De twee Kamers kunnen wel wat kleiner, vindt Rutte

De Eerste Kamer moet terug naar vijftig leden, de Tweede Kamer naar honderd. Maar de kans dat dit plan ooit echt werkelijkheid wordt, is klein. De Grondwet moet gewijzigd.

Erg diepe gedachten zitten er niet achter. De hele overheid moet bezuinigen, dus moeten ook de Staten-Generaal eraan geloven. Of zoals premier Rutte het gisteren zei: „Ik vind dat je de trap van bovenaf schoon moet vegen.”

Minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) maakte gisteren na de ministerraad bekend dat hij een wetsvoorstel indient dat zowel de Eerste als Tweede Kamer in omvang terugbrengt. De Tweede Kamer moet van honderdvijftig naar honderd zetels, de Eerste Kamer zou van de huidige 75 naar vijftig zetels gaan, zoals ook al in het regeerakkoord staat.

Dus de Staten-Generaal zijn nu te groot? Onzin, zeggen tegenstanders van inkrimping. In vergelijking met andere Europese landen heeft Nederland per hoofd van de bevolking zelfs weinig volksvertegenwoordigers. Met de huidige honderdvijftig Tweede Kamerleden vertegenwoordigt elk Kamerlid 110.666 Nederlanders, uitgaande van 16, 6 miljoen inwoners. Met honderd Kamerleden zou dat stijgen naar één op 166.839. Als tegenvoorbeeld Zweden: dat land heeft een parlement van 349 leden. Op een bevolking van 9,3 miljoen inwoners is dat één volksvertegenwoordiger per 26.647 Zweden. En Denemarken heeft 179 parlementsleden op 5,5 miljoen inwoners: dat komt neer op één parlementariër per 30.726 Denen.

Niet alleen is de Nederlandse volksvertegenwoordiging dus relatief klein, ook werkt ze nog vrij efficiënt en zonder al te veel bureaucratische rompslomp, zegt Ruud Koole, hoogleraar politicologie en Eerste Kamerlid voor de PvdA. „De Eerste Kamerleden hebben geen persoonlijke ondersteuning, alleen een goede griffiekamer. En bij de Tweede Kamerleden is het personele apparaat ook redelijk beperkt gebleven.”

De controlerende macht van het parlement wordt met honderd in plaats van honderdvijftig Kamerleden feitelijk minder groot, zegt oud-voorzitter van de Tweede Kamer Frans Weisglas (VVD). Al is zijn partij vóór inkrimping, hij is tegen. Er wordt nu al zoveel gevraagd van Kamerleden, zegt Weisglas: „Ze moeten dichtbij de burger staan én inhoudelijk op de hoogte zijn. Gezien de duizenden ambtenaren waar de regering over beschikt, zou het parlement die controlerende taak niet met minder mensen moeten uitvoeren.”

Om de Staten-Generaal in omvang in te perken, is een grondwetswijziging nodig. Dat betekent dat Tweede en Eerste Kamer nu moeten instemmen, maar ook dat na de eerstvolgende verkiezingen beide nog eens met tweederde meerderheid moeten instemmen met dit plan. Dus tweederde moet ervoor zijn om dat andere derde op te heffen. Mede daardoor is de kans dat dit voorstel het ooit haalt, klein. In de woorden van oud-CDA-Kamerlid Jan Schinkelshoek: „Je hoeft geen groot profeet te zijn om in te zien dat dit voorstel kansloos is.”

Het CDA was nooit voor inkrimping, zegt Schinkelshoek: dit idee komt uit de koker van VVD en PVV. Na verkiezingen kunnen de verhoudingen in de Kamer weer anders liggen, en zal het CDA dus mogelijk ook weer een andere afweging maken.

Het voorstel kan ook al stuklopen vóór de nieuwe verkiezingen: in de huidige Eerste Kamer zijn VVD, CDA en PVV voor een meerderheid afhankelijk van de senator van de SGP. Die partij heeft gisteren al even zitten rekenen. De SGP zou met de stemmen die ze vorig jaar haalde bij de Kamerverkiezingen, de huidige twee zetels behouden in een Kamer van honderd leden. „Maar dat wil niet zeggen dat wij vóór zijn”, zegt de SGP-woordvoerder. „Reken ons maar tot het tegenkamp. Als wíj betrokken waren geweest bij dit regeerakkoord, had dit voorstel er nooit in gestaan.”