Een pacifistische politieagent, wars van geweld

De radicaalste politieman van Nederland nam in de meest radicale naoorlogse periode van de geschiedenis radicaal afscheid. Hoofdinspecteur Bouwe Kalma is in 1977, het jaar waarin het politieke geweld van Molukse jongeren in Drenthe een climax bereikt, even dé Bürgerschreck van Nederland.

In oktober 1977 plegen drie leden van de Rote Armee Fraktion zelfmoord in de gevangenis. In radicaal linkse kring wordt dit gezien als bewijs van Isolationsfolter in het Duitsland van sociaal-democraat Helmut Schmidt. Ook bij het Duitse consulaat in Rotterdam wordt betoogd. Kalma, chef zeden- en kinderpolitie en gewaardeerd agent, is erbij.

Bouwe Kalma is zoon van een predikant uit Friesland. Tijdens de Duitse bezetting zat hij in het verzet. Hij is geen volgeling van de RAF. Binnen en buiten het politiekorps ijvert hij juist voor geweldloosheid. Hij verwerft faam door in 1957 de vuurgevaarlijke boef Zwarte Ruiter ongewapend te arresteren.

Maar voor de bestaande orde heeft hij evenmin sympathie. In de jaren vijftig is hij betrokken bij de ‘Derde Weg’ die niet wil kiezen voor Washington óf Moskou. Kalma is de eerste politieagent die openlijk lid wordt van de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP). Hij demonstreert in de jaren zestig tegen de apartheidspolitie in Zuid-Afrika, caudillo Franco in Spanje en de oorlog in Vietnam. Met zijn vrouw Ien, in de oorlog koerier voor het illegale Parool, krijgt hij het voor elkaar dat de Rotterdamse politie termen als ‘homo’ en ‘jood’ afzweert. In Israël wordt een boom voor hem geplant.

Bezorgd over het lot van de juist pro-Palestijnse RAF’ers scandeert Kalma najaar 1977 voor het Duitse consulaat de leuze: „Hun strijd, onze strijd, internationale solidariteit”. De beer is los. Voor de één is Kalma een martelaar van het vrije woord, voor de ander een pion van een vijfde colonne ‘fellowtravellers’.

Politiemannen, wier collega en aanstaande vader Arie Kranenburg eerder in Utrecht door een RAF’er is vermoord, eisen zijn ontslag. Procureur-generaal Baron Van der Feltz volgt hen. Burgemeester André van der Louw houdt het toch bij een simpele berisping.

Maar als hij het geboortekaartje van baby en weeskindje Kranenburg krijgt thuisgestuurd, hakt Kalma zelf de knoop door. „Dat snijdt te diep in mijn hart.” De jonge VVD-minister Hans Wiegel van Binnenlandse Zaken begrijpt het en kent hem sans rancune wachtgeld toe.

Ruim een jaar later laat Kalma nog een keer politiek van zich spreken. Hij wordt lijsttrekker van de PSP bij de eerste Europese verkiezingen, terwijl zijn eigen partijafdeling in Rotterdam actie voert voor een boycot van het Europarlement.

Dit tekent de ambivalente emoties die Kalma opriep en zelf ook etaleerde. Hij is een hoffelijke man, die soms bijna verontschuldigend de dialoog aangaat, én een doordraver, die van geen compromis wil weten. Hij zit trots op de eerste rij als zijn sociaal-democratische zoon Paul een studie voor de PvdA presenteert. Maar zelf wil hij de PSP van alle ‘reformistische’ smetten vrij houden en weigert hij mee te gaan naar fusiepartij GroenLinks.

Bouwe Kalma stierf twee weken geleden op 87-jarige leeftijd. Verzet is altijd bepalend voor hem geweest.

Hubert Smeets