De Schlecks zijn de beste ambassadeurs voor Luxemburg

Luxemburg heeft drie Tourwinnaars. De broers Andy en Frank Schleck willen de volgende zijn.

Vogels fluiten en de zon schijnt uitbundig over prachtig glooiende asfaltwegen, als een Mercedes van wielerploeg Leopard-Trek het parkeerterrein oprijdt in het Luxemburgse gehuchtje Gilsdorf. Iedereen kijkt. Van enkele wielrenners die zich verkleden in de kofferbak van hun auto, tot een twintigtal toeschouwers. Dan stappen Andy en Frank Schleck uit. Kus voor vader Johnny, die al eerder arriveerde met twee helmen. Hand voor hun oudere broer Steve, vandaag mecanicien. En een liefdevolle blik in de kinderwagen met Frank’s dochtertje Leea, die rustig slaapt in de schaduw onder de luifel van de ploegbus.

Twee weken na de oase van rust bij het kampioenschap van Luxemburg staan de broers Schleck in het oog van de orkaan in de Ronde van Frankrijk, waar vandaag en morgen de eerste bergritten op het programma staan. De verwachtingen rond de nummer drie (Frank) en tien (Andy) van het algemeen klassement zijn torenhoog. „Last van stress zullen ze niet gauw hebben”, had vader en oud-profrenner Johnny in Luxemburg al verteld. „Nationaal kampioenschap of de Tour, ze zijn hun hele leven gewend aan de spanning rond de koers.” Broer Steve lacht. „De druk uit Luxemburg valt ook mee. Klein landje, hè?”

Maar groothertogdom Luxemburg, ruim 520.000 inwoners, telt meer Tourwinnaars dan Nederland (Jan Janssen en Joop Zoetemelk) of Duitsland (Jan Ullrich). François Faber was al in 1909 de eerste, in 1927 en ’28 won Nicolas Frantz en in 1958 de legendarische Charly Gaul, ’de engel van de bergen’. Niet gek voor een land met slechts 2.500 licentiehouders en 33 wielerclubs. Met maar twee belangrijke wedstrijden: de gerenommeerde rittenkoers La Flêche du Sud voor beloften en de Tour de Luxembourg voor de profs. Waar wielrennen vooral een sport is van een paar families.

Kim Kirchen – zevende in de Tour van 2007, achtste in 2008 en vorig jaar gestopt na een hartinfarct – trad in de voetsporen van oudoom Jean (vijfde in de Tour van 1948 en ’50) en vader Erny, ook oud-prof. „Wij zijn een wielerdynastie”, zeggen de Kirchens trots. „De Schlecks zijn een wielerfamilie.” Johnny Schleck was in de jaren zestig en zeventig knecht in de ploegen van Jacques Anquetil, Jan Janssen, Luis Ocaña en Jean-Marie Leblanc. Ook opa Gustav was renner. „Maar de Jungs hebben, samen met Kim Kirchen, het wielrennen weer een hoognodige impuls gegeven”, prijst vader Schleck zijn zoons.

Drie broers, gek van sport. „We hebben eerst gevoetbald, gebasketbald en getafeltennist”, vertelt Steve Schleck (34). De wielerbacil van opa en vader bleek sterker. In woonplaats Montdorf streden ze dagelijks op de heuvel waarop het ouderlijk huis ligt. De oudste van de drie, 1.97 meter lang en nog altijd gesoigneerd als een profrenner, was de eerste die ging koersen. „Op mijn dertiende.”

Al gauw overtrof de drie jaar jongere Frank zijn broer. Steve Schleck: „We reden samen een kermiskoers in Frankrijk en eindigden als eerste en tweede. Wie won? Frank natuurlijk.” En Andy (26) bleek nog beter dan Frank. „Je kon al snel zien dat hij de meeste aanleg heeft van ons drieën. Het gemak waarmee hij in 2004 de Flêche du Sud won, maakte op iedereen grote indruk. Hij zat nota bene middenin zijn eindexamens.”

Profsucces volgde snel. Frank won Amstel Goldrace (2006), een rit op Alpe d’Huez, droeg geel en werd zesde en vijfde in de Tour. Andy debuteerde sensationeel met een tweede plaats in de Giro (2007), won Luik-Bastenaken-Luik (2009) en eindigde de laatste twee Tours als tweede. Vorig seizoen braken de broers met ploegleider Bjarne Riis en begonnen een eigen ploeg. Met dank aan de connecties van vader Johnny, die zijn landgenoot en vastgoedmagnaat Flavio Becca bereid vond om te investeren in de nieuwe Luxemburgse miljoenenploeg Leopard-Trek.

Dus straalt succes van de Schlecks nog meer dan voorheen af op Luxemburg, dat zich graag afficheert als het ideale vakantieland voor wielertoeristen. Liefst 600 kilometer fietspad is aangelegd en de volgende 300 komen eraan, meldt het ministerie voor Toerisme. „Wielrennen is belangrijk voor Luxemburg”, zegt Johnny Schleck. „Het is een van de belangrijkste redenen dat Leopard-Trek is opgericht.” Dan lachend: „Nu komen er zelfs buitenlandse journalisten naar ons nationaal kampioenschap. Zeg tegen de Nederlanders dat ze hier moeten komen fietsen!”

Geen beter uithangbord voor de Luxemburgse natuur dan de Schlecks, naast wielrenners ook geduchte jagers en vissers. Steve Schleck stopte vrij snel na het vervullen van zijn dienstplicht als renner en werd gemeenteraadslid voor Les Verts. Hij is ook de stuwende kracht achter de fanclub voor zijn broers. „We gaan naar de Tour natuurlijk”, zegt hij. „In de Alpen hebben we een chalet gehuurd. Als Frank of Andy wint, is het feest. En anders ook.”

Net als zijn oudste zoon spreekt Johnny Schleck geen voorkeur uit voor een Tourzege van een van beiden. „Ze zijn oud en wijs genoeg om het zelf uit te maken. Het is al moeilijk genoeg om de Tour te winnen. In de tijd van Faber of Frantz had je twintig renners. Tegenwoordig komen toprenners van over de hele wereld. Hoe uniek zou het zijn als uitgerekend iemand uit een klein landje als Luxemburg de Tour wint?”