Enzymremmers mogelijk effectief tegen kwaadaardige hersentumoren

Onderzoekers in Cleveland hebben een nieuw aanknopingspunt gevonden voor de behandeling van glioblastomen, een vaak dodelijke hersentumor. Zij ontdekten dat het enzym NOS2, dat alleen in de stamcellen van deze tumoren voorkomt, deze cellen in staat stelt te groeien en tumoren te vormen.

Bij de gebruikelijke behandelingen van glioblastomen ontspringen die stamcellen vaak de dans waardoor de tumor steeds kan terugkeren. Medicijnen die de activiteit van NOS2 remmen, kunnen dit voorkomen. Omdat NOS2 alleen in deze stamcellen zit, worden andersoortige stamcellen in de hersenen ongemoeid gelaten (Cell, 8 juli).

Glioblastomen, ook wel astrocytomen genoemd, zijn veel voorkomende, kwaadaardige tumoren van de astrocyten, de stervormige steun- of gliacellen in de hersenen. Ze zijn kwaadaardig in de zin dat ze zich door het hersenweefsel verspreiden en na behandeling vrijwel altijd weer terugkomen. Ze zaaien echter niet uit. De behandeling (een operatie, bestraling of chemotherapie) is afhankelijk van de leeftijd en conditie van de patiënt. Ondanks deze verschillende behandelopties zijn de vooruitzichten doorgaans slecht.

Een paar jaar geleden zijn in glioblastomen cellen gevonden die in veel opzichten lijken op normale stamcellen. Vermoedelijk houden die de tumorgroei in stand, onder meer doordat ze de groei van bloedvaten naar de tumor bevorderen. Ook zijn ze vrijwel ongevoelig voor bestraling, waardoor deze behandeling maar beperkt effectief is. Om die reden gingen onderzoekers op zoek naar methoden om deze stamcellen gericht aan te pakken.

De Amerikanen bestudeerden onder meer de enzymen die betrokken zijn bij de vorming van stikstofoxide (NO). Bekend was namelijk dat deze stof tumorgroei bevordert en tumoren resistent maakt voor behandeling. In glioblastomen komen diverse enzymen voor die stikstofoxide aanmaken. Eén van die enzymen, NO synthetase-2 (NOS2), bleek vooral in de stamcellen verhoogd actief te zijn en voor een overvloedige productie van NO te zorgen. Het belang van deze ontdekking bleek toen metingen bij patiënten uitwezen dat patiënten met verhoogde NOS2-activiteit een slechtere prognose hebben dan patiënten zonder deze verhoogde activiteit.

Er zijn al geneesmiddelen op de markt die de activiteit van NOS2 remmen. Ze worden vooral ingezet bij de behandeling van ernstige ontstekingen. Nu kunnen ze wellicht ook worden toegepast bij de behandeling van glioblastomen. Gehoopt wordt dat ze niet alleen de tumoren stoppen, maar ook de kans dat deze terugkeren verkleinen door ze letterlijk in de kiem te smoren. Onderzoek bij patiënten moet uitwijzen of dit inderdaad het geval is.

Huup Dassen