie: pagina 24

Beste wensen voor het kabinet: Opinie & Debat, pagina 30-33