Europa moet afkicken

Schulden zijn als drugs: zij geven een kortstondig gevoel van zaligheid, zij werken verslavend, je hebt steeds meer nodig en je gaat er uiteindelijk aan kapot. Tot de kredietcrisis van 2008 zijn de gevaren van stijgende schulden onderschat, een proces waaraan de rating agencies en hun geruststellende verklaringen duidelijk debet zijn. Nu is Griekenland het middelpunt van een Europese schuldencrisis. Om de gevolgen van de kredietcrisis op te vangen, hebben centrumrechtse én centrumlinkse regeringen voor ongekende bedragen extra schulden gemaakt. Zij redden hun financiële instellingen en financierden oplopende begrotingstekorten.

In essentie, zo was van meet af aan de kritiek, deden overheden precies hetzelfde als het financiële bedrijfsleven en burgers jarenlang zelf hadden gedaan. Consumenten stapelden schulden op schulden in de verwachting dat de waarde van hun bezit, zoals huizen, sneller zou stijgen. Financiële instellingen joegen met schulden het rendement op voor aandeelhouders én eigen personeel: meer winst, meer bonus.

Schulden maken is een langdurig proces dat ongestoord kan doorgaan, juist bij nationale staten in westerse landen. Zij kunnen toch dankzij hun belastingheffing op tijd hun rente en aflossing betalen?

De les van de kredietcrisis is dat alle economische waarheden tegen het licht worden gehouden. En sommige gaan over boord. Reguliere risico’s zijn niet langer de maatstaf. Het somberste risico is de nieuwe norm. Zie ik mijn geld terug?

Op zo’n vraag – gaat Griekenland bankroet, of Ierland, of toch eerst Portugal – zoekt de Europese Unie al ruim een jaar een geloofwaardig antwoord. Wie daar niet in slaagt, hoeft niet verbaasd te zijn als de buitenwereld zelf oordeelt. De rating agencies die de kredietwaardigheid van bedrijven en staten beoordelen, Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch, kampen sinds de kredietcrisis met aangetaste geloofwaardigheid. De fout van misplaatste geruststellende opinies kunnen zij niet nogmaals maken. Zij worden eerder strenger. Maar woede en misbaar in Brussel was deze week het lot van Moody’s na de plotse verlaging van de kredietstatus van Portugal tot wrakhout. Voelde de voormalige Portugese minister-president Barroso, nu voorzitter van de Europese Commissie, zich aangesproken?

De wrevel illustreert een ouder en dieperliggend probleem: hoe verhoudt Europa zich tot de financiële markten en partijen die daar actief zijn? In een vorige crisis, nog vóór de euro, opperde een Franse minister herinvoering van de guillotine voor valutaspeculanten. Duitsers fulmineerden tegen financiële sprinkhanen die hun bedrijven kochten. Europa heeft een traditie van staatsmacht en regulering, terwijl de Verenigde Staten, de bakermat van de rating-instituten, juist een tegenovergestelde traditie heeft. En eerlijk is eerlijk: de rating-instituten hebben ook schuldenstaat de VS de wacht aangezegd.

Op financiële markten handelen partijen naar eigen inzicht en belangen. De uitkomst is altijd ongewis, maar dat betekent niet per se duistere machinaties van buitenlandse speculanten van Angelsaksische snit. Regels zijn noodzakelijk, maar zij moeten de markt ondersteunen, niet onmogelijk maken. Het oordeel van rating-instituten kan de handel versoepelen, maar niemand hoeft hun rapporten te geloven of ernaar te handelen. Als Europa zijn ‘eigen’ rating-instituut mist, zoals Barroso suggereert, schiet lokaal ondernemerschap tekort of ontbreekt gewoon emplooi.

Markten laten zich slecht sturen, maar Europese politici moeten zich daardoor niet van de wijs laten brengen. Schuld maakt kwetsbaar. Die les is nog steeds niet geleerd. Wie afkickt van schulden, desnoods door zijn verlies te nemen, herwint vertrouwen, bij rating-instituten, bij markten en ten slotte bij de burgers.